Hitsige hond

Wat hebben de drie dolle Italiaanse dagen ons geleerd? In elk geval dat de kwaliteit van de koersbroeken achteruit holt. Ik heb wielrenners in hun blote kont zien fietsen. Geen aantrekkelijk beeld, twee witte billen die uit een gapend gat puilen. Aan de andere kant, het waren ook ontroerende plaatjes. Ongewild het achterwerk tentoonspreiden maakt een mens nederig en aards en kwetsbaar.

In de etappe naar Middelburg zag ik gisteren Marzio Bruseghin overeind krabbelen. Hij raapte zijn fiets uit de berm en plantte twee ontblote wangen in het zadel. En voort ging het weer. De Italiaan die de kopman is in de Giro van een door een Franse bank gesponsorde Spaanse ploeg nam zijn verantwoordelijkheid als onvrijwillige nudist. De billen van Bruseghin waren overigens gebruind.

Ik vermoed dat Giro-directeur Zomegnan als een tevreden mens terugkijkt op het uitstapje naar de Lage Landen. De Ronde van Italië is niet bedoeld als sportwedstrijd, het is een spektakel van de zinnen. De Giro is bedoeld om er over na te kunnen praten.

De Franse sportkrant L’Equipe heeft berekend dat er in de tweede etappe van Amsterdam naar Utrecht 100 coureurs tegen de vlakte zijn geslagen. Dat is, zeg maar, het halve peloton. Nederland, met zijn ontregelende sculpturen op de openbare weg om het alledaagse verkeer tot een discipline te bewegen die overeenkomt met het logistieke ideaalbeeld van een pretpark, zou niet geschikt zijn om een wielerpeloton van tweehonderd eenheden op te vangen? Nederland heeft de laatste drie dagen bewezen dat het prima in staat is een peloton te vermaken.

Coureurs hoor je niet klagen. Ze voeren uit wat Zomegnan in het draaiboek heeft beschreven. Zíj maken niet de Giro, de Giro maakt hen. En dus knallen ze op vluchtheuvels en paaltjes. Plichtsgetrouw, als het ware. De coureur als figurant in een economisch concept.

De eerste dagen van een grote ronde gedraagt het peloton zich als een hitsige hond. Barrières worden niet opgemerkt, de liefde zoekt onstuimig een uitweg. Niets ligt vast, het onmogelijke is mogelijk. De droom smeekt om een daad. Veel te vroeg is het om aardig te zijn voor elkaar. Ach ja, de hoffelijkheid zal met de vermoeidheid terugkeren.

Ik zie het gebeuren op het televisiescherm, dat wil zeggen: een helikopteroog slaat het gade. Ik kijk naar Zeeland zoals de Italianen het willen zien, en ik moet zeggen dat ik onder de indruk ben. Wind speelt met water en coureur. Voor het oog van God is het gespartel beneden een feest.

Het oog van God zoomt in op een verloren sliertje renners van Caisse d’Epargne. Bruseghin koerst niet meer in zijn blote kont. Die moet ergens in een berm van broek hebben gewisseld terwijl een zilte bries zijn scrotum wiegde.