Weinigen worden rijk van het WK

De stadions vallen duurder uit. De kaartverkoop valt tegen. Wat houdt Zuid-Afrika aan het WK voetbal over?

Zij was al een van de beroemdste kunstenaars van Zuid-Afrika, maar sinds kort zit Esther Mahlangu (74) ook in zaken. „Ik ben begonnen in de hospitality industry”, straalt de oude dame, sjokkend over haar ommuurde erf langs een zandpad op het platteland ten oosten van Johannesburg. Ze ontgrendelt een fors traliehek van een vrolijk beschilderd huis. Daarachter twee kamers met zachtroze bedden, klaar om beslapen te worden. „Twee jaar terug speciaal gebouwd voor het wereldkampioenschap voetbal”, wijst Mahlangu. „Al het familiegeld zit erin.” Voor de zekerheid heeft ze dertig meter verderop nog wat extra kamers laten bouwen. Ze zijn bijna klaar. Mahlangu moet alleen de muren nog decoreren.

Maar terwijl het WK al over precies een maand begint, is er nog geen boeking binnen. „Ik reken erop dat op het laatste moment de voetbalfans uit Europa wel mijn kant uit komen”, verzekert ze. „De overheid heeft altijd gezegd dat we in Zuid-Afrika een groot tekort hebben aan kamers, dus dat zit wel goed. Er komen duizenden mensen!”

Haar guesthouse in een uithoek van de stoffige Mpumalanga-provincie ligt misschien wat uit de richting, geeft ze toe. De dichtstbijzijnde speelstad Pretoria is ongeveer twee uur rijden. Johannesburg, waar de meeste wedstrijden gespeeld worden, is zelfs drie uur verwijderd van het optrekje van Mahlangu. „Maar als in die steden alle hotels vol zitten, dan komen de voetbalfans naar mij toe”, zegt Mahlangu.

Iedereen zou rijk worden in Zuid-Afrika. Toen Sepp Blatter van de internationale voetbalfederatie FIFA in 2004 bekendmaakte dat Zuid-Afrika het grootste sportevenement in de wereld mocht organiseren, zongen duizenden kelen in de zwarte woonwijk Soweto dat ‘het geld nu zal binnenstromen’. Twenty-ten stond niet slechts voor een jaartal of een groot voetbaltoernooi, maar ook voor de verwachte gouden bergen en de ontwikkeling van een verscheurde natie. Geen land ter wereld waar het gat tussen arm en rijk groter is dan in Zuid-Afrika, becijferden onderzoekers van de Universiteit van Kaapstad vorig jaar. Maar vanaf 2010 zou alles beter worden, wist de doorsnee Zuid-Afrikaan.

Veel mensen hebben hun verwachtingen inmiddels getemperd. Straatverkopers die dachten dat ze rondom de stadions op speeldagen zaken konden doen, hebben van de politie te horen gekregen dat ze juist op die speeldagen niet welkom zijn en zelfs hun reguliere handeltje moeten staken.

Slechts officiële FIFA-sponsors, zoals McDonald’s en Coca-Cola, mogen met de verkoop van eten en drinken aan de voetbalfans verdienen. Grote Zuid-Afrikaanse bedrijven die het in hun hoofd halen om in reclames toespelingen te maken op het wereldkampioenschap, krijgen direct een batterij advocaten uit Zürich, zetel van de FIFA, op hun dak. De vlag, ‘2010’, de afbeelding van een voetbal en zelfs ‘Zuid-Afrika’ zijn in advertenties niet toegestaan in combinatie met het woord ‘wereldkampioenschap’. Inmiddels onderzoekt de FIFA rond de 50.000 gevallen van pseudo-sponsoring. Dat is vijftien keer zoveel als bij het WK in Duitsland in 2006. Vrijwel alle inkomsten uit marketing en sponsoring gaan naar de FIFA. Alleen met de opbrengst van de kaartverkoop kan een gastland de investeringen terugverdienen. Het is de vraag of dat Zuid-Afrika lukt.

Sinds de eerste ramingen zijn de kosten van nieuwe stadions, infrastructuur en veiligheidsmaatregelen voor het WK al verdrievoudigd. De overheid hield in 2004 rekening met totaal 1,7 miljard euro (tegen de huidige wisselkoers met de rand), terwijl inmiddels de kosten volgens officiële ramingen rond de 4 miljard euro liggen.

En de kaartverkoop verloopt minder voorspoedig dan begroot. Vooral buiten Zuid-Afrika zijn minder kaartjes voorkocht dan voorzien. Het aan de FIFA (en aan Sepp Blatter persoonlijk) gelieerde bedrijf Match, dat hele reispakketten verkoopt en hotelkamers doorverhuurt, heeft inmiddels naar schatting de helft van de aanvankelijk gereserveerde kamers weer teruggegeven aan de verontwaardigde eigenaars, die ze nu zelf moeten verhuren.

„De verwachtingen van het WK zijn altijd te hoog gespannen geweest”, zegt Gillian Saunders van Grant Thornton, een consultancy- en accountancybedrijf. „Maar dat betekent niet dat het toernooi voor Zuid-Afrika als geheel niet goed zou zijn.”

Saunders ergert zich aan buitenlandse en ook Zuid-Afrikaanse media die de laatste maanden suggereren dat Zuid-Afrika aan de organisatie van het sportevenement bijkans failliet zou gaan. „Misschien dat op microniveau van het WK mensen niet direct veel beter worden, op macroniveau kan ik met de beste wil van de wereld niet zien waarom het WK slecht zou zijn voor Zuid-Afrika.” Voor Grant Thornton doet zij sinds drie jaar onafhankelijk onderzoek naar de winst-en-verliesrekening van het WK. Onlangs kwam ze met haar jongste prognoses.

„Hoewel inderdaad minder buitenlandse bezoekers komen dan verwacht”, zegt Saunders in haar kantoor in Johannesburg, „zullen die mensen langer blijven en meer geld uitgeven, gemiddeld achttien dagen. Terwijl buitenlandse supporters bij het WK in 2006 in Duitsland gemiddeld 2,5 wedstrijd bezochten, zullen mensen die de moeite nemen helemaal naar Zuid-Afrika te vliegen volgens onze schattingen nu tussen de vier en vijf wedstrijden zien. Totaal ongeveer 373.000 bezoekers zullen zo’n 800 miljoen euro uitgeven.” En omdat normaal gesproken de wintermaanden juni en juli voor Zuid-Afrika laagseizoen zijn, zal het WK geen invloed hebben op de reguliere vakantie-industrie, denkt Saunders.

Ook op de lange termijn is het beeld minder somber dan critici doen geloven, zegt ze. „Mede dankzij het WK is Zuid-Afrika al na twee kwartalen uit de recessie gekomen. We hadden een investeringspakket om de economie te stimuleren nog voordat de financiële crisis toesloeg”, zegt ze, verwijzend naar de miljarden die de overheid in nieuwe snelwegen, stadions en openbaar vervoer heeft gestoken. Volgens haar „conservatieve” schatting is zeker een half procent economische groei in 2010 rechtstreeks tot het WK te herleiden. „Drie, vier jaar lang hebben we de economie draaiend kunnen houden. Naar schatting 300.000 laagopgeleide mensen in de bouw die door de financiële crisis geheid waren ontslagen, zijn zo aan het werk gebleven.” De niet-tastbare resultaten van het WK zijn minder makkelijk te meten, zegt Saunders, maar evengoed belangrijk. „Zuid-Afrika heeft nogal een slecht imago. Als we een klein aantal van die miljarden mensen die naar het WK kijken ervan kunnen overtuigen dat Zuid-Afrika een prachtig land is om op vakantie te gaan of een conferentie te houden, dan is dat van onschatbare waarde voor de toekomst.”

En voor de Zuid-Afrikanen is het WK, zestien jaar na het einde van de apartheid, „de lijm die het land bij elkaar houdt”, heeft onderzoeker Udesh Pillay van de Human Sciences Research Council al eens opgemerkt. „Mensen die vanuit het buitenland naar Zuid-Afrika kijken of louter naar cijfers kijken, zien niet wat het organiseren van zoiets groots voor de sociale cohesie in het land kan betekenen”, zegt Laurine Platzky, de WK-coördinator van de West-Kaapprovincie. „Het toernooi biedt een grote kans om te laten zien dat voetbal een niet-raciale en niet-klasse- of -seksegebonden sport is die niet alleen door achtergestelde zwarten in arme wijken gespeeld wordt”, zegt zij.

Tijdens de apartheid was voetbal in Zuid-Afrika een vrijwel exclusief zwarte sport, terwijl rugby en cricket vooral door witte Zuid-Afrikanen gespeeld werden. „Maar bij de eerste voetbalwedstrijd in het nieuwe stadion in Kaapstad zat een compleet gemengd publiek”, zegt Platzky. „En bij de loting voor het WK verwachtten we in het centrum van Kaapstad ongeveer 15.000 mensen, maar het werden er zeker 50.000 die geheel representatief waren voor de bevolking van onze provincie: witte, zwarte en bruine mensen samen zwaaiend met Zuid-Afrikaanse vlaggen en gehuld in voetbalshirtjes. Zuid-Afrika is door de apartheid terecht compleet geïsoleerd, door het WK maken onze kinderen nu kennis met de rest van de wereld en de wereld leert ons weer kennen.”

Juist het Greenpoint Stadion in Kaapstad ligt sinds een paar weken zwaar onder vuur. Het staat middenin een van de betere wijken van het stadscentrum, ver weg van de wijken waar de voetballiefhebbers wonen. FIFA-baas Sepp Blatter zou de gemeente persoonlijk verordonneerd hebben het stadion juist daar te bouwen, terwijl adviseurs van de gemeente het stadion liever dichterbij de zwarte wijken wilden. Als in het stadion eind juli een van de halve finales is gespeeld, dan wordt het volgens de auteurs van het vorige week verschenen boek Player and referee: Conflicting interests and the 2010 FIFA World Cup geheid een ‘witte olifant’: een duur stadion dat nergens meer voor gebruikt gaat worden, zeker niet voor voetbal.

„Bizar natuurlijk”, foetert Platzky. „Het is een apartheidsidee als je een stadion voor zwarte mensen buiten de witte stad zou willen bouwen. Ik denk dat ons stadion juist zwarte en witte mensen bij voetbalwedstrijden en rugbywedstrijden bij elkaar kan brengen. Iedereen weet met de trein of de bus het centrum van de stad te vinden.” Gillian Saunders van Grant Thornton: „Als je stadions ook voor andere dingen zou willen gebruiken dan alleen sportevenementen, dan moet het wel op een centrale plaats staan. Voor concerten of bijvoorbeeld religieuze evenementen is het stadion in Kaapstad prima geschikt. Maar vergeet niet: een stadion verdient zichzelf zelden terug. Alleen de allergrootste voetbaltempels in Engeland en Spanje draaien met winst.”

In het gehucht Kameelrivier B, nog geen vijf kilometer van kunstenares Esther Mahlangu vandaan, bouwde Seun Mahlangu (geen directe familie) zelfs een heel hotel met elf kamers. Home of Royal Elegance, staat er op de voordeur. „Tot op het laatst is keihard gewerkt om de boel op tijd klaar te krijgen”, zegt de ondernemer, hangend in een bar. Maar ook hij heeft nog geen boekingen binnen. Net als de kunstenares rekent hij op de „late beslissers”.

Platzky: „Natuurlijk, voor kleine ondernemers is het lastig. Voetbal is echt niet de oplossing voor alles. Sterker, ik vrees dat er zelfs na twenty-ten nog armoede in Afrika zal zijn.”