ABP lijdt onder lage rente

Leraren- en ambtenarenpensioenfonds ABP heeft zijn financiële positie de eerste vier maanden ondanks positieve beleggingsopbrengsten opnieuw zien afbrokkelen. De financiële positie van het fonds, waarbij meer dan een miljoen overheidsmedewerkers zijn aangesloten, is als gevolg van de gedaalde rente lager dan de wettelijke minimumeisen van de toezichthoudende Nederlandsche Bank.

Vanochtend meldde ABP dat de verhoudingen tussen de beleggingen en de pensioenverplichtingen is gedaald tot 102 procent per eind april. Eind 2009 was deze zogeheten dekkingsgraad 104 procent. Het wettelijk minimum is 105 procent.

De financiële positie van ABP lijdt onder de gevolgen van de lage rentestand. Pensioenfondsen becijferen de waarde van hun verplichtingen op basis van de actuele rentestand. De daling van de rente drijft de waarde van de pensioenverplichtingen op. De beleggingsopbrengsten in de eerste vier maanden van dit jaar van 6 procent wegen daar niet tegenop.

In een persbericht over de financiële positie bij de publicatie van het jaarverslag zegt vice-voorzitter Xander den Uyl van het ABP-bestuur dat het „een vreemde gewaarwording” is dat het belegde vermogen nog nooit zo groot was en de rendementen de eerste vier maanden goed zijn, maar dat de dekkingsgraad desondanks niet mee groeit. Het belegd vermogen was eind april 217 miljard euro.

Het fonds waarschuwt voor een nieuwe stijging van pensioenpremies nu het kabinet besloten heeft om de verwachte rendementen op aandelenbeleggingen te temperen die de pensioenwereld gebruikt om de premies te becijferen.

In 2009 boekte ABP dankzij het herstel op de financiële markten een rendement van meer dan 20 procent. Het fonds verhoogde de pensioenen met 0,45 procent.