Italiaanse chaos en spektakel op Utrechtse wegen

Bradley Wiggins won in Amsterdam de proloog van de Giro d’Italia; Tyler Farrar was in Utrecht de snelste sprinter.

De eerste etappe, met veel valpartijen, was spectaculair.

Italiaanser dan gisteren in de slotfase van de eerste etappe van de Ronde van Italië kan het nauwelijks. Chaos en spektakel, dat is de Giro. Zo gaat dat vaak in Italië, zo ging dat gisteren in Utrecht. Valpartijen op de smalle wegen en in de talrijke bochten op weg naar de eindstreep. Renners vielen om als dominostenen, wanneer zich een wegversmalling, rotonde of verkeersheuvel aandiende. Met als voornaamste slachtoffer Bradley Wiggins die zijn zaterdag in Amsterdam veroverde roze leiderstrui in het tumult moest afstaan.

Duizenden nieuwsgierigen waren gisteren getuige van het Italiaanse festival der vallende mannen. Net als zaterdag in Amsterdam tijdens de openingstijdrit vergaapten ze zich aan de bonte, internationale stoet van Girorenners. Prachtige fietsmachientjes met magere, atletische lijven in het zadel. De verwondering was overal te horen. Zo dicht bij vermaarde sportmensen te kunnen zijn werd als uitzonderlijk ervaren. Dat is de wielersport, dat is de Giro d’Italia. Daarom wordt in Italië feestgevierd als de roze karavaan voorbijraast.

Voor de poorten van het Olympisch Stadion in Amsterdam liet de Engelsman Bradley Wiggins zich zaterdag als winnaar van de openingstijdrit de roze trui aantrekken. Een man die niet alleen in zijn eentje heel hard over korte afstanden kan fietsen, maar ook humor heeft. Verwijzend naar het imago van Amsterdam sprak hij over de geur van bier en joints die hij rook als hij vlak langs het publiek reed. Wiggins was niet gekomen om het eindklassement te winnen. Wat hij tussen het Museumplein en de Stadionweg presteerde vond hij gewoon prachtig, wie weet wel eenmalig. Wielrenners leven bij de dag.

Een dag later lag Wiggins in zijn roze trui op het wegdek, ergens tussen Amsterdam en Utrecht. Zomaar gevallen, zoals wielrenners zomaar kunnen vallen. Maar Wiggins niet alleen, de een na de andere renner viel over een andere. Waarom? Het ligt voor de hand de oorzaak bij het parkoers te zoeken. Te smal, te bochtig. Maar dat is het niet, het is nervositeit. De ronde is nog maar net begonnen, iedereen is nog fris. En dan is er het angstvirus. Vallen er een paar, en nog een paar, dan wordt iedereen bang om te vallen. Ploegleiders schreeuwen hun renners toe: „Wees voorzichtig, neem geen risico.” Renners worden paniekerig, elke schouderduw, elke onverhoedse beweging veroorzaakt overdreven schrik.

Zo raakte Wiggins zijn leiderspositie kwijt. De Australiër Cadel Evans volgde hem op als rozetruidrager. De wereldkampioen, afkomstig uit het mountainbiken waar stuurmanskunst een belangrijke vaardigheid is, had de vallende mannen gezien en dacht: rustig blijven. Bovendien straalt deze 33-jarige routinier sinds zijn vorig jaar veroverde wereldtitel een ongekend zelfvertrouwen uit. Hij schrijft zijn metamorfose – van introvert naar extravert – toe aan de begeleiding van zijn nieuwe ploeg, het Amerikaanse team BMC. Een paar weken geleden won hij de Waalse Pijl, dankzij een indrukwekkende beklimming van de Muur van Huy, waarin hij specialisten als Tourwinnaar Alberto Contador versloeg.

Op de persconferentie in Utrecht zat Cadel Evans naast de Amerikaan Tyler Farrar, de man die de sprint van het voorste peloton won. Wiggins, een Brit, Evans een Australiër, Farrar een Amerikaan. Engels is de voertaal in het peloton geworden. En al die Engelstaligen spreken de taal van de positieven, van de optimisten. Ze klagen niet over het parkoers, ze klagen niet dat de Giro niet in Nederland thuishoort. Ze fietsen hard en gaan ervoor. Ze zijn de opvolgers van Phil Anderson, Greg LeMond, Stephen Roche en Lance Armstrong, de renners die het Europese milieu van nieuwe normen en mentale fenomenen voorzagen.

De continentale Europeanen kijken toe hoe de Angelsaksische topsportmentaliteit de macht grijpt. Zeker in de eerste dagen van deze Giro die in alles totnogtoe Italiaans is geweest. Onverwachts trokken duizenden Amsterdammers zaterdag naar de binnenstad om het roze wielerleven te aanschouwen. Het was, zoals enkele Nederlandse renners zeiden, alsof ze door een koker reden, opgezweept door op reclameborden trommelende toeschouwers. Rick Flens was geëmotioneerd, zei hij. Dat wenst een beginnend renner zich, acht kilometer lang alles geven wat binnen je mogelijkheden ligt: a tunnel of love .

Een dag later ging Flens opnieuw op avontuur, samen met een paar Italianen en een Duitser. Een ereplaats was hem niet gegund. Het zijn de probeersels van een ploeg die op zoek is naar publiciteit, maar niet presteert. Rabobank is de Nederlandse vertegenwoordiger in de Giro, maar het ontbreekt het team aan renners met allure. Jos van Emden staat nu zesde in het klassement, tot zijn grote verbazing. Mooi, meer niet.

Vanavond is alles anders. Het peloton gaat op weg naar Middelburg, over dijken en bruggen, dwarsgezeten door de wind. De Italianen verlangen naar huis, naar de pasta. Daar begint het echte roze leven.