Een enorm reservoir aan taalkennis

De eerste stap naar een centraal Meldpunt Taal is gezet.

Twee weken geleden stelde ik hier de vraag waarom er eigenlijk geen centraal meldpunt voor taalverschijnselen bestaat. Welnu, het lijkt erop dat zo’n meldpunt er gaat komen. Dat wil zeggen: vorige week heeft Marc van Oostendorp van het Meertens Instituut hier een notitie over geschreven. Van Oostendorp is onderzoeker fonologie bij het Meertens en hoogleraar fonologische microvariatie in Leiden. „Er zijn in het Nederlandse taalgebied’’, zo begint hij, „tienduizenden, zo niet honderdduizenden mensen met belangstelling voor taal en taalverschijnselen. Die mensen horen de taal om zich heen veranderen en variëren. Samen vormen ze een enorm reservoir aan kennis over de stand van het Nederlands. Deze korte notitie is een pleidooi om het potentieel van deze groep beter te gebruiken voor onderzoek naar onze taal, en daarbij gebruik te maken van het internet als een manier om deze mensen te bereiken.’’

Het aardige is dat Van Oostendorp voorstelt om van zo’n meldpunt een plaats te maken waar taalgebruikers en taalonderzoekers elkaar ontmoeten. Taalgebruikers zouden er observaties kunnen ‘posten’ en taalonderzoekers zouden er van alles en nog wat kunnen vragen. Bijvoorbeeld: hoe vaak hoorde u deze maand iemand ‘hun hebben’ zeggen. „De antwoorden kunnen met bestaande technologieën geografisch gelokaliseerd en op een tijdslijn geplaatst worden’’, aldus Van Oostendorp.

Of het meldpunt er echt komt, zal afhangen van de omstandigheid of het Meertens partners kan vinden – want het ontwikkelen en onderhouden van zo’n website kost natuurlijk geld en tijd. Het Meertens heeft hierover in ieder geval al contact gezocht met het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden, een instituut dat over schitterende woordbestanden beschikt, die echter vreemd genoeg verstopt zitten achter een login, waardoor ze niet gevonden worden door zoekmachines.

Een aardige indicatie voor het potentieel van zo’n Meldpunt Taal is overigens te vinden in het Jaarverslag 2009 van het Meertens, dat toevallig ook vorige week verscheen. Uit dit jaarverslag blijkt dat alleen de taalkundige databanken op de website van dit instituut – een syntactische atlas en een databank met plantennamen – in 2009 al ruim zeven miljoen keer zijn geraadpleegd.

Voor WoordHoek zou zo’n taalmeldpunt trouwens op een goed moment komen. Sinds 2002 verschijnt deze rubriek niet alleen in deze krant, maar ook als weblog. Aanvankelijk twee keer per week en sinds 2009 één keer in de week. Binnenkort gaat de WoordHoek-blog stoppen (de rubriek in de krant gaat wel gewoon door, zij het niet in de zomer). De afgelopen jaren fungeerde de WoordHoek-blog al in toenemende mate als een bescheiden en ongestructureerd Meldpunt Taal – althans, veel bezoekers maakten er melding van eigen taalobservaties. Ook per e-mail krijg ik altijd veel van dit soort observaties en signaleringen toegestuurd. De belangrijkste reacties heb ik altijd bewaard – ruim 15.000 in totaal. Het idee is nu om die zorgvuldig te anonimiseren en ze vervolgens af te staan aan het Meertens of het Meldpunt Taal (i.o.), zodat ook andere taalonderzoekers er te zijner tijd gebruik van kunnen maken. Als het Meldpunt Taal er echt komt, en daar lijkt het sterk op, zal ik er hier natuurlijk melding van maken. De eerste stap is in elk geval gezet.