De conclusie: iedereen heeft schuld

Het rapport van de commissie-De Wit zal niet tot een grote schoonmaak leiden.

Bankiers, toezichthouders, politici: iedereen heeft schuld aan de kredietcrisis.

Iedereen heeft schuld, iedereen moet lessen trekken. Voor de parlementaire onderzoekscommissie-De Wit, dat gisteren haar rapport naar de oorzaken van de kredietcrisis presenteerde, is er geen hoofdschuldige voor de crisis. Er is een collectieve blindheid ontstaan en daarmee een collectieve verantwoordelijkheid. Voor een bijltjesdag biedt het rapport weinig ruimte.

Een meerderheid in deTweede Kamer wil dat het vervolg van het onderzoek het karakter krijgt van een parlementaire enquête. Daarbij worden betrokkenen onder ede gehoord.

Met de voorstellen om het financiële stelsel te verbeteren sluit de commissie nauw aan bij internationale discussies. Verrassend of origineel zijn de aanbevelingen dus niet. Splitsing van banken in een nuts- en een risicovol gedeelte, aanpassing van het depositogarantiestelsel, aanpak van de beloningen, verhoging van kapitaalbuffers en versterking van een Europese toezichthouder – het zijn voorstellen die allemaal al internationaal de revue zijn gepasseerd.

Maar ze betekenen dat politici, bankiers en toezichthouders hun gedrag serieus zullen moeten veranderen. Ook de Tweede Kamer zelf zal lessen moeten trekken uit deze crisis, stelt de commissie.

Nederland is enthousiast meegegaan in het beleid van liberalisering en deregulering, juist omdat de Nederlandse banken internationaal wilden meespelen. De Kamer had daarbij meer kanttekeningen moeten plaatsen, beter moeten bekijken of er geen ongewenste ontwikkelingen waren. Ze heeft te weinig geïnvesteerd in eigen kennisontwikkeling en onderzoek. Lobby’s uit de financiële sector kregen te veel greep op Den Haag. Bovendien zat de Kamer te slapen bij de totstandkoming van internationale regelgeving en ging zij daarover te weinig met het kabinet in discussie.

Met hun lankmoedigheid gaven politici de banken speelruimte, die deze optimaal benutten. Banken gingen te veel risico’s lopen en plezierden hun aandeelhouders te veel.

De commissie wil echter waken voor overregulering. Ze sluit zich aan bij de Code Banken, die de sector in Nederland vorig jaar heeft opgesteld en die inmiddels wettelijk is verankerd, en dringt erop aan het risicomanagement beter te regelen. Een open deur.

Scepsis over deze zelfregulering heeft de commissie ook. Het moet niet zo zijn dat banken vooral gaan uitleggen waarom bepalingen niet worden toegepast. Dan moet de wetgever sancties vaststellen om te zorgen dat banken niet alleen naar de letter, maar ook naar de geest van de code handelen. Verder wil de commissie dat er een code komt voor verzekeraars en pensioenfondsen, de andere grote spelers in de financiële sector.

De commissie doet ook voorstellen die tot nieuwe wetten moeten leiden. Zo moet er een nieuw depositogarantiestelsel te komen, waarbij de pot tevoren wordt gevuld en niet achteraf, zoals nu. Verder acht ze splitsing nodig van banken in een nutsgedeelte, dat de spaargelden beheert, en een risicovol deel dat voor eigen rekening en risico op de financiële markten mag handelen. Van die maatregelen stelt de commissie terecht vast dat ze het beste internationaal kunnen worden genomen.

Als internationaal te weinig afspraken kunnen worden gemaakt, moet Nederland maar gidsland zijn. De vraag is alleen of dat wel zal werken. Die rol wringt met de vaststelling van de commissie dat de internationale financiële sector onderling zo sterk is verweven dat Nederlandse banken bij problemen elders snel worden geraakt.

Door meer regels te bepleiten, legt de commissie uiteindelijk meer verantwoordelijkheden bij de toezichthouder, waarvan ze vindt dat die tekortgeschoten is. De cultuur bij DNB was niet de juiste. DNB was te veel gericht op het toezicht op individuele instellingen en ze toonde daarbij te veel begrip voor de instellingen waarop toezicht op werd uitgeoefend. Niet alle wettelijke mogelijkheden werden gebruikt. Zo had de IJslandse spaarbank Icesave eerder kunnen worden teruggefloten.

Maar de commissie stelt ook „geschokt” dat uit deze casus blijkt dat nationale belangen het vertrouwen tussen toezichthouders ondermijnen. Toezichthouders uit verschillende landen zullen voor elkaar transparanter moeten worden. Op basis van vertrouwen blijken ze niet te kunnen praten.

Daarbij laat de commissie voor DNB-president Nout Wellink voldoende mogelijkheden om zich te verweren, als politici met dit rapport gaan proberen zijn positie te ondergraven. Partijen hebben over het algemeen instemmend gereageerd op de bevindingen van De Wit.

Aanbevelingen om de financiële sector strenger te reguleren vinden bij alle fracties navolging. Ook de kritiek die De Wit uit op de rollen van het ministerie van Financiën en DNB bij de overname van ABN Amro en de internetspaarbank Icesave wordt breed gedragen.