Doorbraak of patstelling

De verwarring is groot in het land dat zich erop laat voorstaan dat er, door het kiesstelsel, altijd heldere meerderheden zijn. Maar nu niet. De verkiezingen in Groot-Brittannië hebben een hung parliament opgeleverd. Bij gebrek aan een simpele meerderheid in het Lagerhuis moeten de Britse politici zich verlagen tot ‘continentale coalitievorming’.

Dat zal hun niet zo gemakkelijk afgaan. De Britse kiezer heeft vooral voor verwarring gezorgd. Bovendien ontbreekt het in de drie belangrijkste partijen aan rust en ervaring om concessies te doen en compromissen te sluiten.

De Labourpartij van premier Brown is na 13 jaar afgestraft voor haar beleid. Maar qua zetels is ze niet weggevaagd. De Conservatieven van oppositieleider Cameron hebben onvoldoende geprofiteerd. Ze heroverden meer zetels dan ooit sinds 1931. Maar ze haalden geen absolute meerderheid in het Lagerhuis.

De Liberaal Democraten van de rijzende ster Clegg stelden, met 22 procent van de stemmen, teleur. In het heetst van de strijd verloren ze zelfs zetels.

Het Britse kiesstelsel, dat de twee grote partijen onevenredig bevoordeelt, heeft dit keer dus geen uitkomst geboden. Dat is niet zonder risico in crisistijd. Op de financiële markten, die niet gewend zijn aan een politieke impasse in Londen, stond het pond daags na de verkiezingen dan ook meteen onder druk.

Hoe lang de verwarring duurt is onzeker. Volgens Brits gebruik mag de zittende premier, bij zo’n hung parliament, het voortouw nemen om een nieuwe regering te vormen. Gelukkig heeft Brown een voorbeeld genomen aan premier Heath die in 1974, geconfronteerd met een verkiezingsnederlaag voor zijn Tories, het initiatief aan oppositieleider Wilson liet.

Maar Brown, wiens positie als partijleider logischerwijs ter discussie staat, heeft zich nog niet geheel gewonnen gegeven. Hij gokt er op dat Labour, desnoods onder een andere leider, een herkansing kan krijgen als Cameron en Clegg er niet in slagen elkaar te vinden.

En dat is denkbaar. De Tories zullen door het stof moeten voor de Liberaal Democraten, omdat ze samenwerking in de campagne hebben afgewezen. Bovendien zijn op een aantal hoofdpunten de programmatische verschillen groot. Over de sanering van de overheidsfinanciën, bestuurlijke en electorale hervormingen en Europese samenwerking is er niet snel zicht op een akkoord.

Clegg en Cameron zijn wel voortvarend begonnen. Maar ze kampen nu al met een rumoerige achterban. Vooral als het om het kiesstelsel gaat. Voor de Conservatieven is het systeem heilig. Voor de Liberaal Democraten is een evenrediger stelsel het kroonjuweel. Cameron zou er goed aan doen snel te wennen aan het idee dat de Conservatieve stokpaardjes ter discussie staan. Ook Clegg moet zijn knopen tellen nu er macht lonkt ten koste van enkele sociaal-liberale principes.

Of een coalitie van Tories en Lib Dems tot een stabiele regering leidt is de vraag. Er wordt rekening gehouden met snelle verkiezingen, net als na 1974. Maar een akkoord tussen Cameron en Clegg is op dit moment de meest serieuze optie voor Groot-Brittannië.