Een paradijs voor kauwen, kraaien en ratten

Plaagdieren floreren dankzij de staking van de vuilophalers in Amsterdam en Utrecht. „Voedsel op straat is lekkerder dan als het door het riool is gespoeld.”

Een exact moment waarop de staking van de huisvuilophalers in Amsterdam en Utrecht een gevaar voor de volksgezondheid gaat vormen, is lastig te bepalen. Dat hangt volgens deskundigen af van de hoeveelheid afval op straat. Van de periode dat het buiten ligt. Van de temperatuur. En van de grootte van de aanwezige populaties plaagdieren, en de conditie waarin deze zich bevinden. „Maar er is zeker een relatie tussen afval en ongedierte”, zegt directeur Nico Vonk van het Kenniscentrum Dierplagen in Wageningen. „Waar mensen voedsel achterlaten, duikt ongedierte op. Het zijn cultuurvolgers.”

De keten van gebeurtenissen ziet er als volgt uit. Zet lang genoeg veel afval op straat en er komen meeuwen, kraaien en kauwen op af. Zij trekken de afvalzakken los en verspreiden het afval door grote delen van de stad. Vervolgens zien bruine ratten hun kans schoon. Die leven doorgaans in riolen, maar komen graag naar boven om rottend voedsel op te halen. „Voedsel op straat is lekkerder dan als het door het riool is gespoeld”, legt Vonk uit. Ook huismuizen doen er zich graag aan tegoed.

Door al dat voedsel verbetert de conditie van de knaagdieren en wordt hun voortplanting bevorderd. „Als een vrouwtjesrat in een goede conditie verkeert, heeft dat invloed op de worpgrootte”, zegt Bastiaan Meerburg, onderzoeker ziekte en plagen aan Wageningen Universiteit. „Een bruine rat krijgt per jaar gemiddeld achttien tot twintig nakomelingen.” Het is nu nog tamelijk koud en dat is maar goed ook. Want als de temperatuur de twintig graden bereikt bij zonnig weer, dan planten ook de vliegen rondom het huisvuil zich razendsnel voort. „Een vlieg legt honderden eitjes in één keer. Dat is een kwestie van dagen. Het gaat gigantisch snel”, zegt Nico Vonk.

Het ongedierte kan vervolgens infectieziekten overbrengen. Vliegen landen tijdens een lunch in de tuin op voedsel en brengen daarbij salmonella of campylobacter over. Deze bacteriën zijn goed voor hevige buikkrampen en flinke diarree. Ratten en muizen kunnen een andere bacterie overdragen, leptospira, die de ziekte van Weil tot gevolg kan hebben. Meerburg: „De bacterie bevindt zich in de urinewegen van ratten. Die hebben daar geen last van. Mensen wel.”

Als voorbeeld noemt de onderzoeker een politieman die enkele jaren geleden in Friesland overleed aan de gevolgen van een besmetting met leptospira, na het geven van eerste hulp bij een ongeval op het water.

Gemeenten zijn in Nederland verantwoordelijk voor het ophalen van afval. In geval van een staking is er echter geen sprake van het verwaarlozen van deze taak, stelt een woordvoerder van het ministerie van VROM. „Gemeenten willen de stakingen voorkomen door naar de rechter te stappen. De rechter heeft de stakingen niet verboden. Als de volksgezondheid in gevaar komt, kunnen de gemeenten weer naar de rechter.”

Ook hebben gemeenten de plicht actie te ondernemen vóórdat moet worden overgegaan tot het bestrijden van ongedierte. Niet alle gemeenten zijn zich van deze „zorgplicht” bewust, zegt Nico Vonk. „Er zijn bijvoorbeeld nog steeds arrogante gemeenten die vinden dat burgers van ongedierte geen melding moeten maken, maar beter zelf een verdelgingsbedrijf kunnen bellen.”

Mochten de stakingen onverhoopt lang aanhouden, dan zijn gemeenten volgens Vonk verplicht om hoe dan ook het huisvuil op te halen, om te voorkomen dat ongedierte opduikt. „Bijvoorbeeld door uitzendkrachten in te huren.”

In Utrecht is de gemeente van de opruimplicht doordrongen. Zodra volgens de GGD Utrecht sprake is van een gevaar voor de volksgezondheid, zal de gemeente „calamiteitenteams” inzetten om het afval weg te halen. Die situatie is nog lang niet bereikt, laat de GGD Utrecht weten. „Er is geen gevaar voor de volksgezondheid en wij verwachten ook niet dat dit zal optreden.”

Wat er moet gebeuren om wel te spreken van een gevaarlijke situatie, weet de woordvoerder niet. „Dat moeten we per geval beoordelen.”

Intussen kan ook zonder gevaar voor infectieziekten de overlast groot zijn. Zo gaan er volgens de deskundigen regelmatig veestallen in vlammen op zonder dat de toedracht daarvan kan worden opgehelderd. Dat kan heel goed het werk van ratten zijn die aan elektriciteitsdraden hebben geknaagd. „Zo is menige stal afgebrand”, zegt Nico Vonk.