'Ik maak me ongelooflijk zorgen om het land'

Rita Verdonk (Trots) heeft één zetel, maar blijft geloven in „de gewone mensen”. Eerste van reeks lijsttrekkersinterviews – van laag in de peiling naar hoog.

Ooit maakte ze linkse partijen gek met haar harde anti-immigratiebeleid en was ze een stemmenkanon voor de VVD. Nu wordt Rita Verdonk in de Tweede Kamer meestal genegeerd, en beloven de peilingen haar nul zetels, of op een goede dag één.

U zit nu hier in dit zolderkamertje in het Kamergebouw. U krijgt weinig aandacht, de peilingen zijn slecht. Waar haalt u de energie vandaan om door te gaan?

„Ik ga natuurlijk veel het land in, spreek met de gewone mensen. Daar heb ik volop krediet en steun. En ik maak me ongelooflijk veel zorgen om het land. Ik bedoel, ik doe dit niet voor mezelf. Ik heb kinderen, ik hoop ooit kleinkinderen. We moeten nu echt een omwenteling maken, op het gebied van bestuur, economie, cultuur. Er is een systeemcrisis.”

Wat zeggen die mensen in het land tegen u?

„Dat ze zich ook zorgen maken, dat ze geen vertrouwen hebben in Den Haag. Het is heel makkelijk om daarin mee te gaan...”

Dat doet u toch ook? U bent zeer kritisch over het openbaar bestuur.

„Nee, daar ga ik niet in mee. Ik probeer dat positief om te buigen, vraag ze: wat zou je willen veranderen? En: kom eens met een eerste stap van een oplossing. Ik vind niet dat de overheid altijd moet helpen en dat mensen hun problemen niet zelf kunnen oplossen, maar ik vind wel dat je recht hebt op goede dienstverlening als je erom vraagt. De overheid levert geen waar voor haar geld. Het geld gaat naar ambtenaren, maar ook naar allerlei subsidies en maatregelen waarmee de overheid zich bemoeit met ons leven.”

Huursubsidie, uitkeringen, AOW, hypotheekrenteaftrek. Het geld gaat ook naar burgers.

„Wij vinden dat we op een andere manier met overheidsfinanciën om moeten gaan. Trots wil over een periode van acht jaar 600 miljard op een andere manier besteden. We zijn voor een vlaktaks van 25 procent inkomensbelasting. We stoppen met rondpompen van geld, mensen kunnen hun eigen keuzes maken.

„Er is een cultuur gegroeid in Nederland waarin die overheid steeds heeft geroepen: dat regelen we wel, we maken er een rapport over. En burgers zijn daarop gaan vertrouwen. Dat moeten we durven doorbreken, want dat kunnen we gewoon niet betalen. We hebben veel te veel regels. En we hebben te veel ambtenaren nodig om die regels te schrijven en te controleren.”

Die regels komen niet uit het niets, de maatschappij heeft er blijkbaar behoefte aan.

„Je moet niet kijken naar de status-quo, maar juist durven uit te gaan van een situatie zonder regels. We zouden groepen ondernemers en groepen burgers bij elkaar moeten zetten om te kijken: wat kun je zelf en wanneer loop je tegen het belang van een ander aan. Dan heb je regels nodig.”

In uw programma staat: Ministers en wethouders benoemen na installatie de ambtelijke top. Direct daarna schrijft u: alle benoemingen worden afgeschaft zodat partijpolitieke baantjesverdeling en vriendjespolitiek tot het verleden behoren. U bent dus tegen politieke benoemingen, maar er ook voor.

„Nu krijgt een minister een ambtelijke top die er al heel lang zit en die ook deel uitmaakt van dat politiek-bestuurlijke spel om elkaar de baantjes toe te schuiven. Je ziet dezelfde twee- tot driehonderd man in Nederland steeds terugkomen. Daar moet een frisse wind doorheen.”

U bent dus niet tegen het principe van de politieke benoeming, maar u wilt dat deze groep mensen een keer weggaat?

„Nee, ik ben ook tegen het principe. Nu kun je als nieuwe minister wel de boodschap hebben meegekregen om naar het noorden te gaan, maar als al die ambtenaren naar het zuiden willen, dan is het heel lastig dat te doorbreken. En dat blijkt ook. Natuurlijk moet je de knowhow niet verkwanselen. Je laat er enkele zitten, wegens de ervaring, en verder zet je advertenties voor mensen buiten het ambtenarenapparaat. Gewoon in de krant. Als je helemaal opnieuw moet beginnen, ben je twee jaar bezig die ervaring op poten te krijgen, dan is de helft van je ministersperiode achter de rug en kun je helemaal niets meer.”

Maar u maakt dat wel mogelijk.

„Ja, maar het zou niet slim zijn.”

U wilt ambtenarensalarissen bevriezen. Daar zitten ook leraren, gevangenisbewaarders enzovoorts tussen.

„Beleidsambtenaren, staat er duidelijk.”

Nee hoor, in uw programma staat ambtenaren.

„Dan had er beleidsambtenaren moeten staan.”

Waarom worden alleen hun salarissen bevroren?

„Uitvoerende ambtenaren zijn de mensen die het echte werk doen, die hebben direct te maken met de burger. Op elk departement zitten mensen beleid te schrijven dat ze vervolgens over de schutting gooien. Maar beleid dient uit de uitvoering te volgen.”

U bent zelf heel lang beleidsambtenaar geweest. U heeft toch geen onzinnige dingen gedaan, dertien jaar lang?

„Als directeur in het gevangeniswezen en als directeur Staatsveiligheid heb ik met mijn voeten in de blubber gestaan, hoor. Ik heb altijd direct in de uitvoering gezeten, en daarna indirect.”

U hebt wel eens gezegd: wij gaan een aantal punten noemen waar we bij een formatie niet over onderhandelen, zodat de kiezer weet waar hij bij Trots aan toe is. Kunt u die met ons delen?

„Nee. Wat ik in eventuele coalitieonderhandelingen ga doen, ga ik niet vertellen.”

Maar u had gezegd: vóór de onderhandelingen vertel ik dat. U bedoelt dus: voor de onderhandelingen, maar na de verkiezingen?

„Juist.”

Te vaak worden in achterkamertjes zaken geregeld, vindt u. Nu vraagt u aan de kiezer: vertrouw op mij, u hoort wel welke punten voor ons onbespreekbaar zijn.

„De kiezer weet heel goed waar Trots voor staat.”

Dat klinkt heel erg als oude politiek.

„Nee, helemaal niet.”

Een beetje wel.

„We komen daarmee naar buiten wanneer wij het een goed moment vinden. Binnen nu en twee weken komen we met een heel mooi affiche en daar staat een aantal punten op.”

Een affiche, dat is dus toch voor de verkiezingen?

„Dat is wel handig, hè?”

Wat zijn de meest urgente problemen de komende vier jaar?

„We moeten er financieel natuurlijk beter voor komen te staan en er moet meer werkgelegenheid komen. Wij willen dat Nederland veiliger wordt, bijvoorbeeld door meer politieagenten. Ouderen krijgen niet de zorg die ze verdienen. En natuurlijk moeten de immigratiecijfers heel snel weer omlaag. Als je in Nederland wilt wonen, dan doe je mee. Meedoen moet, teruggaan is ook goed.”

Dat klinkt weinig uniek. Wat is uw toegevoegde waarde in het politiek landschap?

„Heb je bij een van de andere partijen zo’n omwenteling gezien in het bestedingspatroon van de overheid, van 600 miljard over twee kabinetsperioden?”

Denkt u dat mensen daarop zitten te wachten in deze tijden van economische onzekerheid?

„Ik denk dat heel veel mensen zich afvragen waar we eigenlijk mee bezig zijn geweest de afgelopen jaren, door het potverteren van een pot die we nog helemaal niet in handen hadden.”

Al die mensen zijn niet terug te zien in de peilingen.

„Peilingen scheppen een virtuele Haagse werkelijkheid. Daar wordt de media-aandacht van afgeleid. Voor ons zit er maar één ding op en dat is het land ingaan. Zichtbaar zijn, overal, en met mensen het gesprek aangaan.”

U bent nu heel klein. Hoe groot denkt u dat u kunt worden?

„Minimaal tien zetels. Dat is het doel dat Trots op Nederland gesteld heeft.”

Hoe realistisch denkt u dat dat is?

„Nog steeds realistisch.”

Stel, u haalt geen tien zetels, maar slechts een paar. Hoe lang wilt u investeren voor u moet zeggen: blijkbaar krijg ik niet voldoende steun?

„Grote veranderingen lukken nooit van de ene op de andere dag. Dat betekent dat een lange adem nodig is. Ik heb laten zien dat het mogelijk is een politieke beweging in Nederland op te bouwen. We hebben zevenhonderd vrijwilligers, bijna duizend leden, we zijn bezig met een kenniscentrum, we hebben een jongerenorganisatie, Jong Trots, er ligt een prachtig partijprogramma en een lijst met 31 kandidaten. Nu het is het een kwestie van uitbouwen. Dus dat mag best een tijdje duren.”