Eckardstein en Blechacz: jonge generatie in Meesterpianisten

Klassiek Severin von Eckardstein, piano. Gehoord: 7/5 Muziekcentrum Frits Philips Eindhoven. Herh.: 13/6 Concertgebouw Amsterdam. Rafal Blechacz, piano. Gehoord: 9/5 Concertgebouw Amsterdam. ****

In veel opzichten zijn ze elkaars tegenpolen: de ingetogen Severin von Eckardstein (1978), stammend uit een Duits adellijk geslacht uit Düsseldorf, en de kwikzilverachtige Rafal Blechacz (1985), geboren in Naklo nad Notecia, een klein plaatsje in Polen. Maar allebei zijn ze nog jong, spelen ze fantastisch piano en sleepten ze de afgelopen jaren belangrijke prijzen in de wacht.

In de serie Meesterpianisten handhaven ze zich met verve te midden van eerbiedwaardige reuzen als Sokolov, Pollini en Zimerman. Von Eckardstein doet denken aan de romantische zwerver op Wanderer über dem Nebelmeer, het beroemde schilderij van Caspar David Friedrich, terwijl Blechacz meer weg heeft van een dartel veulen: een en al energie en potentie, maar nog niet helemaal in balans.

In Eindhoven etaleerde Von Eckardstein zijn muzikale veelzijdigheid in een programma dat opende met de verfijnd vertolkte Duportvariaties in D, KV 573 van Mozart, gevolgd door een vloedgolf van heftige pathetiek in de intens beleefde en evenwichtig uitgesponnen Etudes symphoniques op. 13 van Schumann. Na de pauze liet Von Eckardstein de wonderlijke laatromantiek van Medtner behoedzaam overvloeien in de geparfumeerde symboliek van Skrjabin. Met kernachtige akkoorden en metafysische ornamentiek trok hij daarna in Regard de l’Eglise d’amour van Messiaen een imposante klankkathedraal op.

De briljante Blechacz vloog met het enthousiasme van een jonge hond door de polyfone wereld van Bachs Partita nr. 1 in Bes en de subtiel zwevende materie van de Sonate in Bes, KV 570 van Mozart. Bij Debussy’s Pour le piano trok hij op in de archaïsche wereld van de zeventiende-eeuwse klavecinisten om met ongekende vaart en muzikale doodsverachting via de Franse Romantiek veilig aan te landen in de sfeervolle klankwereld van Debussy. Daarna leefde Blechacz zich onbekommerd uit in werken van Chopin. Behendig laverend tussen atletische virtuositeit en poëtische muzikaliteit smolt hij soms heel even met hem samen.