De politiek werd Santos fataal

Filippijnen kiezen vandaag onder meer een president, Senaat, en vele gouverneurs.

Kandidaten schrikken niet terug voor moord om hun zege veilig te stellen.

Het opgebaarde lichaam van Ernesto Santos lijkt nauwelijks op de man van de verkiezingsposters. De gepensioneerde arts ligt in een witte kist en draagt een donkerblauw pak, dat de schotwond in zijn borst verbergt. Zijn vrouw en drie zoons, typische Filippijnse globetrotters, zijn net ingevlogen vanuit Amerika en Singapore. Ook Santos was al teruggeweest in zijn woonplaats in Californië, als hij geen fataal besluit had genomen: om campagne te voeren voor zijn vriend Rudy Reyes, die vandaag hoopt te worden gekozen tot burgemeester van hun geboorteplaats Guagua, ongeveer twee uur rijden van de hoofdstad Manila.

Zijn buurvrouw Ofelia Bacani heeft gehoord hoe het is gebeurd. Wijdbeens snijdt ze voor haar huis een bak varkensvlees in stukken, zodat de gasten op de wake straks te eten hebben. Reyes en Santos zouden vorige week dinsdag samen terugkeren van een diner. De arts wachtte in de auto op zijn vriend, toen er twee mannen op een brommer stopten, het portier opentrokken en Santos bedreigden met een geweer. Even later hoorden omstanders een schot. „Dokter Santos was het doelwit niet, hij had geen vijanden”, zegt Bacani. „Maar hij droeg dezelfde campagnekleren als Rudy Reyes, ze lijken op elkaar.”

De zaak-Santos is een van de tientallen moorden in de aanloop naar de Filippijnse verkiezingen, die vandaag worden gehouden. Het land met 91 miljoen inwoners kiest een president, Senaat, Huis van Afgevaardigden en duizenden gouverneurs, burgemeesters en raadsleden. Vooral de lokale verkiezingen zijn keer op keer bloedig in de vuurwapenrijke archipel. Kandidaten schrikken niet terug voor moord om hun zege veilig te stellen.

Het ernstigste verkiezingsbloedbad gebeurde eind november in de zuidelijke provincie Maguindanao. Gouverneurskandidaat Andal Ampatuan Jr. wordt ervan verdacht met 100 handlangers 57 mensen uit het gevolg van zijn tegenkandidaat te hebben doodgeschoten. Dat was zo extreem dat het hele land diep geschokt was. Maar de Ampatuans zijn niet uitzonderlijk. Er zijn naar schatting 170 politieke clans die een privéleger onderhouden. Die variëren in aantal: van enkele oud-militairen die de bodyguard uithangen tot tientallen of zelfs honderden mannen. Na het drama in Maguindanao kondigde president Gloria Arroyo maatregelen aan om de privélegers te ontwapenen. Daar is nog weinig van terechtgekomen. Sinds het begin van de campagne in februari werden 42 kandidaten en aanhangers gedood. Een daarvan was dokter Santos.

Na de moord op zijn vriend was burgemeesterskandidaat Rudy Reyes bang. Niemand twijfelt eraan dat de kogel voor hem was bedoeld. In zijn kleine hoofdkwartier is nu een politieagent, achter hem staat een geweer. „Ik had dit niet verwacht, ik heb in mijn leven nog nooit een bedreiging gehad”, zegt Reyes. Pas toen een adviseur erop had aangedrongen nam hij in april twee bodyguards.

Reyes pakt het vel papier dat volgens hem de aanleiding was om hem te willen vermoorden: een opiniepeiling in het 200.000 zielen tellende Guagua, twee dagen voor de moord. Daarin stond hij ver voor op zittend burgemeester Ricardo Rivera. Reyes wil niet zeggen wie er volgens hem achter de moord zit. Maar, vraagt hij retorisch: „Wie zou er profiteren als ik uit de weg word geruimd?”

De verkiezingsstrijd tussen Reyes en Rivera staat niet op zichzelf. Rivera heeft steun van de koning van het illegale gokspel jueteng in Pampanga, wiens vrouw probeert gouverneur te worden. Net als drie jaar geleden neemt zij het op tegen voormalig priester Eduardo Panlilio. Die vertelt in zijn kantoor hoe vlak na de verkiezingen in 2007 vier aan hem loyale dorpshoofden werden neergeknald; dit jaar werden twee van zijn burgemeesterskandidaten bedreigd.

Reyes bereidt zich voor op zijn laatste campagnedagen. Nog twee risicovolle optochten, waarvan één als eerbetoon aan zijn vriend Santos. Hij zorgt nu dat hij om zeven uur terug is in zijn hoofdkwartier, in plaats van om middernacht. Zijn bodyguards laten hem geen moment meer alleen. Maar hij is er niet gerust op. „Kijk naar Kennedy: ondanks alle CIA en bodyguards hebben ze hem toch vermoord. Ik ben maar een klein iemand. Als ze me willen doden, zullen ze het doen.” Bij de wake van Ernesto Santos zegt zijn zoon Eric dat hij gerechtigheid wil, maar vreest dat dat moeilijk wordt. De familie durft ook niet al te diep in de moordzaak te graven, want zijn jongste zus woont nog in Guagua, en straks loopt zij gevaar.

Eric kijkt terug op het leven van zijn vader. Hoe hij alle patiënten behandelde, ook als ze het niet konden betalen. Hoe hij met iedereen gemakkelijk praatte, van straatverkoper tot president. Het grootste van de tientallen bloemstukken bij zijn kist komt van president Arroyo, die ook uit Pampanga komt en daar vandaag een parlementszetel hoopt te winnen. „Mijn vader wilde zelf ook de politiek in”, vertelt Eric. „Maar wij wilden dat niet. Te gevaarlijk.”