Kandidaat-burgemeester Reyes heeft drie bodyguards

Geweld is vast onderdeel van de verkiezingen in de Filippijnen. Dokter Ernesto Santos is een van de slachtoffers. Eigenlijk vond hij verkiezingen in zijn land te gevaarlijk.

Het opgebaarde lichaam van Ernesto Santos lijkt nauwelijks op de man van de verkiezingsposters. De gepensioneerde arts ligt in een witte kist en draagt een donkerblauw pak, dat de schotwond in zijn borst verbergt. Zijn vrouw en drie zoons, typische Filippijnse globetrotters, zijn net ingevlogen vanuit Amerika en Singapore. Ook Santos was al teruggeweest in zijn woonplaats Californië, als hij geen fataal besluit had genomen: om campagne te voeren voor zijn vriend Rudy Reyes, die vandaag hoopt te worden gekozen tot burgemeester van hun geboorteplaats Guagua, ongeveer twee uur rijden van Manila.

Zijn buurvrouw Ofelia Bacani heeft gehoord hoe het is gebeurd. Wijdbeens snijdt ze voor haar huis een bak varkensvlees in stukken, zodat de gasten op de wake straks te eten hebben. Reyes en Santos zouden dinsdag 4 mei samen terugkeren van een diner. De arts wachtte in de auto op zijn vriend, toen twee mannen op een brommer stopten, het portier opentrokken en Santos bedreigden met een geweer. Even later hoorden omstanders een schot. „Dokter Santos was het doelwit niet, hij had geen vijanden”, zegt Bacani. „Maar hij droeg dezelfde campagnekleren als Rudy Reyes, ze lijken op elkaar.”

De zaak-Santos is een van de tientallen moorden in de aanloop naar de Filippijnse verkiezingen, die vandaag worden gehouden. Het land met 91 miljoen inwoners kiest een nieuwe president, maar ook de leden van Senaat, Huis van Afgevaardigden en duizenden gouverneurs, burgemeesters en raadsleden. Vooral die lokale verkiezingen verlopen van oudsher bloedig in de vuurwapenrijke archipel. Dit jaar hadden politie en leger 14 van de 80 provincies aangemerkt als ‘hot spot’. Kandidaten schrikken niet terug voor moord om hun verkiezing veilig te stellen.

Een zelfs voor Filippijnse begrippen afschuwelijke slachtpartij eind november in de zuidelijke provincie Maguindanao. Gouverneurskandidaat Andal Ampatuan Jr. wordt ervan verdacht met honderd handlangers 57 mensen uit het gevolg van zijn tegenkandidaat Esmael Mangudadatu te hebben doodgeschoten. Vrouwen werden verkracht, in de genitaliën geschoten of onthoofd. Het ging om familieleden van Mangudadatu, zijn advocaten en zo’n dertig journalisten. Het hele land was diep geschokt.

Maar de Ampatuan-clan is niet uitzonderlijk. Er zijn naar schatting 170 politieke clans die een privéleger onderhouden. Die variëren van enkele oud-militairen die de bodyguard uithangen tot tientallen of zelfs – zoals bij de Ampatuan – honderden mannen.

Na het drama in Maguindanao kondigde president Gloria Arroyo maatregelen aan om de privélegers te ontwapenen. Daar is nog weinig van terechtgekomen. Toch is het verkiezingsgeweld dit jaar (afgezien van de slachting in Maguindanao) minder dan in voorgaande jaren. Sinds het begin van de campagne in februari werden minstens 35 kandidaten en aanhangers gedood. Een van de dodelijke slachtoffers was dokter Santos.

Na de moord op zijn vriend was burgemeesterskandidaat Rudy Reyes bang. Niemand van zijn getrouwen twijfelt eraan dat de kogel voor hem was bedoeld. In zijn kleine hoofdkwartier is nu een politieagent, achter hem staat een geweer. „Ik had dit niet verwacht, ik heb in mijn leven nog nooit een bedreiging gehad”, zegt Reyes. Pas toen een adviseur daarop had aangedrongen, nam hij in april twee bodyguards.

Reyes pakt het vel papier dat volgens hem de aanleiding was om hem te willen vermoorden: een opiniepeiling in het 200.000 zielen tellende Guagua van twee dagen voor de moord. Daarin stond hij ver voor op zittend burgemeester Ricardo Rivera. Reyes wil niet zeggen wie er volgens hem achter de moord zit. Maar, vraagt hij retorisch: „Wie zou er profiteren als ik uit de weg word geruimd?”

De verkiezingsstrijd tussen Reyes en Rivera staat niet op zichzelf. Rivera heeft steun van de koning van het illegale gokspel jueteng in Pampanga, wiens vrouw probeert gouverneur te worden. Net als drie jaar geleden neemt zij het op tegen voormalig priester Eduardo Panlilio. Die vertelt in zijn kantoor hoe vlak na de verkiezingen in 2007 vier aan hem loyale dorpshoofden werden neergeknald, dit jaar werden twee van zijn burgemeesterskandidaten met vuurwapens bedreigd.

Reyes bereidt zich voor op zijn laatste campagnedagen. Nog twee risicovolle optochten, waarvan één als eerbetoon aan zijn vriend Santos. Hij zorgt nu elke dag dat hij om 19 uur terug is in zijn hoofdkwartier, in plaats van middernacht. Zijn drie bodyguards laten hem geen moment meer alleen. Maar hij is niet gerust. „Kijk naar Kennedy: ondanks alle CIA en presidentiële bodyguards hebben ze hem toch vermoord. Ik ben maar een klein iemand. Als ze me willen doden, zullen ze het doen.”

Bij de wake van Ernesto Santos zegt zijn zoon Eric dat hij gerechtigheid wil, maar vreest dat dat moeilijk zal worden. De familie durft ook niet al te diep in de moordzaak te graven, want zijn jongste zus woont nog in Guagua, en straks loopt zij gevaar.

Eric kijkt terug op het leven van zijn vader. Hoe hij alle patiënten behandelde, ook als ze het niet konden betalen. Hoe hij met iedereen gemakkelijk praatte, van straatverkoper tot president. Het grootste van de tientallen bloemstukken bij zijn kist komt van president Arroyo, die ook uit Pampanga komt en daar vandaag een parlementszetel hoopt te winnen. „Mijn vader wilde zelf ook de politiek in”, vertelt Eric. „Maar wij wilden dat niet. Te gevaarlijk.”