Voetbalhelden uit buurland op een sokkel

Vorige week was Bayern München al officieus kampioen van Duitsland. Zaterdag, na de 3-1 zege bij Hertha BSC, mocht de titel worden gevierd. Met bier.

Joost van der Vaart

Zo zien winnaars eruit: nat van het bier. Louis van Gaal, coach van Bayern München, had zaterdag snel zijn pak uitgetrokken en z’n trainingskloffie aangedaan. Hij wist dat het zou komen, het traditionele begieten met liters bier als dank voor het behaalde succes – het voetbalkampioenschap van Duitsland.

Van Gaal heeft dit weekend met Bayern de felbevochten schaal van de Duitse Bundesliga gewonnen. Hij is de eerste Nederlandse coach die dit is gelukt. Samen met zijn sterspelers Mark van Bommel, aanvoerder van FC Bayern, en de mateloos populaire spits Arjen Robben heeft hij een belangrijk Nederlands aandeel in het Duitse kampioenschap gehad. Nu staan ze op een sokkel: helden uit het kleine buurland, ambassadeurs van hun sport. Over exportsucces gesproken.

Van Gaal past bij Bayern. Dat zei hij zelf toen hij vorig jaar aantrad. Alleen duurde het een tijdje voordat z’n elftal wist wat hij als ‘systeemcoach’ wilde. In november vorig jaar, toen Bayern kwakkelde, zag het er even slecht voor hem uit. Maar daarna kwam de ploeg op stoom. Met een mix van gedisciplineerd, technisch en aanvallend voetbal werden steeds meer punten binnengehaald.

Het bleef spannend tot het laatst. Leverkusen, Schalke 04 en andere teams uit de snoeiharde Bundesliga hebben Van Gaal niets cadeau gedaan. Maar: „Wij hebben de beste aanval en de beste verdediging, en zijn verdiend kampioen geworden”.

Z’n karakteristieke zelfverzekerdheid, op het arrogante af, heeft hij ook in Duitsland niet afgelegd. Zolang hij successen boekt, is er niemand die daar om maalt. Hij kwam op het goede moment: toen Bayern in de put zat en de flair van de veelvuldig kampioen plaats maakte voor onzekerheid. Van Gaal heeft dat proces gekeerd. Hij heeft Bayern weer soeverein laten voetballen. De titel is een persoonlijke triomf.

Geen winnaar zonder verliezer. Het was uitgerekend het Berlijnse Hertha BSC dat zaterdag de laatste tegenstander van FC Bayern was. De slechtste van de Bundesliga tegen de beste. Berlijn tegen München. De hippe maar arme wereldmetropool tegen de nieuwe rijken uit de periferie; de symboliek droop er vanaf. „Hertha, ach Hertha” – hoe vaak is het dit seizoen niet gezegd. Vorig jaar deed de club mee voor het kampioenschap; nu zijn de Berlijners niet verder gekomen dan 24 punten uit 34 wedstrijden. Vorige week stond de degradatie van Hertha al vast.

De Duitsers vinden het een afgang dat hun hoofdstad vanaf nu geen team meer in de eerste Bundesliga heeft. De reputatieschade is groot, zowel voor de club als voor Berlijn, veruit de populairste stad van Duitsland en misschien wel van Europa. Hertha moet dadelijk roemloos knokken tegen Paderborn en ongemakkelijke stadsderby’s houden met de FC Union, de Oost-Berlijnse ijzervreters uit de tweede Bundesliga.

De oorzaak van Hertha’s verval is een optelsom: geldgebrek, het vertrek van topspelers, het ontslag van manager Dieter Hoeness en coach Lucien Favre, het binnenhalen van minder getalenteerde opvolgers. Het Berlijnse demasqué is een les voor elke organisatie: zo snel kan de boel verlopen.

De pech van de een is het geluk van de ander. Kaiserslautern en de Hamburgse club St. Pauli, met een doodshoofd als beeldmerk, promoveren. Behalve Hertha degradeert ook Bochum.