Ramp in Golf van Mexico wordt overdreven

De media moeten de olieramp in de Golf van Mexico niet overdrijven. Veel kwetsbaar zeeleven is er in die regio niet en de olie zal snel verdwijnen, stelt Kees Camphuysen.

Hoe erg op de schaal van ergheid is de ramp met het gezonken BP-platform in de Golf van Mexico nu werkelijk? Zoals steeds bij rampen is de commotie enorm en de superlatieven zijn niet van de lucht. Tegelijkertijd is de historische kennis over dit soort ongelukken minimaal, of de media maken er geen gebruik van.

Want het vergelijken van de recente blow-out in de Golf van Mexico met de Exxon Valdez, de olietanker die in 1989 in Alaska op een rif liep, gaat volledig mank. De hoeveelheid gemorste olie is geen maatstaf om de omvang van de ramp te bepalen. Het gaat om de plaats, het jaargetijde en de aanwezigheid van kwetsbare habitats. Er bestaat geen verband tussen de hoeveelheid gemorste olie en de aantallen olieslachtoffers (voornamelijk zeevogels), omdat andere factoren veel belangrijker zijn. De wereldzeeën verschillen enorm in biologische rijkdom en daarmee in kwetsbaarheid voor een olielek.

Deze kennis wordt domweg aan de kant geschoven om ons maar te overtuigen van de omvang van het drama dat nu weer over ons komt. Dit moet wel de grootste ramp aller tijden zijn. Het woord ‘uitsterven’ is al gevallen (nog nooit is er een soort uitgestorven tijdens een olie-incident, daarvoor zijn heel andere vormen van menselijk handelen noodzakelijk).

Inmiddels staan aan de Amerikaanse oostkust teams van ‘Wildlife Responders’ klaar met faciliteiten waarbij het AMC in Amsterdam verbleekt. Helaas hebben ze nog geen slachtoffers (herstel: ze hebben er al tien), maar dat komt vast nog wel!

Wil ik de omvang van deze ramp bagatelliseren? Nee, ik wil graag deskundig geïnformeerd worden en het ongeluk in het juiste perspectief zien. Een spuitende oliebron in mei in de Golf van Mexico is vreselijk, maar het kan veel erger. Het is gelukkig geen zware olie, de Golf van Mexico is niet zo’n kwetsbaar stuk zee met een uitbundig zeeleven.

Anders dan bij de meeste olierampen is het nu vooral de kust (estuaria, mangroves, riviermondingen) die ecologisch kwetsbaar is. En die kust is relatief gemakkelijk te beschermen. Als de redders zich daar dan ook maar op concentreren! Meestal is dat andersom (dierenleven op open zee is dan kwetsbaarder; de olie kan maar beter aanspoelen).

Uitzonderlijk veel kwetsbaar dierenleven is er niet op open zee in die regio (weinig zwemmende zeevogelsoorten, geen zeeotters en weinig zeehonden, wel schildpadden). Bovendien verdampt de lichte olie snel en breekt de olie in deze warme zee veel gemakkelijker af dan in koude oorden. Hoe anders was dat met de Exxon Valdez (of de Erika, of de Prestige, of nog zo een paar recente olierampen).

Laten we hopen dat BP die put snel dicht heeft, dat helpt zeker om de schade te beperken. En intussen zijn de vissers van de regio blij dat hun inkomsten voor de komende maanden door BP gegarandeerd worden (afgedwongen door hun advocaten, die daar zeer succesvol in zullen zijn), dus zij overschatten hun economische schade alvast met een factor 10 of 20. Waar hebben we dat meer gezien?

Ondertussen gaan we gewoon door met het winnen van olie en gas, ook in gebieden die wel uiterst kwetsbaar zijn.

Kees Camphuysen is verbonden aan het NIOZ te Texel en coördinator van het Nederlands Stookolieslachtoffer Onderzoek, dat sinds 1977 alle olieslachtoffers op de Nederlandse kust registreert.