Ik kies wat uit de Stemwijzer komt

De Stemwijzer is populair onder kiezers.

Maar wie volledig afgaat op de Stemwijzer, loopt het risico verkeerd verwezen te worden.

De Stemwijzer wordt elke verkiezing populairder. Partijen én kiezers houden ervan. Kiezers zoeken naar informatie over hun partijvoorkeur. Partijen maken zich zo aantrekkelijk mogelijk voor zo veel mogelijk kiezers. Als het moet, door andere standpunten in te nemen dan in hun verkiezingsprogramma. Dat is ook te zien in de afgelopen vrijdag gepresenteerde Stemwijzer voor de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni. Nuance is voor de partijleden en kenners, niet voor de gemiddelde kiezer.

De website stemwijzer.nl is, sinds hij vanaf 2002 grote bekendheid kreeg, een populair hulpmiddel voor kiezers. In 2006 vulden meer dan 4,5 miljoen mensen hem in, bijna 40 procent van de kiesgerechtigde bevolking. Wie bij 30 stellingen Eens, Oneens of Geen van Beide aanklikt, krijgt een stemadvies dat hem vertelt met welke politieke partijen hij het vaakst een mening deelt.

Maar wie zich daar op verlaat, zou wel eens bedrogen kunnen uitkomen.

Een voorbeeld: stel dat iemand grote problemen heeft met nieuwe moskeeën. De Stemwijzer 2010 bevat de stelling: „In Nederland mogen gewoon nieuwe moskeeën worden gebouwd.” Daar zijn bijvoorbeeld de PVV van Geert Wilders en de orthodox-protestantse SGP het mee oneens. Logisch. Maar ook het CDA is tegen. Opmerkelijk voor een partij die altijd uitlegt hoe belangrijk het vrij en openlijk beleven van religie is. Waarom vindt het CDA dan dat het „gewoon” bouwen van een moskee niet kan? Omdat, zo schrijft de partij, die moskee moet passen in het bestemmingsplan en voldoen aan bouwregels, er draagvlak moet zijn in de wijk en geluidsoverlast moet worden beperkt. Als dat niet gewoon is.

Het CDA neemt in de Stemwijzer meer standpunten in die opvallen door een rechts gekleurde interpretatie van het eigen gedachtengoed. Nederland moet volgens de partij „veel minder geld uitgeven aan ontwikkelingshulp” en „flink bezuinigen op subsidies voor kunst en cultuur”. In verkiezingsprogramma en toelichting is de toon anders. Over ontwikkelingssamenwerking schrijft de partij: „Nederland houdt vast aan 0,7 procent van het Bruto Nationaal Product aan ontwikkelingssamenwerking.” Waar zit dat „veel minder geld” dan? Dat blijkt uit de toelichting. De 0,1 procent die Nederland extra uitgeeft aan milieugerelateerde hulp „mag verdwijnen”. Waar naar toe? Volgens het programma naar „ontwikkelingsrelevante activiteiten en internationale crisisbeheersingsoperaties”.

Over het „flink bezuinigen” op kunstsubsidies staat in het verkiezingsprogramma, noch in de CDA-toelichting bij de stelling één woord. In het programma: „Het CDA staat voor een overheid die de condities creëert voor een bloeiende kunst en cultuur”. In de toelichting wordt daaraan toegevoegd dat subsidies soms niet altijd op de goede plek terecht komen, en daarom doelmatiger moeten worden ingezet.

Ook andere partijen hebben de Stemwijzer hier en daar vrij ingevuld. D66 vindt in de Stemwijzer dat Nederland een tweede kerncentrale mag bouwen. In het D66-programma staat het kopje: „Geen nieuwe kerncentrales.” Onder dat kopje legt D66 uit dat kernenergie zeer onwenselijk is, en alleen in het uiterste geval moet worden overwogen. De PvdA spreekt zich uit tegen een stelling dat studenten geld moeten lenen voor hun studie, terwijl de partij juist vóór invoering pleit van een leenstelsel, waarbij studenten hun basisbeurs later terugbetalen. De SP vindt volgens de Stemwijzer dat de hypotheekrenteaftrek moet blijven zoals hij is. Maar in het eigen programma schrijft de partij dat de maximale aftrek en de maximale hypotheek waarover die aftrek mogelijk is, worden beperkt.

De Stemwijzer, kortom, wijst wel eens verkeerd. Waarom eigenlijk? Het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), maakt de Stemwijzer. Die is, zegt projectleider Jochum de Graaf, niet meer dan een „interactief platform waarmee partijen met de kiezers moeten communiceren.” Het IPP controleert wel op discrepanties en wijst partijen daar ook op. „Maar partijen blijven zelf verantwoordelijk, dus kan er licht bestaan tussen hun antwoord op de stelling en hoe ze die toelichten.” Het is aan hun tegenstanders, zegt De Graaf, om ze daarop aan te spreken.

Naast de vrijheid die partijen hebben om de Stemwijzer naar eigen goeddunken in te vullen, heeft het adviseren op basis van een (gewogen) optelsom van een selectie concrete beleidsvoornemens volgens critici een aantal fundamentele bezwaren. De beginselen en prioriteiten van een partij spelen nergens een rol. Wat is de maat der dingen: het individu, of de gemeenschap? Hoe belangrijk is de solidariteit met zwakkeren, en hoeveel heb je er voor over? Welke punten zijn voor een partij ononderhandelbaar, en welke niet? Allemaal elementen waar de Stemwijzer geen rekening mee houdt.

Lees meer over opvallende antwoorden van politieke partijen op het verkiezingsblog Verdraaide Feiten via de sitenrc.nl/binnenland