Voorlopig lijkt de euro gered

De financiële markten reageerden gisteren positief op het euro-reddingsplan.

Voor de zwakke landen is de prikkel om te bezuinigen nu wel minder geworden.

Duizend miljard dollar, zo werd gisteren op de financiële markten het monsterbedrag weergegeven dat de EU-landen en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) afgelopen weekeinde hebben uitgetrokken om te voorkomen dat de eurozone uit elkaar valt. Die 1.000 miljard spreekt nog meer tot de verbeelding dan de 750 miljard euro die het bedrag in Europese termen groot is. En dat is ook waar het eigenlijk om gaat. Hoeveel er nodig is om de Griekse crisis niet te laten uitmonden in een kredietcrisis 2.0 weet niemand. Er was behoefte aan een bedrag dat zo overweldigend is dat niemand er meer aan hoeft te twijfelen dat de grote kredietwaardige leden van de eurozone, met Duitsland voorop, tegen elke prijs zullen inspringen.

Dat bleek gisteren te werken. Voor het eerst sinds de Griekse schuldencrisis begon, hadden de genomen maatregelen effect. De euro sterkte zo’n 3 cent aan tot rond de 1,30 dollar. De beurskoersen, met name van banken, schoten omhoog. En de rente die Griekenland op zijn tienjarige staatsobligaties betaalt, daalde pijlsnel.

De euro is voorlopig gered. Maar de autoriteiten hebben alle zeilen moeten bijzetten. Die les hadden ze in de kredietcrisis al geleerd: overheden stellen zich garant voor probleemschulden, de Europese Centrale Bank (ECB) zorgt voor onbegrensde liquiditeiten zodat het bankenstelsel niet vastloopt. En de ECB koopt probleemschulden op – een ongekende maatregel, waar de financiële markten al enige tijd vurig op hoopten, maar die tot vorige week nog onbespreekbaar was.

Nieuw is dat het ditmaal geen banken zijn die moeten worden gered, maar landen. Griekenland wankelde, Portugal kwam onder vuur en Spanje zou volgen. Daarmee gaat de westerse schuldensage een nieuwe fase in. Eerst was er de bankencrisis, daarna de economische crisis, en nu is er een landencrisis. En telkens verhuist de probleemschuld naar een nog kredietwaardigere debiteur. Eerst van de banken en hypotheekverstrekkers naar de overheden, nu van de wankele overheden naar de sterkste: vooral Duitsland. En de ECB koopt nu geen exotische bankproducten, maar Griekse staatsobligaties op.

Lossen de jongste maatregelen iets op? Vooralsnog wel, want een acute internationale financiële crisis lijkt getemd. De gebeurtenissen op Wall Street donderdag, toen de beurskoersen na paniek met 9 procent kelderden, geven aan hoe broos de toestand op de financiële markten nog steeds is. Maar de prijs van de redding van de euro is hoog, en de consequenties zijn verstrekkend. Een van de problemen van de kredietcrisis was de zogenoemde moral hazard: banken wisten dat ze zo groot waren, dat niemand ze zou laten omvallen. Ze konden zich onbeperkt misdragen in de wetenschap dat ze toch wel zouden worden gered. Dat gaat nu ook op voor Griekenland. Het internationale financiële systeem kan een Grieks failliet kennelijk niet aan. Athene hoeft zich zo bezien straks helemaal niet aan zijn bezuinigingsopdracht te houden, omdat zijn europartners zich zijn bankroet niet kunnen permitteren. De euro is nu gered door de belofte van de sterke lidstaten om de zwakke financieel te hulp te schieten. En dat besef zal nog lang doorklinken.