Een simpele vorm van rechtsongelijkheid

In een Amsterdamse krant stonden de berichten naast elkaar. Links Deetmans wetenschappelijk supergenootschap, dat zeker anderhalf jaar nodig schijnt te hebben niet om vast te stellen dat, maar om te onderzoeken waarom gewijde roomse viespeuken zich vergrijpen aan kinderen.

En rechts het besluit van de rechter-commissaris om de ‘Dam-schreeuwer’ nog twee weken in voorlopige hechtenis te houden, want justitie verdenkt hem intussen van: ‘verstoring van de openbare orde, het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel en het creëren van een gevaarlijke situatie voor koningin en kroonprins’.

Zo kennen we het OM weer. Een paar verstuikte enkels, vijf dranghekken verbogen, de koningin twee minuten uit haar doen – en de meervoudige crimineel zal hard moeten voelen hoe we van ’m zijn geschrokken.

Alle egards die rondom de zedendelinquenten worden betracht, zijn in vergelijking daarmee disproportioneel. Er zijn aanklachten, er liggen her en der ook bekentenissen, je hebt kardinalen die aangifte hadden kunnen en moeten doen, maar hun burgerplicht verzaakten – dan heb je toch geen (ex-)kinderrechter meer nodig, geen klinisch psychologe, geen filosoof en nóg eens een psycholoog, plus een godsdiensthistoricus, om voor de volgende maand een rechtszitting voor te bereiden, waarin de eerste zaken alvast afgehandeld kunnen worden?

Veel daders zijn al dood, hoor je ze verontschuldigd worden. Dan veroordelen we ze maar bij verstek. ‘En ze zitten vaak ondergedoken in kloosters’. Daar rook je ze dan eerst maar uit. Bovendien zijn ze niet zelden hoogbejaard, luidt de derde smoes. Ja, vast. Demjanjuk is ook oud. Het gaat er voor de slachtoffers, al is het er nog maar één, toch om dat er recht wordt gesproken, dat ze minstens nog de genoegdoening van een vonnis mogen meemaken?

Ter verdediging van het Deetman-circus wordt eveneens de wenselijkheid van getuige-deskundigen aangevoerd, zoals je over gewone moordenaars ook moet kunnen horen wat hen volgens het Pieter Baan Centrum tot hun wandaad heeft gedreven. Geen punt. Dan laten we één psychiater de schuldigen een weekje observeren, en hij brengt op de zitting verslag uit. Allemaal routine.

Sinds wanneer moeten we voor een eenvoudige en duidelijke zaak (kind voor het leven verminkt) weten, wat Deetman tot november 2011 nog allemaal te weten wil komen, zoals: wat was de aard en wat was de omvang van het seksueel misbruik; ging het om een structureel probleem; was er sprake van een culture of silence; en welke rol speelde het celibaat?

Het celibaat staat er buiten, is de uitvlucht van Simonis tot Bodar – van welke twee de laatste binnenkort nog wel eens zo ver zou durven gaan dat hij vrijspraak eist voor alle viespeuken omdat ze (net als hijzelf als medekatholiek) al genoeg zijn gestraft door de negatieve publiciteit in programma’s als De wereld draait door en Pauw en Witteman. Maar ik wil door de hoogste rechter nog wel eens uitgemaakt zien worden of het celibaat (een bedenksel van de Kerk, niet van God) er inderdaad buiten staat. Als het er ook maar een beetje mee te maken blijkt te hebben, moet in de uitspraak worden opgenomen dat priesters die voor de ongehuwde staat kiezen, zich chemisch of anderszins moeten laten castreren. Daar willen we langzamerhand toch ook pedofielen en ongeneeslijke verkrachters onschadelijk mee maken?

Morgen mogen de bisschoppen en de congregaties vertellen of ze met de aanpak van Deetman akkoord zouden willen gaan. Tot de allerlaatste fase van de procedure worden ze behandeld alsof wij ergens spijt van moeten hebben. Hun ‘transparante’ klachtenbureau Hulp en Recht weigert zelfs gegevens uit z’n archief ter beschikking te stellen.

Kortom.

Mocht u ooit op een doodstille avond op de Dam de opwelling voelen om ineens een erbarmelijke kreet te slaken – doe het niet! Er zijn genoeg comfortabele alternatieven op misdaadgebied.