De Wit: overname van ABN was te vermijden

De overname van ABN Amro door een consortium van banken had voorkomen kunnen worden door de Nederlandse overheid en toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Bij het fiasco met de IJslandse internetspaarbank Icesave had DNB eerder kunnen ingrijpen.

Dat concludeert de parlementaire onderzoekscommissie-De Wit in haar vandaag gepubliceerde eindrapport Verloren Krediet.

Bij ABN Amro hadden DNB en het ministerie van Financiën kunnen besluiten het consortium van Royal Bank of Scotland, Fortis en Banco Santander de verklaring van geen bezwaar voor de overname te weigeren, omdat de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel er door werd bedreigd. Ze hebben de ruimte voor een eigen afweging „weloverwogen kleiner gemaakt dan mogelijk was”, stelt de commissie in het rapport.

Toenmalig minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) heeft de beslissing te veel aan DNB overgelaten. Zo wilde hij de schijn van politieke bemoeienis en daarmee grote kritiek uit Europa voorkomen, schrijft de commissie.

DNB heeft door strenge voorwaarden te stellen „de gaatjes gedicht” die ze zelf zag, maar heeft ervan afgezien negatief te oordelen terwijl het op dat moment wel kon. „Bijvoorbeeld omdat er vragen waren over de kapitaalkracht van Fortis, het gebrekkige boekenonderzoek dat was gedaan en omdat ten tijde van de overname de financiële crisis al was aangebroken”, zei commissievoorzitter Jan de Wit (SP).

Bij Icesave vindt de commissie dat DNB strengere voorwaarden aan de IJslandse moederbank Landsbanki had moeten opleggen, voordat deze tot de Nederlandse markt werd toegelaten. De mogelijkheden die de wet daartoe biedt, zijn niet gebruikt. Ook had DNB Icesave een zogenoemde aanwijzing kunnen geven om te stoppen met ophalen van spaargeld in Nederland. „Een pro-actiever beleid van DNB was mogelijk geweest”, aldus De Wit.

De commissie stelt dat DNB voordat de kredietcrisis uitbrak wel gewaarschuwd heeft voor gevaarlijke ontwikkelingen, maar te weinig actie heeft ondernomen.