De popauteur

Er is een kleine hausse aan muzikanten die schrijven.

Patti Smith, David Byrne en Peter Hook schrijven boeken over onderwerpen die dicht bij de muzikanten zelf liggen.

Sommige popmuzikanten kunnen ook schrijven. Denk in het verleden aan bijvoorbeeld Bob Dylan of John Lennon. De schrijvende muzikant behoort doorgaans niet tot de jongste generatie en de kleine hausse aan popauteurs die op dit moment van zich doet spreken, bestaat dan ook uit gevestigde namen: Patti Smith, David Byrne (Talking Heads), Peter Hook (bassist van New Order/Joy Division), en als jongste Luke Haines (42), ooit zanger van de Britse band The Auteurs.

Smith schrijft over de bohémienne kunst-scene in New York aan het begin van de jaren zeventig, in Just Kids; Byrne over zijn liefde voor fietsen, in Op de fiets; Hook inventariseerde de uitspattingen van het nachtleven, in de jaren tachtig en negentig, in Hacienda. How not to run a club. En Luke Haines schreef Bad vibes, Britpop and my part in its downfall: een venijnige afrekening met de muziekbusiness.

Zo liggen de onderwerpen dicht bij het eigen leven, en wordt er impliciet vanuit gegaan dat de lezer zich voor die levens interesseert. Zeker David Byrne heeft niet zoveel moeite gedaan om zijn gedachtenstroom op een interessante manier te verwoorden. Hij doet verslag van zijn omzwervingen op de fiets, in bijvoorbeeld Manilla, Brazilië, Berlijn en vertelt over de voordelen van het reizen per fiets: hoeveel meer je ziet. Maar wat hij ziet komen we nauwelijks te weten. Byrne verliest zich in filosofische uitweidingen (over architectuur, man-vrouwverhoudingen) die soms frapperen, zeker als ze over muziek gaan, maar ook nogal wijdlopig zijn.

De twee Britse muzikanten zijn het grappigst, want groots in zelfspot. De manier waarop Hook en Haines hun eigen gedrag memoreren – respectievelijk drugsgerelateerd en onuitstaanbare diva-neigingen – is nietsontziend. Peter Hooks The Haçienda. How not to run a club gaat over opkomst en ondergang van discotheek de Haçienda in Manchester. Dat was van 1982 tot 1997 een van de toonaangevende internationale discotheken, maar bekostigd met geld van New Orders platenlabel Factory, waardoor de muzikanten in een financiële wurggreep zaten. De Haçienda begon als een van de eerste clubs in Europa house te draaien: op Ibiza, waar New Order in 1986 een cd opnam, ontdekten de muzikanten de nieuwste Amerikaanse dansmuziek en importeerden deze naar Manchester. Ze vergaten daarbij niet de toen nog onbekende xtc-pillen. Die combinatie leidde tot excessen: een maniakaal publiek in de Haçienda, en dj’s die wekelijks duizend pond voor de aanschaf van nieuwe houseplaten declareerden.

De geschiedenis van de Haçienda valt op door het geweld waar de club uiteindelijk mee te maken kreeg. Je kwam op de dansvloer niet alleen muziekliefhebbers tegen, maar ook drugsdealers, hosselaars en gewapende criminelen. Juist de liefde voor Manchester, met zijn stijgende werkloosheid en verwaarloosde buurten, was een reden dat Hook en de zijnen de club draaiende wilden houden: een toonaangevende discotheek gaf de stad tenminste íéts om trots op te zijn. Zijn boek is een nauwkeurige reconstructie van dit tijdperk: geen dj of muzikale stijl wordt overgeslagen. Het is eerst grappig, later wordt het treurig en te breed uitgemeten.

Ook het verhaal van Luke Haines beschrijft een neergang. Haines band The Auteurs werd begin jaren negentig binnengehaald als een ‘ontdekking’, en als voorloper van wat later Britpop zou worden. Maar voorman Haines wìl helemaal geen ster of Britpopper zijn, al wordt niet helemaal duidelijk wat hij dan wél wil, want hij is ook razend als recensenten hem over het hoofd zien. Zijn boek is een tirade tegen iedereen die in de jaren negentig populair werd: Blur, Pulp en vooral Oasis. Luke Haines houdt niet van toeren, niet van interviews, niet van zijn bandleden. Veelzeggend is de opmerking: ‘The problem is I never wanted to be in a rockband. I only like bands at their point of inception [beginpunt]’. Zijn boek is een treffend anti-serum tegen de wens om popmuzikant te zijn: het is zwaar en vies en je krijgt te maken met krankzinnigen, zoals de tourmanager die de bandleden LSD voert en hen laat optreden in een sportcafé in Boston waar de tv nooit uitgaat.

Van deze vier popauteurs heeft Patti Smith het mooiste en meest positieve boek geschreven. Haar Just Kids belicht de periode dat Smith als berooid meisje naar New York kwam en daar Robert Mapplethorpe ontmoette. Samen – eerst als geliefden, later als soulmates – droomden ze van een carrière in de kunst, waarbij ze niet precies wisten hoe die er uit moest zien: ze dichtten, waren nachtenlang aan het schilderen, maakten foto’s en filmpjes. Het aansprekende van hun verhaal is de manier waarop die creativiteit uiteindelijk gekanaliseerd wordt: Smith wordt zangeres en Mapplethorpe werd, tot zijn dood aan aids in 1989 op 42-jarige leeftijd, een wereldberoemd fotograaf.

We lezen dat het duo een tijdje in het Chelsea Hotel op Manhattan woonde, en daar deel uitmaakte van de kring rond coryfeeën als William Burroughs, Janis Joplin en musicoloog Harry Smith. Geïnspireerd door deze kennissen begon Smith haar carrière als dichteres. Het is grappig hoezeer de twee onder de indruk waren van de oudere garde: avonden lang hingen ze aan de bar in de hippe club Max Kansas City, voordat ze naar de ronde tafel in de achterkamer durfden waar de echte kunstenaars zaten, uit de kring rond Andy Warhol. Dit boek is een eerbetoon aan de vriendschap met Robert Mapplethorpe, dat ze hem, schrijft ze in haar nawoord, op zijn sterfbed had beloofd. Zo gaat Just Kids over de blijvende verbondenheid tussen Mapplethorpe en haarzelf, ook als ze later getrouwd is en kinderen heeft. Ze volgt Mapplethorpe’s ontdekking van zijn homoseksualiteit en vertelt hoe hij het homo-zijn in zijn kunst verwerkte, met voor die tijd uitzonderlijk eerlijke foto’s. Onsentimenteel beschrijft Smith hoe ze na zijn dood zijn ‘overblijfselen’ (as en botjes) in haar hand houdt, en hoe hij bij Smiths eerste succes als popmuzikant met een mengeling van trots en jaloezie tegen haar zegt: „Liefje, je hebt het eerder gemaakt dan ik.”