Luisteren naar leider Iran kan ook

Westerse diplomaten lopen weg bij de toespraak van de Iraanse president Ahmadinejad als hij de Verenigde Naties toespreekt (nrc.next, 4 mei). Maar is het geen kwestie van respect en goed fatsoen om ten minste bereid te zijn naar anderen te luisteren? Begint conflict niet waar begrip opbrengen eindigt?

We willen niet dat de VN een platform voor racisme en antisemitisme worden, daar is het nucleaire vredesproces te belangrijk voor, verdedigt Maxime Verhagen zich in de media en op twitter. Ik zou zeggen: het nucleaire vredesproces is te belangrijk om níét naar Ahmadinejad te luisteren.

In tegenstelling tot de desbetreffende vertegenwoordigers van vele westerse naties heb ik wél de hele toespraak gehoord. En alhoewel Ahmadinejad zich kritisch uit over interventies in Afghanistan en buurland Irak, fel de Gaza-oorlog bekritiseert en zich uitspreekt voor de rechten van de Palestijnen, is er geen antisemitische of racistische uitspraak te horen. Hij spreekt over een Palestina waar joden, Palestijnen, islamieten, christenen vredig naast elkaar kunnen wonen en rechten genieten. Hij stelt ook de vraag of het énige land dat ooit kernwapens heeft gebruikt tegen een ander land wel zo’n belangrijke machtspositie in de Veiligheidsraad moet hebben.

De waarde van de VN is dat zij een platform zijn om naar elkaar en elkaars zorgen te kunnen luisteren, afspraken te maken voor vooruitgang, ontwapening en vrede. Dat kan door elkaars zorgen serieus te nemen en wederzijds het gesprek aan te gaan.

Omdat mijn vertegenwoordigers niet naar de speech luisteren, luister ik zelf. Ik raak door Ahmadinejads woorden meer geïnspireerd dan door het weglopen van de Nederlandse delegatie.

Roeland Ramakers

Communicatiedeskundige en conflictbemiddelaar in opleiding, Utrecht