Toeristenvisie

In de La Place zat een wat oudere donkerblonde man. Brede nek, rood hoofd. Aan weerszijden van hem een kleine ravage van tassen en jassen. De man keek voor zich uit alsof hij met lichte tegenzin over dit minislagveld heerste. Af en toe hield hij zijn ogen een paar seconden gesloten.

Een jonge man die bij hem kwam zitten werd eerst weer weggestuurd. Bestek halen. Nu kwam er ook een vrouw bij, die borden vol eten begon uit te delen. Forse broodjes met patat ernaast en klodders ketchup. De vrouw drapeerde haar jack iets netter over de leuning van haar stoel. Eindelijk zaten ze alle drie. De jongen dook naar zijn patat, maar dat was nog niet de bedoeling. „Heb jij nog wat van dat spulletje?” vroeg de oudere man in het Amerikaans aan de vrouw. Een signaal – de jongen ging snel weer achterover zitten. De vrouw pakte haar handtas en diepte er een flaconnetje desinfecterende handlotion uit op. Alle drie ontsmetten ze hun handen. De vrouw stopte het flaconnetje terug. Toen begonnen ze te eten.

„Wat ik het fijnste vind hier”, zei de jongen, „is dat alles zo bereikbaar is zonder dat je een auto nodig hebt. Je kunt gewoon lopen.”

„Daarom zijn ze hier natuurlijk ook zo slank”, zei zijn moeder.

„Net als in New York”, zei de vader. „In New York zijn ze ook slank.”

„Maar het is ook de portiegrootte”, ging de zoon verder. „De porties zijn hier veel kleiner. En de zakken chips bijvoorbeeld ook, en andere voedselverpakkingen. Als we weer in een supermarkt komen, zal ik het aanwijzen.”

„Er passen natuurlijk ook niet zoveel boodschappen op een fiets”, mijmerde de moeder. Ze keek alsof ze zich voorstelde hoe het was om op een fiets te zitten – de vrijheid, de frisse lucht langs haar blote benen, het gehannes met tassen waar nauwelijks iets inpaste en de helft alweer uit viel. Ze schudde kort haar hoofd.

„Ze zullen wel een paar keer per week gaan”, zei de vader.

„Ja, dat zal wel moeten”, zei de moeder.

„Anders verhongeren ze”, zei de zoon. Hij was al bijna klaar met eten en loerde naar de borden van zijn ouders, waar nog heel wat op lag.

Ellen de Bruin