De politiek heeft nu de regie over de euro

Het reddingspakket van de EU voor europartners in nood heeft een hoge prijs: de euro is een speelbal van de politiek geworden, zegt Mathieu Segers.

Het is niet de markt, maar de politiek die beslist over het lot van de euro. Dat is op 10 mei opnieuw gebleken. Maar de pokeroverwinning van de euroland op de markten heeft wel een diepingrijpende prijs. Anders dan veelal gesuggereerd wordt, gaat het daarbij niet zozeer om miljarden die via de Europese Commissie heen-en-weer geleend kunnen gaan worden. Nee, de werkelijke prijs is van een andere orde. De euro heeft de schijn van de onschuld verloren. Dat is gebeurd op drie manieren, die velen in Nederland zullen schokken.

Ten eerste is duidelijk geworden dat wij allemáál Grieken en Portugezen zijn. De toestand daar is een Nederlands probleem om de eenvoudige reden dat ons land deel uitmaakt van de eurozone.

Ten tweede is er een mythe doorgeprikt die met name door Duitsland en Nederland (daarin gesteund door de Commissie) ongelooflijk lang in stand gehouden is omwille van de fierheid van de euro. Die mythe gaat als volgt: het financieel-monetaire management in euroland is net zo apolitiek en prudent als het vroegere West-Duitse en Nederlandse monetaire beleid en ook in euroland zijn prijsstabiliteit en budgetdiscipline zuivere beginselen die nimmer ten prooi kunnen vallen aan de politiek (en haar banaliteiten). Die mythe kon in tact blijven door het aanvankelijke succesverhaal van de euro. Het feit dat het via het Stabiliteitspact allerminst lukte het monetaire beleid te koppelen aan een even supranationale economische pendant, waardoor automatisch (dus apolitiek) budgetdiscipline zou kunnen worden afgedwongen, werd ontkend. Er stonden imago’s op het spel.

En ten derde is er de koude douche van het steunplan. Ook daarvan is tot op het laatste moment gezegd dat het bij verdrag onmogelijk en zelfs verboden was, opnieuw vooral door de Nederlandse en Duitse regeringsvertegenwoordigers, vrezend voor de volksfrustratie. De verdragsrechtelijke waarheid is een andere: de lidstaten – de politiek dus – hebben de mogelijkheid te besluiten om onorthodox te handelen in extreme situaties. Die werkelijkheid was al zichtbaar in de zwaar geclausuleerde redding van Griekenland. Zij is onomstotelijk komen vast te staan door de massieve tegenaanval van de EU van 10 mei en daarmee zijn de binnenlandse gevoeligheden in Duitsland (en Nederland) definitief terzijde geschoven. Sterker, het steunplan is in één weekeinde van een verwerpelijk wanhoopsinstrument getransformeerd tot de praalwagen van Europese solidariteit.

Dat laatste is pas echt schokkend vanuit Nederlands perspectief. Hét eurodoemscenario waarvoor altijd gevreesd is voltrekt zich nu: het uitkopen van even laveloze als onbetrouwbare partners met onze revenuen van de zuinigheid, omdat diezelfde partners anders ons onberispelijke financieel-economische imago onherstelbaar bezoedelen. Die voor Nederland onaangename politieke realiteit is tegelijkertijd een overwinning voor de Franse visie op de EMU. Parijs heeft zich altijd hard gemaakt voor: (1) een Europese munt, en (2) juist een zo politiek mogelijk management van die munt en de Europese continentale economie als geheel. Om in de jaren 90 het hogere doel van de EMU-wens daadwerkelijk te kunnen verwezenlijken heeft Frankrijk op het tweede punt veel water bij de wijn moeten te doen. In het bijzonder de liberalisering van de Europese kapitaalmarkten die Duitsland en Nederland wisten door te drukken, zit de Fransen niet lekker.

Sinds het uitbreken van de financiële crisis is Frankrijk in de tegenaanval. De neoliberale invulling van het project-Europa moet worden teruggedraaid. De politiek moet weer greep krijgen op de ongebreidelde globalisering. En Frankrijk wil een Europees bastion van (culturele) solidariteit tegen de ontwrichtende tendensen van die globalisering. Het verwijt Duitsland en Nederland disproportionele besparingen die (in eurolandtermen althans) zorgen voor deflatoire druk in de gehele eurozone. Kortom: de praalwagen van het steunplan is ook een Franse trofee.

Een nieuwe politieke arena is intussen alweer geopend. Daarin gaat het over de toekomst van de EMU (en daarmee van de EU). In de politieke strijd waarin de komende tijd beslist gaat worden over de invulling van de economische unie (de ‘E’ van de EMU) moet Nederland bereid zijn om schouder-aan-schouder met Duitsland vuile handen te maken. Zo bezien is het steunplan niet louter vloeken in de kerk van de monetaire prudentie, maar ook een kans. Politiek is immers ook ‘voor wat hoort wat’. Indien Nederland Duitsland steunt om het wisselgeld voor de Europese garantiestellingen maximaal te laten zijn in termen van supranationale economisch integratie, dan bestaat de reële mogelijkheid dat de Nederlandse belangen bij een stabiele munt in de toekomst zelfs beter behartigd zullen worden dan nu het geval is.

Maar om zo’n kans te kunnen benutten, is het nodig dat Nederland zich met grote urgentie bezint op de grondslagen van de eigen Europapolitiek. Onontbeerlijk daarbij is verzoening met de Europese werkelijkheid dat Athene ook in Nederland ligt.

Mathieu Segers is verbonden aan de afdeling internationale betrekkingen van het departement geschiedenis, Universiteit Utrecht.