Het ging toch net heel goed met de tennissers?

Het Nederlands tennisteam kon de hoge verwachtingen tegen Italië niet waar maken.

Robin Haase redde gisteren in de laatste partij de eer door Daniele Bracciali te verslaan.

Thiemo de Bakker verwoordde krachtig het gevoel van de Nederlandse tennisploeg. „Kutzooi!!! 2-0 achter, Haase zat er net heel dichtbij! Zuur!”, twitterde de kopman van het Davis-Cupteam vrijdagavond laat. Een dag later, toen Nederland ook in het dubbelspel verloren had, was de nederlaag tegen Italië een feit. Op de Twitterpagina van De Bakker bleef het stil.

In de aanloop naar Nederland-Italië (1-4) zei Davis-Cupcaptain Jan Siemerink het al een aantal keer: het zou een gelijkwaardige ontmoeting worden. In de praktijk bleek dat echter niet het geval. De Italianen klaarden de klus in drie wedstrijden, waardoor de twee singles van gisteren niet meer van belang waren. „Dit is een heel vervelende nederlaag”, zei Siemerink. Robin Haase redde gisteren in de laatste partij de eer door van Daniele Bracciali te winnen (7-6 (4) en 7-5). Igor Sijsling verloor van Paolo Lorenzi (6-4 en 6-3).

Het was het allemaal net niet, de afgelopen drie dagen in de sfeervolle Silverdome in Zoetermeer. Nederland deed in elk duel goed mee, maar liet het op belangrijke momenten liggen. Vooral in de tiebreaks. Nederland won er slechts één van de vijf, bovendien in een partij die er niet meer toe deed.

De verklaring voor de tekortkomingen? Voor een belangrijk deel een gebrek aan ervaring, meende Siemerink. Nederland heeft een jong team met spelers die in ontwikkeling zijn: De Bakker (21), Sijsling (22) en Haase (23). Italië stelde daar met Simone Bolelli (24) en Potito Starace (28) meer routine tegenover. Siemerink: „Zij spelen net iets degelijker. Ze voelden beter de momenten aan waarop ze meer kwaliteit aan de bal moesten geven.”

De nederlaag is extra pijnlijk omdat het Nederlandse mannentennis de laatste tijd weer in de lift zit. De Bakker begon vorige zomer aan een opmars en zet dit seizoen de stijgende lijn door. Zo bereikte hij twee weken geleden in Barcelona voor het eerst in zijn carrière de halve finales van een ATP-toernooi en klom daardoor naar de 48ste plaats op de wereldranglijst. De Bakker maakte in Spanje indruk met overwinningen op Juan Carlos Ferrero en Jo-Wilfried Tsonga. In november was er de terugkeer van Haase, die wegens een slepende knieblessure veertien maanden aan de kant had gestaan. En ten slotte is de wisselvallige Sijsling aan een sterke periode bezig. Hij steeg sinds begin 2010 zo’n honderd plaatsen en staat nu 154ste, zijn hoogste ranking ooit.

Door de goede resultaten en het thuisvoordeel waren de verwachtingen hoog. Bovendien trad Italië aan met een veredeld B-team: Andreas Seppi, met de 47ste plaats de hoogst gerangschikte Italiaan, en Fabio Fognini (80ste) ontbraken. Zij speelden een toernooi in Belgrado. Maar Nederland kon op het hardcourt in Zoetermeer die verwachtingen dus niet waar maken.

Achteraf is het de vraag of het verstandig was om midden in het gravelseizoen voor een hardcourtbaan te kiezen. De favoriete ondergrond van kopman De Bakker is immers gravel. De vier challengertoernooien die hij vorig jaar won waren allemaal op het gemalen baksteen. Siemerink besloot na overleg met zijn spelers toch te kiezen voor hardcourt, vooral omdat de Italianen daarmee minder uit de voeten zouden kunnen.

In de Silverdome bleek daar weinig van. Volgens Siemerink had het ook niet uitgemaakt: „De ondergrond had niets te maken met de uitslag.” Of hij de ploeg en zichzelf iets verwijt? „In de evaluatie gaan we kijken wat beter had gekund. De jongens hebben er in ieder geval alles aan gedaan.”

Om zich te handhaven in de Europees/Afrikaanse zone groep 1 moet het Davis-Cupteam in juli op bezoek bij Wit-Rusland. Als Nederland wint, strijdt het volgend jaar opnieuw voor promotie naar de Wereldgroep. Siemerink is ondanks de nederlaag tegen Italië vol vertrouwen. „We willen naar de Wereldgroep. En dat gaat ook gebeuren.” De eerste horde lijkt in elk geval op papier overkomelijk. De nummer één van Wit-Rusland, Uladzimir Ignatik, staat slechts 185ste op de wereldranglijst. De eerste landgenoot na hem, Siarhei Betau, volgt op grote afstand: op plaats 574.