Syrische dissident in boevenpak

Aandacht voor de gevangen Syrische advocaat Hassani. Hij kreeg een prijs en Advocaten voor Advocaten bezocht zijn proces.

De Syrische advocaat en mensenrechtenactivist Muhannad al-Hassani heeft een internationale mensenrechtenprijs gekregen. Hassani zit sinds juli 2009 onder slechte omstandigheden gevangen. Het bewind van de Syrische president Bashar al-Assad houdt tientallen mensenrechten- en politieke activisten vast, die vaak na oneerlijke processen tot gevangenisstraffen zijn veroordeeld. Het proces tegen Hassani is nog aan de gang.

Een jury van vertegenwoordigers van internationale mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International, Human Rights Watch en de Internationale Commissie van Juristen, kende de advocaat vorige week de Martin Ennals prijs toe als „eerbetuiging aan Hassani en andere mensenrechtenactivisten die ten koste van grote risico’s respect voor de mensenrechten proberen te bevorderen”. De prijs is tevens bedoeld om aandacht te vestigen op de systematische onderdrukking van mensenrechtenactivisten in Syrië.

Hassani (42) is voorzitter van de Syrische Mensenrechten Organisatie. Voor zijn eigen aanhouding trad hij op voor activisten die terecht stonden. Ook volgde hij de gang van zaken bij het Staatsveiligheidshof, een speciale rechtbank buiten het gewone rechtssysteem. Hij wordt met name beschuldigd van „het verzwakken van het nationaal gevoel” en het „verspreiden van valse of overdreven informatie”. Hassani kan maximaal 15 jaar gevangenis krijgen. In november werd hij voor het leven als advocaat geschrapt.

Begin vorige week was juist een delegatie van de Nederlandse organisatie Advocaten voor Advocaten (L4L) aanwezig bij een zitting van zijn proces. „Hassani bevond zich achter een traliehek, vastgeketend aan drie andere gevangenen, allemaal in gestreept boevenpak gekleed”, zei mr. Joost Italianer, een van de delegatieleden, vrijdag na terugkeer in Nederland in een telefonisch interview.

Een andere gevangen Syrische advocaat voor wie L4L opkomt, Haytham al-Maleh, wordt berecht door een militaire rechtbank. Daarvan zijn de zittingen niet openbaar. Maleh kreeg in 2006 de Nederlandse Geuzenpenning.

De kleine rechtszaal was stampvol met sympathiserende Syrische advocaten, zei Italianer. Aan de orde was onder andere de beschuldiging dat Hassani de vader van een omgekomen gevangene ertoe had aangezet een aanklacht in te dienen tegen de overheid. De vader bleek al 31 jaar dood te zijn. Een uittreksel uit het bevolkingsregister, dat door de verdediging als troefkaart werd beschouwd om de aanklacht onderuit te halen, werd echter niet zonder meer door de rechter geaccepteerd.

Italianer zei dat Hassani sterk vermagerd leek in vergelijking met eerdere foto’s. Via zijn broers vertelde Hassani dat hij in de gevangenis in een kleine zaal met 70 gewone gevangenen wordt vastgehouden. Hij slaapt op de grond. Rechten die gewone gevangenen hebben, zoals gebruik van de bibliotheek, worden hem ontzegd. Een poging onder een andere naam een cursus Frans te volgen leverde hem een nieuwe strafklacht op, die later echter onder een amnestie werd geseponeerd.

De delegatie sprak in Damascus met de rechter die de zaak voorzit en de procureur-generaal die verantwoordelijk is voor het gevangenis-toezicht, die zij erop wees dat de zaak in Europa kritisch wordt gevolgd. Volgens Italianer leert de ervaring dat rechters en regimes die hen aansturen wel rekening houden met internationale aandacht. In Hassani’s geval had hij niet de illusie dat het gesprek met de rechter en de procureur-generaal zinvol was.