Pompidou zet Parijs in Metz neer

Doe eens iets anders dan contemporaine kunst opzoeken in het hart van Parijs. Vanaf morgen is er een alternatieve reisroute naar het Centre Pompidou. Stap op de hogesnelheidstrein naar Oost-Frankrijk. Na 1 uur en 20 minuten ben je er. Rechtsaf het station uit. Daar leidt een loopbrug rechtstreeks naar een witte gedaante op zwierige houten poten: het Centre Pompidou Metz.

Het is een gebouw, zeggen ze. De Japanse architect Shigeru Ban heeft zich laten inspireren door een in Parijs gekochte Chinese strooien hoed. Zijn partner, de Fransman Jean de Gastines, vergelijkt hun creatie met een zakdoek, die achteloos over zevenhonderd meesterwerken uit de moderne kunst is gedrapeerd. Je zou er ook een circustent in kunnen zien.

Station, loopbrug, onbestemd gebouw: binnen heb je nog niets gevoeld van de stad. Metz ligt buiten, te bewonderen vanuit vier vitrines in het museum, gericht naar alle windstreken.

Pompidou is het eerste grote Franse museum dat uitbreidt in de provincie na internationale ‘delokaliseringen’ van musea, van het Guggenheim in Bilbao tot het Louvre in Abu Dhabi en de Hermitage in Amsterdam. Maar dit is anders: hier gaat Parijs decentraal. In het noordoosten van Frankrijk vieren de bestuurders dat als een culturele revolutie. Trots citeren ze The New York Times, die Metz rekent tot de 44 culturele activiteiten die je dit jaar moet ondernemen. Kun je nagaan: Métz, de stad van eeuwenlange oorlog, grensgevechten en annexaties, de stad van „catastrofen in alle soorten”, aldus de burgemeester. Eindelijk een dag geluk voor de stad van pech, zegt hij.

Vandaag opent president Nicolas Sarkozy de nieuwe vestiging. Na generaties soldaten biedt Metz nu onderdak aan de schatten van Delaunay en Matisse.

Vervolg Centre Pompidou: pagina 9

In Pompidou Metz wordt de kijker een abstractie

Ja, en ook van Quentin Tarantino, allen bijeengebracht in een groots thematisch perspectief dat in Frankrijk doorgaans het voorrecht is van Parijs. Chefs d’Oeuvre? heet de eerste expositie – meesterwerken, met een vraagteken. De splinternieuwe museumdirecteur, Laurent Le Bon, zegt dat dit museum, en zijn eerste expositie, bestaan bij de gratie van de ‘toeschouwer’, de ‘regardeur’ – met verplichte knipoog naar Marcel Duchamp.

Maar dat is natuurlijk niet zo. Pompidou Metz behoort tot de generatie musea, die geen plaats meer willen zijn, met deuren, zalen en ramen, maar een gebeurtenis, een ervaring. Een visueel experiment met de bezoeker. De kijker wordt een abstractie, opgetild uit de wereld en achtergelaten in een geheel van variërende gezichtspunten – voorheen museum genaamd.„U bent onze eerste performance”, zei Le Bon gisteren.

Vanaf de derde etage is de kathedraal van Metz te fotograferen, als deel van een rondje waarin ook foto’s en uitspraken figureren die kunstenares Sophie Calle heeft verzameld: „Ik heb geen schoonheid nodig, ik heb geen behoefte aan beelden in mijn hersens.”

Op dezelfde etage, naast een schermpje waarop Jean-Luc Godards film Bande à part uit 1964 wordt vertoond, duiken beelden op die eigenlijk van ons, het publiek, gestolen zijn. Vincent van Goghs Zeegezicht bij Scheveningen, in 2006 ontvreemd uit het Scheringa Museum in Spanbroek, is bijvoorbeeld hier te zien. Op een scherm met een selectie uit de database van gestolen kunstwerken van de opsporingsorganisatie Interpol.

Van het voortdurende spel met de blik, met de presentie van dingen en mensen, maakt ook het Centre Pompidou in Metz zelf deel uit. President Sarkozy en lokale bestuurders prijzen de stad, spiegelen Metz een toekomst voor zoals Bilbao, de Baskische stad die dankzij zijn eigen Guggenheim een toeristische trekpleister werd, een congresstad, een hotelparadijs. Naast het museum komt een nieuw congrescentrum, er is een sporthal gebouwd, de stad droomt van nieuwe bloei.

Tot zover niets nieuws. Op de tweede etage staan dertig maquettes van musea die de afgelopen vijftig jaar in Frankrijk zijn gebouwd. Villeneuve d’Ascq, Orléans, Marseille, Rennes, Nîmes: elke stad heeft zijn artistieke experiment. En overal moeten plaatselijke bestuurders zijn geweest die bij de opening hetzelfde zeiden als te zien is bij het filmpje over het Musée des Beaux Arts et d’archéologie in Besançon in 1970: „helemaal nieuw, helemaal modern”.

Opeens wordt Pompidou Metz de overtreffende trap van een provinciaal prestigeproject: niet alleen een dure architect, nu ook met een chique naam.

Maar de nieuwe vestiging van het Centre Pompidou luidt eigenlijk geen trek naar de provincie in, maar eerder een ‘dematerialisering’, een onthechting van plaats en tijd. Net als het Louvre, dat over twee jaar een vestiging opent in het Noord-Franse Lens, wordt het Centre Pompidou een merk dat overal te verkopen is.

De directeur van het Centre Pompidou Parijs, Alain Seban, zei gisteren dat er geen nieuwe gedecentraliseerde vestigingen komen van zijn museum – plannen om een dependance in Shanghai te openen waren al eerder stukgelopen. In plaats daarvan kondigde Seban de komst aan van een ‘mobiel Pompidou’: na Pompidou Paris en Pompidou Metz nu „Pompidou Nomade”, een compleet mobiel museum dat over enkele maanden zal gaan reizen langs ‘de periferie van provinciesteden en door rurale gebieden’.

Circus Pompidou komt eraan.

Meer info en beelden op centrepompidou-metz.fr