Steun euro schept verplichtingen

De eurozone is voor de grote bedragen gegaan – en dat lijkt te werken, althans voorlopig. De leiders van de lidstaten van de Europese Unie (EU) en hun ministers van Financiën zijn met een plan van 720 miljard euro gekomen om de ‘besmetting’ op het gebied van de staatsobligaties een halt toe te roepen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft afgesproken het spel mee te spelen, en zal het kopen van staatsobligaties toevoegen aan zijn instrumentarium voor het bestrijden van de crisis. De centrale bank zal de banken tevens liquide middelen verstrekken om te voorkomen dat de crisis van de staatsschulden omslaat in een nieuwe bankencrisis.

Om de zorgen weg te nemen dat deze stappen zullen leiden tot het nemen van onverantwoorde risico’s, hebben de EU-leiders de steun aan in problemen verkerende economieën afhankelijk gemaakt van het doorvoeren van fiscale en structurele hervormingen. Het Internationale Monetaire Fonds zal een belangrijke rol spelen in de reddingsoperatie, wat nog eens benadrukt dat het geld uitsluitend ter beschikking zal worden gesteld in combinatie met een stevig medicijn. En de ECB heeft duidelijk gemaakt louter akkoord te zijn gegaan met het kopen van staatsobligaties, nadat de lidstaten hadden beloofd hun begroting op orde te zullen brengen. Dit is een serieus en welkom plan. Maar het is slechts het begin van wat een lastige aanpassingsperiode zal worden.

Op de korte termijn heeft zich een verbetering voorgedaan. De wisselkoers van de euro is gisteren kortstondig opgeveerd, evenals de aandelenkoersen. De druk op zwakke landen en banken is vooralsnog weggenomen. De rente op Portugese staatsobligaties met een looptijd van tien jaar is bijvoorbeeld met ruim een derde gedaald. En op de interbancaire markt is de spanning ook verdwenen, nu ‘credit default swaps’ (een soort kredietverzekeringen) van banken scherp zijn gedaald en de koersen van bankaandelen met wel 20 procent zijn gestegen.

De hoop is dat Portugal en Spanje – die, anders dan gebruikelijk, in het ministerscommuniqué met naam en toenaam werden genoemd – nu de ruimte zullen krijgen om hun begrotingsproblemen op te lossen, zonder dat ze hun toevlucht hoeven te nemen tot de nieuwe steunfondsen. Ze moeten vóór 18 mei met serieuze bezuinigingsmaatregelen komen. Dat zal de eerste test zijn. Het voorlopige bod van Spanje – het terugdringen van het tekort met nog eens 0,5 procent van het bruto binnenlands product dit jaar, en met 1 procent volgend jaar – lijkt tot nu toe te bescheiden.

Maar zelfs als Portugal, Spanje en andere zuidelijke lidstaten van de EU met begrotingsproblemen - met geloofwaardige plannen komen voor het herstel van de begrotingsdiscipline, zal dat niet genoeg zijn om de stabiliteit van de eurozone op de langere termijn te verzekeren. Frankrijk en Duitsland, die de begrotingsdiscipline in de eurozone zes jaar geleden nagenoeg om zeep hebben gebracht door te weigeren die voor henzelf te aanvaarden, zullen nu moeten aantonen dat ze bereid zijn zich in hetzelfde keurslijf te schikken als hun zuidelijke medelidstaten. Dat betekent dat ze dezelfde structurele hervormingen zullen moeten doorvoeren, waaronder die van de publieke sector en de oudedagsvoorzieningen, die ze van anderen eisen.