Uitspraak 54: Is de dokter aansprakelijk voor een geboorte na een mislukte abortus?

Hoe ver gaat de aansprakelijkheid van arts en ziekenhuis bij een mislukte abortus – en hoe zwaar moet de beslissing van de vrouw geen tweede abortus te willen worden meegewogen? Met commentaar van NJB-medewerkers Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden en Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht in Rotterdam. De Zaak Bij een zwangere vrouw wordt in

ongeborenHoe ver gaat de aansprakelijkheid van arts en ziekenhuis bij een mislukte abortus - en hoe zwaar moet de beslissing van de vrouw geen tweede abortus te willen worden meegewogen? Met commentaar van NJB-medewerkers Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden en Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht in Rotterdam.

De Zaak
Bij een zwangere vrouw wordt in februari 1998 een zuigcurettage uitgevoerd om een zwangerschap van zes weken af te breken. Bij een controle in maart 1998 blijkt zij echter nog steeds zwanger, ongeveer zestien tot zeventien weken. Van een tweede abortus ziet zij af. Zij bevalt later van een zoon.

Wat is de eis?
Zij vraagt vergoeding van de kosten van de geboorte en het levensonderhoud van haar zoon. Zij beschouwt de mislukte curettage als een onrechtmatige daad. Ook zegt zij dat de gynaecoloog ‘toerekenbaar is tekortgeschoten’ bij de uitvoering van geneeskundige behandelingsovereenkomst. Aan de burgerlijke rechter vraagt zij om een voorschot van 25.000 euro.

Hoe verweren de dokter en het ziekenhuis zich?
Zij zeggen in hoofdzaak dat de vrouw zelf heeft besloten de tweede abortus niet te ondergaan. In haar medisch dossier heeft de gynaecoloog daar ook iets over aangetekend. Het kind is dus niet geboren omdat de curettage is mislukt maar omdat de vrouw zich heeft bedacht. Zij besloot zèlf zwanger te blijven. Juridisch is er dan geen causaal verband meer. De oorzaak van de schade is niet de medische fout maar de eigen beslissing van de vrouw. Daardoor vervalt aanspraak op schadevergoeding. De vrouw ontkent overigens dat zij alsnog het kind wenste, toen bleek dat de curettage was mislukt. Ook heeft ze dat niet tegen de gynaecoloog gezegd, verklaart ze.

Hoe oordelen rechtbank en gerechtshof?
De vrouw verliest bij de rechtbank. Met het ziekenhuis vindt de rechter dat de geboorte van het kind een eigen beslissing van de vrouw was, die de gynaecoloog niet kan worden verweten. Maar ze wint bij het gerechtshof. De raadsheren vinden de beslissing geen tweede abortus te ondergaan zó persoonlijk dat ze daarmee niet haar aanspraak op een schadevergoeding hoort te verliezen. Er is een duidelijk verschil tussen een abortusbeslissing bij de aanvang van een zwangerschap en na zestien weken. Die tweede ingreep ‘zou niet hetzelfde zijn’. Er zijn meer risico’s. Het Hof zegt wel dat de schade voor de geboorte alleen in het tijdstip zit. De vrouw had gezegd dat ze ooit wel een kind wilde krijgen. Dit kind komt alleen te vroeg.

De beroepsfout van de gynaecoloog blijft een feit dat meeweegt in de toerekening van de verantwoordelijkheid voor de geboorte.

Wat zegt de Hoge Raad?
Die geeft de vrouw gelijk. Lees hier het arrest. Advocaat-generaal J. Spier, onafhankelijk adviseur van de Hoge Raad, noemt het in zijn conclusie onder het arrest (3.11.1) ‘niet ondenkbaar, zij het doorgaans niet erg aannemelijk’ dat iemand die eerst nog geen kind wil, kort daarna van mening verandert. Maar onaannemelijk blijft het, vooral gezien de vordering van de zwangerschap, waarvan ook de gynaecoloog erkent dat abortus tot complicaties kan leiden. Het feit dat een vrouw een zwangerschap van zestien weken niet wil afbreken mag haar niet worden tegengeworpen. De verklaring van de gynaecoloog dat zij alsnog een kind wilde noemt hij ‘niet bijster geloofwaardig’. Ook gezien haar persoonlijke omstandigheden op dat moment, die in de uitspraak niet worden toegelicht. Het ziekenhuis moet betalen.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.