Speculanten worden zo niet afgeschrikt

Het financiële reddingsplan van de EU werkt niet als de Mediterrane landen niet worden gedwongen om onder toezicht hun tekorten te saneren, schrijft Sweder van Wijnbergen

De Griekse regering heeft een stevig IMF-programma geaccepteerd, met ruime financiering van het IMF en de EU, maar dat stelt de financiële markten niet gerust. De regering heeft getekend, maar de bevolking is het er vooralsnog niet mee eens. De EU reageerde dit weekend inadequaat en vol onbegrip met een felle aanval op de kredietbeoordelaars, slechts de brengers van het slechte nieuws. Een dip in de euro (van 1,35 naar 1,27, nog steeds ruim 25 procent hoger dan tien jaar geleden) veroorzaakte speculatie over het einde van de euro.

Moeten we alle voorzichtigheid overboord gooien in een paniek-run naar de reddende engel in Frankfurt? Trichet bleef eerst nuchter: het rechtstreeks opkopen van mediterrane obligaties was door de ECB „niet besproken”. Iedereen met gezond verstand kan alleen maar zeggen: mooi en houd dat maar zo. Griekenland is geen probleem voor de euro, maar Europese paniek daarover wel. Het zojuist aangekondigde nieuws over een Europees megafonds stelt dan ook niet gerust, omdat het gebaseerd is op een verkeerde diagnose. Er komt een leningsfaciliteit van 60 miljard en overheidsgaranties van maar liefst 440 miljard, dat alles om speculanten af te schrikken. Die worden kennelijk als de hoofdschuldigen gezien.

Dit lijkt op de eerste internationale reactie op een vergelijkbare crisis, maar toen met de grote opkomende markten (EM-landen) in de hoofdrol, twintig jaar geleden. Het Bakerplan had dezelfde insteek, massaal geld beschikbaar stellen zou genoeg moeten zijn om speculanten af te schrikken en de EM-landen weer op de rails te krijgen. Het plan faalde volledig, het werd uiteindelijk nergens toegepast en stilletjes ten grave gedragen door Bakers opvolger, Nicholaas Brady, voor een plan dat budgetaanpassingen onder toezicht van het IMF eiste en daar achteraan publiek geld beloofde, maar alleen als private schuldeisers meewerkten aan schuldsanering. Die harde eis van meerjarige sanering door het land zelf en private burdensharing (private schuldeisers moeten ook inleveren bij een sanering) ontbreken in de huidige EU- voorstellen.

Terug naar de feiten. Het probleem is niet de schuld, noch die van Griekenland noch die van Spanje of Portugal. En grandioze Europese reddingsplannen doen niets anders dan potentiële speculatiewinsten vergroten. Het probleem wordt gevormd door de tekorten in Griekenland, Portugal en Spanje, bij alle drie ruim 10 procent van hun nationale product. Daarbij verbleekt zelfs de erfenis van Wouter Bos (6,5 procent). Italië heeft een grotere schuld dan elk van die drie, maar Italië heeft ook een beheersbaar tekort van onder de 5 procent en dat is hoger dan de ongeveer 2,5 voor de crisis. Dat komt weer goed als de groei weer aantrekt. Maar bij de andere drie mediterranen is het tekort met zo’n 6 procent toegenomen. Zij maakten het bijna even bont als ex-minister Bos van Financiën (PvdA): bij ons is het tekort zelfs 7 procent opgelopen. Met tekorten van boven de 10 procent loopt elke schuld uit de hand, terwijl landen als Italië bewijzen dat een schuld van Griekse omvang te overleven valt als er budgettaire discipline is. Het gebrek aan budgettaire discipline is dus het probleem, en niet die schuld.

De IMF-deal heeft Griekenland niet uit de brand geholpen vanwege twijfel aan de bereidheid van de Griekse bevolking de waarheid onder ogen te zien en het programma daadwerkelijk uit te voeren. Het parlement heeft de deal geaccepteerd, maar zonder steun van de oppositie. De aangekondigde nationale staking spreekt boekdelen. De Griekse overheid heeft jarenlang problemen voor zich uitgeschoven, maar overheidstekorten van meer dan 10 procent zijn niet meer te financieren, omdat kapitaalsverschaffers verwachten dat je je geld niet meer terugkrijgt bij een structureel tekort van 13,6 procent. Ook de private sector leeft boven zijn stand met loonsverhogingen die al jaren boven de productiviteitsstijging (plus inflatie) uitkomen. De macro-economische effecten daarvan werden gemaskeerd door hoge overheidstekorten. Nu die niet meer te financieren zijn, zal groei van de exportsector moeten komen. Maar dat lukt niet door die hoge lonen. Kortom, iedereen zal in Griekenland een stap terug moeten doen, en zolang de bevolking dat niet accepteert zullen de financiële markten afhaken.

Idem voor Portugal en Spanje. Portugal heeft pas dit jaar wat gedaan, maar heeft nog niet een volledig programma uitlopend op een financierbaar tekort van zeg 3 procent; en Spanje heeft nog helemaal niets. Zapatero geeft niet aan hoe hij tekorten terug gaat brengen en kan dus ook niet aantonen dat de bevolking akkoord gaat met wat nodig is. Zolang hij dat niet doet zal er twijfel blijven.

Daarom is het aangekondigde gigahulppakket van de EU zo onverstandig: het wekt de hoop dat er ook zonder serieuze budgettaire aanpassing redding is, terwijl gigapakketten zonder budgettaire aanpassing niets anders doen dan gigawinsten veroorzaken bij de speculanten van Merkel en de EU-commissie. En daarom is ook de visieloze mantra van Job Cohen („de economie niet stukbezuinigen”) zo schadelijk. Griekenland toont duidelijk aan dat niet bezuinigen wanneer het wel nodig is, de economie pas echt stuk maakt.

Wat als het allemaal misloopt, en de Grieken weigeren af te lossen? Blaast dat de euro op? Als Griekenland aankondigt schuldaflossing te staken, zoals Mexico in 1982, betekent dat niet het einde van de euro, en zelfs niet het einde van de euro in Griekenland? Griekenland verdwijnt dan uit het financiële netwerk van de euro, omdat de ECB dan geen Griekse schulden meer accepteert als onderpand. Maar ze kunnen gewoon doorgaan met de euro te gebruiken, zoals ook Montenegro of Estland dat doen. Buiten het eurosysteem, maar de euro is de lokaal gebruikte munteenheid.

Maar daarmee is de euro nog niet ten onder. Die loopt pas gevaar als de ECB op grote schaal ingrijpt. Ongelimiteerd obligaties opkopen „om een bodem in de markt te leggen”, is alleen maar voer voor speculanten zolang het echte probleem, de Griekse tekorten, niet opgelost wordt. Zolang dat niet gebeurt is geen enkel bedrag genoeg, en geeft zo’n ECB-interventie alleen maar een geweldige monetaire impuls, toekomstige inflatie en dus juist neerwaartse druk op de euro. De ECB wil het monetair effect steriliseren: door wel Griekse schulden uit de markt te halen, maar Duitse en Nederlandse schulden in de markt zetten met netto geen monetair effect. Maar als dat tegen de verkeerde prijs gebeurt, krijgen speculanten een weddenschap zonder nieten aangeboden.

Sweder van Wijnbergen is hoogleraar economie aan de UvA.