Horne mocht glamoureus zijn

„Hollywoods eerste zwarte sekssymbool” Lena Horne was een jazzy zangeres die elke song haar eigen klankkleur gaf.

Ze was een ranke schoonheid die bij een open decorraam, met uitzicht op een beregende straat, het intens verdrietige Stormy weather stond te zingen, met een pure stem, vervuld van weemoed en verlangen, die niemand onberoerd liet. Haar optreden vormde in 1943 het muzikale hoogtepunt in de gelijknamige filmmusical, waarna ze dat nummer haar leven lang bleef zingen. Maar in de latere versies klonk het allengs brutaler en bozer, bijna agressief, als een wanhopig verwijt aan de minnaar die haar in de steek had gelaten.

Zo groeide Lena Horne, die op haar zestiende begon als koormeisje in de fameuze Cotton Club, uit tot een zangeres die – ergens tussen jazz en showbusiness – elk nummer een eigen klankkleur gaf. Zondag is ze in een ziekenhuis in New York gestorven, 92 jaar oud.

Met haar gratie, de reikwijdte van haar stem en de vocale souplesse waarmee ze door de melodie kon laveren om de woorden des te spannender te maken, was ze een van de beste vertolkers van het grote Amerikaanse songrepertoire. Als het over Lena Horne gaat, gaat het vaak over haar huidskleur. Als dochter van ouders met Senegalees, Indiaans en blank bloed zag ze er blanker uit dan de meeste zwarten. De belichting maakte haar meestal nog net iets bleker.

Toen zwarte actrices in de jaren veertig in Hollywood zich nog moesten schikken in de rol van dienstbode of ander komiek intermezzo, werd Lena Horne al min of meer geaccepteerd als mooie jonge vrouw, hoewel liefdesscènes met blanke acteurs taboe waren. Ook gold de regel dat men haar scènes altijd moest kunnen wegknippen als de film in de zuidelijke staten werd vertoond.

Maar dat ze glamoureus mocht zijn, was al heel wat. Zo etiketteerde de BBC haar als „Hollywoods eerste zwarte sekssymbool”. Halverwege de jaren vijftig belandde ze daar echter op de zwarte lijst omdat ze een prominente rol ging spelen in de strijd voor zwarte burgerrechten.