'Ik ben niet het type dat instort'

Niels Kokmeijer moest zijn voetbalcarrière beëindigen na een harde overtreding van een tegenstander. „Die trap vergeef ik hem niet”, zegt hij bijna zes jaar later.

In december 2004 kwam er een abrupt einde aan de profcarrière van voetballer Niels Kokmeijer (32). De aanvaller van Go Ahead werd in de wedstrijd tegen Sparta het slachtoffer van een onbesuisde trap van zijn tegenstander. De dader, Rachid Bouaouzan, werd strafrechtelijk vervolgd voor zijn daad. Kokmeijer kwam de gecompliceerde beenbreuk fysiek niet te boven, maar pakte de draad bewonderenswaardig snel weer op. De trap vergeeft hij zijn tegenstander echter niet.

U lag acht weken in het ziekenhuis in de wetenschap dat uw carrière waarschijnlijk voorbij was. Hoe voelt een profvoetballer zich dan?

„Ik ben niet het type dat instort omdat zijn voetbalcarrière aan een zijden draadje hangt. Mijn ouders hadden het ongeluk op het veld gezien en waren in alle staten. Geschokt, verontwaardigd, maar vooral enorm bezorgd om mij: hoe zou ik hiermee omgaan? Maar ik denk juist dat ik mijn ouders en vrienden wat troost heb kunnen bieden. Dat klinkt raar, maar doordat ik van nature een positieve houding heb, durfden ze me op te zoeken in het ziekenhuis in Rotterdam. Daar werd niet alleen getreurd, we hebben af en toe ook flink gelachen. In het ziekenhuis ging het iedere dag een beetje slechter en toch hield ik hoop dat het nog goed zou komen. Je wilt het ook zo ontzettend graag, voetballen is het mooiste wat er is.”

Maar het kwam niet goed.

„Toen dan toch de mededeling kwam dat mijn carrière voorbij was, ben ik van binnen even ontzettend verdrietig geweest, maar niet lang. Ik heb snel kunnen accepteren dat het nu eenmaal zo was. Misschien ben ik wel een geluksvogel dat ik zo’n houding heb.”

Hoe boos bent u geweest op de voetballer die u ontnam wat u zo dierbaar was?

„Natuurlijk ben ik boos geweest op Rachid Bouaouzan. Absoluut. Wat hij gedaan heeft, is te gek voor woorden. Dat was geen overtreding, het was een aanslag, puur uit wraakzucht omdat zijn club geen penalty had gekregen. Je ziet het overigens vaker, sommige voetballers kunnen een beslissing van een scheidsrechter niet accepteren en spelen vervolgens voor eigen rechter. De stoppen slaan soms door. Ik heb mijn boosheid niet van de daken geschreeuwd, hoe schandalig die overtreding tegen mij ook was. Het zou heel gemakkelijk zijn geweest om Bouaouzan tot de grond toe af te branden en er waren ook journalisten die dat probeerden uit te lokken. Dan vroegen ze of ik niet vond dat ’ie aan de hoogste boom moest worden opgeknoopt, maar dat zijn teksten die niet bij me passen. Wrokkig zijn heeft geen zin, dan kom je in een neerwaartse spiraal terecht. Daar had ik geen behoefte aan.”

Maar toch wel behoefte aan excuses van Bouaouzan?

„Twee weken na het incident is hij samen met de voorzitter van Sparta een keer langs geweest om zijn excuses aan te bieden, verder heb ik niets meer van hem gehoord, geen kaartje of telefoontje. Zijn houding vond ik op z’n zachtst gezegd van weinig betrokkenheid getuigen. Ik ben niet degene die hem moet vertellen hoe hij zich moet gedragen. En of iemand me nu wel of niet excuses aanbiedt, dat veranderde toch niets aan mijn situatie. Ik wilde verder, klaar.”

Het was niet meteen klaar. U heeft aangifte gedaan bij de politie. Waarom deed u dat?

„Het ging me om het recht. Ik wilde dat er een statement werd gemaakt dat de wet op het voetbalveld grof was overtreden. Wat Bouaouzan deed vond ik niet kunnen. Jij doet ook aangifte als iemand je op straat zomaar met een honkbalknuppel op je hoofd slaat. Daarbij nam hij me mijn brood af en ik wilde dat dat werd gecompenseerd.”

Het is in een arbitragezaak in 2008 tot een schikking gekomen en u ontving een schadevergoeding. Bouaouzan werd door het OM ook nog strafrechtelijk vervolgd. Hebben die juridische zaken geholpen bij de verwerking van wat er was gebeurd?

„Ja, zonder meer, maar het was wel zwaar. Ik wilde het liefst bezig zijn met de toekomst, zo snel mogelijk revalideren en ondertussen nadenken hoe ik mijn leven opnieuw zou inrichten. Tegelijkertijd werd ik voortdurend herinnerd aan dat oude leven, waaraan ik geen deel meer had. Met de schikking die uiteindelijk werd getroffen, was ik heel tevreden en op het moment dat het gerechtshof Bouaouzan strafrechtelijk veroordeelde, was ik opgelucht. Er was sprake van genoegdoening en er was bewijs dat zulke overtredingen niet kunnen. Toen kon ik het pas echt achter me laten.”

Stel dat de rechter had besloten dat de overtreding van Bouaouzan valt onder het risico van de beroepsuitoefening? Hoe had u zich dan gevoeld?

„Dan had ik het er zonder twijfel lastig mee gehad om de gebeurtenis te accepteren, dan had ik er veel vaker aan teruggedacht. Ik sluit niet uit dat ik op dit moment dan wrokkig was geweest.”

Had u na de uitspraak van de rechter behoefte om Bouaouzan te vergeven?

„Nee, ik heb zijn excuses geaccepteerd, dat is het. Maar die daad was zo grof, zo buitenproportioneel, die trap kan ik hem niet vergeven. Het is moeilijk, weet je, waarschijnlijk heeft hij het niet eens met opzet gedaan, maar dat je iets doet dat zó ver van het voetbal afstaat. Nee... Dat is toch niet te vergeven, denk ik. En als Bouaouzan nou iemand was met wie ik had kunnen praten, iemand met wie ik op dezelfde golflengte had kunnen komen, dan was het misschien anders geweest, maar dat was niet het geval. Hij zei helemaal niets.”

En hoe voelt u zich nu?

„Ik ben heel gelukkig. Mijn vriendin Saskia en ik runnen samen een webwinkel, badjasparadijs.nl, waarbij we in steeds meer Europese landen badjassen verkopen. Verder ben ik manager van een sportmarketingbureau en bondscoach van het Nederlands Beach Soccerteam. Dat laatste is het leukste wat ik op het moment doe. Het is geweldig om weer samen met gedreven, talentvolle sporters op te trekken. Namens het Cruyff Institute for Sport Studies geef ik ook nog elke week les aan jongeren uit sociaal minder ontwikkelde wijken. Kinderen samen laten sporten en leren hoe ze zelfstandig een evenement moeten organiseren, waarbij je ze ook nog laat zien dat respect hebben voor elkaar belangrijk is. Het is doodzonde dat ik niet alles uit mijn voetbaltalent heb kunnen halen, maar dit afwisselende leven is ook erg de moeite waard.”

Misschien zit Bouaouzan nog enorm in zijn maag met die trap, misschien wel meer dan u.

„Misschien wel. Maar ik heb geen behoefte daarover te speculeren en ook niet om er nog eens over te praten met hem. Nee, ik koester geen wrok tegen hem. Ik kan hem alleen volstrekt niet begrijpen. Dat is het woord: onbegrip. Daarom kan ik hem ook niet vergeven.”

Dit interview wordt opgenomen in het boek Zoals wij ook anderen... over wrok en vergeving, dat binnenkort verschijnt bij Nijgh & Van Ditmar