'Anderen zien dat wij niet hopeloos achterlopen'

Kees van der Staaij voorziet verdubbeling van SGP’s zeteltal, beloning van zijn verzet tegen de „liberale jihad”. Gesprekken met lijsttrekkers, deel twee.

De partij van de bevindelijk gereformeerden wisselde dit voorjaar van leider. De 67-jarige Bas van der Vlies, de nestor van de Tweede Kamer, droeg de banier over aan Kees van der Staaij, die ook alweer twaalf jaar Kamerlid is. Collega’s roemen de grondigheid waarmee de 41-jarige jurist uit Benthuizen zich voorbereidt op debatten, net als zijn permanent goede humeur, dat extra opvallend is voor een politicus wiens geloof hem doordringt van de slechtheid van de mens. Zelf schrijft hij zijn optimisme juist toe aan zijn pessimistische mensbeeld. „Zonder al te idealistische verwachtingen van mensen, krijg je minder teleurstellingen te verwerken.”

Maar één grote teleurstelling grijpt hem toch naar de keel: het oprukken van een „extreem liberaal gelijkheidsdenken”, de „ernstige vorm van ideologische bijziendheid” die zelfs onderdeel is van een „liberale jihad”.

Kees van der Staaij: „Ik zie een gevaarlijke ontwikkeling. Steeds vaker hoor je: godsdiensten zijn bedenkelijk, de liberale vormen ervan gaan nog wel, maar met de orthodoxe vormen moet je oppassen. En dus krijgen die dezelfde behandeling. Radicale imams worden over één kam geschoren met orthodoxe dominees, wat een volkomen onjuiste vergelijking is. Vergeet niet: radicale moslims schuwen geen geweld. Zij hebben ook geen wortels in de democratische rechtsstaat, zoals wij. Anders dan in de islamitische, zit in de christelijke traditie ingebakken dat je respect verschuldigd bent aan de overheid, van welke signatuur die ook is.”

Maar is de vergelijking met de islam niet begrijpelijk? Jullie zeggen ‘God regeert’ en staan formeel een staatsvorm voor waarin God de onmiddellijke gezagsdrager is.

„Dat hoor je ons niet op die manier zeggen. Het gaat ons om een op de Bijbel gebaseerd beleid binnen de kaders van de democratische rechtsstaat, niet om een alternatief voor de democratie. Ons wordt doctrinair denken verweten, maar diezelfde doctrinaire inslag zie je bij de hedendaagse gelijkheidsstrijders.

„De hele dimensie van het geloof is lange tijd buiten beschouwing gebleven omdat men dacht: ach, in de moderne tijd verdwijnt het geloof vanzelf, zo werkt dat nu eenmaal. Toen dat niet zo bleek te zijn, kwamen de pogingen om het seculiere denken op te leggen en om vergaande assimilatie zo ongeveer verplicht te stellen. Voor moslims, maar ook voor andersdenkende gelovigen. Men komt met oplossingen voor problemen die er niet eens zijn. Bijvoorbeeld met homoseksuele leraren op christelijke scholen. Dat wordt verheven tot een topkwestie, terwijl het zich in de praktijk niet of nauwelijks als daadwerkelijk probleem voordoet. Dat is echt een voorbeeld van toenemende ideologische scherpslijperij.”

Hoe verklaart u dat veel actieve PVV’ers een gereformeerde achtergrond hebben?

„Wij hebben natuurlijk net als de PVV oog voor de gewelddadige, donkere kant van de islam. Ook wij willen dat niet wegpoetsen of relativeren. Maar ik zal ervoor waken dat ik andere mensen als ongedierte behandel, ook al hebben ze totaal andere opvattingen. Vanuit mijn christelijk geloof blijft ieder mens, wat voor schurk het ook is, wel mijn medemens. Het verbaast mij daarom als mensen die voluit christen willen zijn, zich thuis kunnen voelen bij een partij als de PVV, een puur seculiere, liberale partij. Winkels op zondag open? Moet kunnen. Militairen in uniform bij de Gaypride? Geen probleem. Als je dat combineert met een paar linkse opvattingen op financieel-economisch terrein, nou, dan is een orthodoxe christen toch wel érg verdwaald als hij bij de PVV terechtkomt.”

De laatste jaren vindt een toenemende verwijdering plaats tussen de SGP en de ChristenUnie. Wat zit u niet lekker?

„Laat ik allereerst zeggen dat ik de ChristenUnie-Kamerleden hele prettige collega’s vind. We hebben een goede verstandhouding. Maar ik vind het niet gek dat het CDA op plaats twee komt als ik de stemwijzer invul. En dat bij André [Rouvoet, leider van de ChristenUnie] de PvdA als tweede uit de bus komt, en niet de SGP. De ChristenUnie is op veel terreinen linkser geworden. Neem het asielbeleid. Met de PvdA diende ze een motie in om minderjarigen makkelijker aan een verblijfsvergunning te helpen. Uit het verleden weet je: daar komt misbruik van. Dus hoe sympathiek het ook klinkt, het is echt verkeerd beleid, omdat het de kwaadwilligheid onderschat die in ons allemaal zit. Of neem het debat over embryoselectie. Mij verraste het dat de ChristenUnie het compromisbesluit van het kabinet niet bestreed. Dat betekende een verruiming van de mogelijkheden. En dat met twee christelijke partijen in het kabinet.

„Je ziet dat regeringsdeelname zijn doorwerking heeft op de stellingname van de ChristenUnie in debatten. Regeringsdeelname kan betekenen dat naar binnen toe je kleur verbleekt en dat je naar buiten toe je prijs verlaagt.”

Komt de SGP steeds meer alleen te staan in de vaderlandse politiek?

„Ja en nee. Ik ben me ervan bewust dat er geen gemeenschappelijk verstaanskader meer bestaat. Ik moet daarom oppassen bijbelse beelden en teksten bekend te veronderstellen. Maar dat is niet alleen vervelend: het dwingt je ook uit te leggen wat voor jezelf en je naasten wellicht vanzelfsprekend is. En inderdaad, bij een onderwerp als adoptie door homoparen is de kloof die ik ervaar enorm groot. Ons uitgangspunt is dat kinderen het beste af zijn bij een vader én een moeder. Het is ongelooflijk hoe weinig Kamerleden daarin meegaan. De ChristenUnie, ja. Maar zelfs het CDA vond die stelling te ver gaan. In wetten en regelgeving komen de begrippen vader en moeder niet meer voor; irrelevant zeggen ze.

„Tegelijk zie ik dat het tij keert. Anderen beginnen langzaamaan te zien dat wij niet hopeloos achterlopen, zoals jarenlang is beweerd. Neem onze Europapolitiek. Twintig jaar geleden zei heel Nederland: het moet federaler, we moeten af van dat klein-Nederlandse denken. Wij niet. Of neem het privébezit van kinderporno. Vijftien jaar geleden wilden wij dat al strafbaar stellen. Iedereen vond dat toen overdreven betuttelend, hoe konden we zoiets voorstellen? Nu is het strafbaar. En toen Job Cohen staatssecretaris was [van Justitie, vanaf 1998], konden wij geen Kamermeerderheid vinden voor een voorstel om immigranten die het Nederlanderschap ambiëren verplicht een beetje Nederlands te laten leren. Kortom, we liepen voor op de tijd.”

En in het oprichtingsjaar 1918? Toen werd besloten tot de invoering van het vrouwenkiesrecht. Hoe zou u daar nu over stemmen?

„Ik ben niet van 1918. En nee, de christelijke partijen hadden niet een principieel verhaal om daar vóór te zijn. Dat had te maken met een meer organische kijk op de samenleving. Maar ik heb ook niet het idee dat je die gezinsopvatting, met een natuurlijke plaats voor de man en de vrouw, zo een-twee-drie terugkrijgt. Op dit punt gaan we meer uit van de bestaande realiteit. Dat is niet ongewoon. Bij het al dan niet aansluiten van huizen op het waterleidingnet – ik noem maar iets waar we ooit fel op tegen waren – zeggen we nu ook: oké, zo slecht is dat niet. Maar op punten als euthanasie en abortus doen we geen water bij de wijn, daarvoor ligt de beschermwaardigheid van het leven ons te na aan het hart. Dat is de constante die je bij ons ziet: je mag best van standpunt veranderen, maar dan moet je daarvoor wel een goede onderbouwing hebben vanuit je eigen overtuiging.”

Dus u sluit niet uit dat de partij op een gegeven moment ook het standpunt over de verkiesbaarheid van vrouwen voor politieke ambten verandert?

„Ik loop daar op geen enkele manier op vooruit. Ik zeg liever: de bijbelse beginselen die onder onze partij liggen, zijn hard, maar over de precieze vertaling daarvan kan binnen de partij worden gediscussieerd. Dat was zo en dat blijft zo. Zo’n uitspraak van de Hoge Raad [dat de SGP vrouwen niet langer mag uitsluiten van de kieslijst] verandert daar niets aan. Sterker, ik constateer een groeiend verzet tegen die uitspraak, ook buiten bevindelijk gereformeerde kring. Ik verwacht zelfs dat proteststemmen, ook seculiere, ons bij de verkiezingen een of twee extra zetels kunnen gaan opleveren. Ik zie een breder wordende stroom van onbehagen over het doorgeslagen gelijkheidsdenken, dat knabbelt en knaagt aan klassieke vrijheden.”

De SGP noemt zichzelf de meest vrouwvriendelijke partij van Nederland. Hoe zit dat?

„Er zijn tal van voorbeelden, maar ik zal er een paar uitlichten. Zo strijdt de SGP tegen gedwongen prostitutie en vrouwenhandel. Dat vind ik echt een ongelooflijke schande en van een triestheid dat ik het niet goed kan hebben dat dit nog niet breder gezien wordt. Daarbij vergeleken is de kwestie bij de SGP over de kandidaatstelling van vrouwen peanuts.

„En neem de geringe keuzevrijheid van vrouwen om voor hun jonge kinderen te kunnen zorgen. Vrouwen voelen zich fijn bij een deeltijdbaan, maar met alle mogelijke dwang en drang wil de overheid hen langer laten werken. Wij zien de risico’s van totale uitputting en het effect van al dat werken op gezinnen.”