Mag ik uw aandacht?

Met zijn meesterwerken uit de jaren zestig wordt Gerard Reve een beroemde rebel.

Deel II van zijn biografie toont een man die zichzelf uitvond én zichzelf dwarszat.

Was Gerard Reve eind jaren vijftig overleden dan had Nop Maas een biografie kunnen schrijven van een one hit wonder, dat nooit meer over zijn debuut heen kwam. Dat was het beeld dat oprees uit het eerste deel van de biografie over Reve. Hierin ging het om een minder bekende periode uit Reves leven: de jaren 50, toen Reve er niet in slaagde om het niveau van zijn debuutroman De avonden (1947) en de novelle Werther Nieland (1949) te hervinden. De lezer bleef achter met een verrassend beeld: een stuurloze Reve, de boertige echtgenoot van dichter Hanny Michaelis, die zijn ontluikende homoseksualiteit zowel trachtte te onderdrukken als te onderzoeken, en vergeefs zocht naar een nieuwe literaire vorm. De Reve zoals wij die kennen had hij nog niet uitgevonden.

In het tweede boek van Maas vindt de grote omslag plaats. Met Op weg naar het einde (1963) vindt Reve bijna terloops zijn vorm, met autobiografische, losse ‘reisbrieven’ waarin hij alles kwijt kan wat hij wil. Reve is voor het eerst de schrijver die hij wil zijn: openlijk praktiserend homoseksueel, een zeer geestig en bloemrijk formulerende stilist die formele, verheven en platte taal virtuoos mengt, een diep religieus mens geplaagd door visioenen, met een eigenzinnige visie op het katholieke geloof waarin seks en mystiek samengaan. Zeer vaak is hij op tv en staat hij in de kranten. Iedere week heeft hij wel een relletje of een publiciteitsstunt. Reve leeft op de aandacht; tegelijkertijd heeft hij rust nodig, omdat de aandacht zijn werk bedreigt.

Ondanks die plotse en grote erkenning, heet dit deel De ‘rampjaren’. Omdat de jaren 60 ook de jaren van grote geestelijke nood waren. Reve worstelt met drank, angst, depressies, deliriums, razernij. Voor zijn vrienden is hij vaak onhandelbaar. Reve komt in dit boek naar voren als een onverdraaglijke monomaan die zijn betogen niet graag onderbroken ziet, en zeker geen tegenwerpingen duldt. Steeds zoekt hij ruzie, waarbij hij het geweld niet schuwt. Tegelijkertijd is hij een zorgzame en gevoelige man, soms een aandoenlijk bang kind.

Zijn optreden roept veel weerstand op, vooral bij orthodoxe christenen. Hij wordt bedreigd, beledigd en vervolgd. De omhelzing door de linkse intellectuelen is ongemakkelijk, omdat Reve geen revolutionair wil zijn. Hij botst hard met de linkse kerk als hij zijn ideeën over de Vietnamoorlog en andere politieke kwesties begint te uiten. Terwijl Nederland een ruk naar links maakt, wordt Reve steeds rechtser. De weerstand vergroot zijn beroemdheid, maar sloopt hem ook. Hij kan het eigenlijk niet aan.

Na 1967 zie je dat de roem zijn literaire werk in de weg zit. Hij gaat moeizamer schrijven. Tegelijk groeien zijn grootspraak en zijn vermogen zichzelf te verkopen. De Taal der Liefde (1972) en Een Circusjongen (1975) worden bestsellers, maar de kritiek slaat om. En inderdaad: hij wordt nooit meer zo goed als in de gouden jaren 1946-1949 en 1962-1967.

Veel was er al bekend over deze jaren. Des te bewonderenswaardiger is het dat Maas toch weer onbekende brieven en andere bronnen heeft gevonden. Maar een biografie moet meer zijn dan het resultaat van een onderzoek. Maas vertelt geen verhaal, hij heeft geen leidend idee. Maas gaat van dag tot dag door Reves leven, met eindeloos veel feitjes, waardoor het boek een versnipperde indruk maakt. Daar komt bij dat Maas de stijl van een wetenschappelijk ambtenaar heeft. Zijn stijve zinnen steken pover af bij de gelukkig veelvuldig geciteerde zinnen van Reve.

Maar net als de eindeloze stroom feitjes te veel wordt, komt Maas weer met een nieuwe gouden vondst die je met zijn boek en zijn werkwijze verzoent. Zoals Reves brief van 22 februari 1969: ‘Ik heb vaak dagdromen over mijn eigen sterfbed, misschien zomers, buiten, op een ligbed, half opgericht. Oud zonlicht over alles, tot aan de horizon, Tijger bij me, vrienden om het bed, de speelgoeddieren zittend of liggend op de deken; en vrede, verzoening, troost over alles: Gods genade. Maar zo zal het wel niet zijn. God Zelf heeft, aan de vooravond, diep en bitter getwijfeld, en hoe zou het dan een mens beter vergaan.’

Nop Maas: Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. Deel 2 - De ‘rampjaren’ (1962-1975). Van Oorschot, 856 blz. € 35,-,