Steeds meer twijfel Israël over nut aanval tegen Iran

De oorlogsretoriek klinkt steeds openlijker in Israël. Maar ook voorstanders van een harde lijn vrezen steeds meer voor de gevolgen van een aanval op Iran.

„Een nieuwe Amalek komt eraan”, zei de Israëlische premier Benjamin Netanyahu in januari, tijdens een herdenkingsplechtigheid van de Holocaust in Auschwitz. Zonder dat hij zei over wie hij het had, was voor Israëlische media duidelijk waar Netanyahu het over had: Iran.

Netanyahu koos de plek én de bijbelse verwijzing naar het volk van de Amalekieten, de bijbelse aartsvijand van het Joodse volk, niet toevallig. Vaker verwijst hij naar de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad als de nieuwe Hitler, die zijn atoomprogramma zal gebruiken voor een nieuwe holocaust. „Dat zullen we niet toelaten”, zei Netanyahu in Auschwitz.

Israël schermt met een mogelijke militaire aanval op Iran, om met geweld een einde te maken aan het atoomprogramma van dat land. Israëlische kabinetsleden, zoals deze week vicepremier Moshe Ya’alon, zeggen dat Israël technisch in staat is een aanval op Iraanse kernreactoren uit te voeren. „Wat mij betreft is aanval de beste verdediging”, aldus Ya’alon.

De Iraanse regering zegt dat het werkt aan nucleaire energie voor vreedzame doeleinden, maar Israël twijfelt er niet aan of Iran bouwt aan een kernbom, waarmee het een einde zou maken aan de nucleaire alleenheerschappij van Israël in het Midden-Oosten. Een meerderheid van de Israëlische bevolking zou volgens recente peilingen zo’n aanval steunen.

Haviken in het publieke debat, zoals de columnist Caroline Glick in de regeringsgezinde krant The Jerusalem Post, roepen steeds openlijker op tot oorlog. Glick verwees naar de conferentie in de Verenigde Staten, vorige week, over het 40-jarig bestaan van het non-proliferatieverdrag. Iran heeft dat verdrag ondertekend, Israël niet. Ahmadinejad zei daar dat Iran het recht heeft op atoomenergie. Volgens Glick werd de conferentie een mislukking. „De enige manier om Iran af te houden van atoombommen is het gebruik van militaire middelen om Irans nucleaire installaties te vernietigen of ernstig te beschadigen.”

De steeds openlijker klinkende oorlogsretoriek verbloemt dat in Israël de laatste maanden onder wetenschappers en analisten een krachtig tegengeluid is ontstaan. „Een aanval zou een ramp zijn voor Israël”, zegt Avner Cohen, een prominente Israëlische atoomexpert. Een nachtmerrie, oordeelde onlangs politiek columnist Nahum Barnea van de krant Yedioth Ahronoth. Zeer onplezierig en niet realistisch, zegt de aan de Universiteit van Tel Aviv verbonden atoomdeskundige Emily Landau.

Landau sprak gisteren op een congres in Jeruzalem over Irans nucleaire programma. De meeste sprekers, atoomdeskundigen uit Israël, Iran en Europa, waarschuwden voor de gevaren van een aanval op Iran. Avner Cohen, een van hen, vreest dat zo’n aanval een Iraanse atoombom alleen maar dichterbij brengt. „Iran zal een heel eind gaan, maar zal uit zichzelf niet een kernbom ontwikkelen. Ahmadinejad weet dat Israël en de VS dat niet zullen accepteren. Liever wil hij het punt bereiken dat Iran een kernmacht zou kúnnen worden, zodat het meespeelt op het internationale toneel.” Een aanval van Israël zou, volgens Cohen, „Iran over de grens trekken”.

Cohen zegt na afloop dat de Israëlische regering niet de gevolgen van een oorlog kan overzien. De shi’itische beweging Hezbollah in Libanon, Hamas in de Gazastrook, en misschien ook Irans bondgenoot Syrië kunnen met hun raketten dichtbevolkte centra in Israël raken. „En Iran heeft voor zover we weten de mogelijkheid om een half dozijn raketten per dag te lanceren. Misschien nog belangrijker: Israël kan het regime in Iran nooit afzetten, dus het zal op een uitzichtloze oorlog kunnen uitdraaien. Die kun je nooit op je eigen voorwaarden beëindigen, dus zal het Israëls positie verzwakken.”

Atoomexperts nuanceerden gisteren de claim van de Israëlische regering dat Iran op het punt staat een kernbom te maken. Landau zei dat Iran „een ambigue kernmacht” wil blijven, op de drempel van een bom. „Ze zijn niet gek in Teheran, verder zullen ze echt niet gaan.” Een aanval, zoals Israël eerder deed op installaties in Irak (1981) en Syrië (2007), is volgens haar „ten zeerste af te raden”. „De gevolgen zullen gigantisch zijn voor Israël en de regio, zonder dat er iets bereikt wordt.”

Net als Landau staat politiek columnist Nahum Barnea van Yedioth Ahronoth (Israëls grootste krant) bekend als een aanhanger van de IJzeren Muur-doctrine. Die betekent: Israël slaat altijd als eerste, en hard ook. Bij hem zijn, net als bij Landau, nu twijfels gerezen over het nut van een aanval. In maart citeerde hij instemmend een rapport van de Bar Ilan Universiteit, waarin staat dat een oorlog Israëls internationale positie verder kan verzwakken. Iran kan oproepen tot sancties en Israël isoleren.

Barnea sluit niet uit dat de dreigementen van Netanyahu aan Ahmadinejad koudeoorlogtrucs zijn, die Iran bang moeten maken. Maar, schrijft hij, hij heeft zich daarmee klemgezet. „Netanyahu heeft een Hitler van Ahmadinejad gemaakt. Tegen Hitler vecht je tot de laatste bunker. Netanyahu’s geloofwaardigheid staat nu op het spel. Als hij zich terugtrekt, zullen de kiezers teleurgesteld raken. In wanhoop kan hij de vlucht naar voren kiezen.”