De nieuwe situatie is wennen

Britse politici moeten na een felle campagne ineens aardig tegen elkaar zijn.

Er zijn veel struikelblokken in de gesprekken tussen de Tories en de Lib Dems.

Tot hun verbazing moeten Britse politici plotseling aardig tegen elkaar zijn. Was hun taak tot vorige week hun rivalen, als het even kon, verbaal in mootjes te hakken, nu riskeren ze daarmee ineens een potentiële coalitiepartner te verliezen. Deze ommekeer is te danken aan de kiezers, die bij de Lagerhuisverkiezingen van donderdag voor het eerst sinds 1974 geen enkele partij een absolute meerderheid gunden.

Zo voert de Liberaal Democratische leider Nick Clegg nu „constructief en vriendschappelijk” overleg met dezelfde Conservatieve leider David Cameron die hij vorige week nog beschuldigde van „adembenemende arrogantie”. En Cameron, die de kiezers had voorgehouden dat de Liberaal Democraten en Labour één pot nat waren, poogt nu uit alle macht de Lib Dems in een kabinet onder zijn leiding te krijgen. Premier Gordon Brown, doorgaans niet de meest toeschietelijke, herinnert Clegg er zo beleefd mogelijk aan dat hij ook graag zou aanschuiven bij hem, mochten zijn gesprekken met Cameron vastlopen.

Het is wennen aan de nieuwe situatie, niet alleen voor politici maar ook voor het publiek. En voor de financiële markten, niet te vergeten. De uitslag van vrijdag, die niet de politieke zekerheid bood die de Britten gewend zijn, zette prompt het pond sterling en de beurskoersen onder druk. De vrees is dat de markten vandaag nog harder onderuit gaan, als nog altijd niet duidelijk is of er snel een nieuwe regering aantreedt.

Juist daarom wil Cameron, wiens partij als grootste uit de bus kwam met 306 van de 650 zetel, zo snel mogelijk een akkoord met de Lib Dems (57 zetels) bereiken. Of dat lukt, is zeer de vraag. De Liberaal Democraten, die altijd hebben gehamerd op een hervorming van het kiesstelsel, kunnen voor hun fatsoen eigenlijk alleen met de Tories in zee gaan, als er op dat vlak uitzicht wordt geboden op verandering. Het belang daarvan voor de Lib Dems is ook na de jongste verkiezingen evident. De partij behaalde 23 procent van de stemmen, maar won nog geen 9 procent van de zetels. De Tories wonnen met 36 procent van de stemmen 306 zetels en Labour met 29 procent 258.

Voor de Conservatieven is zo’n hervorming al heel lang taboe en ook Cameron is er altijd tegen geweest. De vorige keer dat er een zogeheten hung parliament was, in 1974, ketste de samenwerking tussen Conservatieven en de toenmalige Liberalen af op het punt van een nieuw kiesstelsel.

Maar er zijn meer struikelblokken. De Conservatieven zijn uitgesproken sceptisch over de Europese samenwerking, de Lib Dems daarentegen zijn er sterk vóór. De Tories willen de limiet om successiebelasting te betalen oprekken. De Liberaal Democraten willen juist een extra belasting op dure huizen invoeren.

Clegg zou sterker hebben gestaan als hij een goed alternatief achter de hand had gehad. Maar een combinatie met Labour heeft geen meerderheid in het Lagerhuis. En een coalitie met nog meer kleine, regionale partijen uit Schotland, Wales en Noord-Ierland zou van een twijfelachtige stabiliteit zijn.

Bovendien is het niet aanlokkelijk in een kabinet met Brown te gaan zitten, die net een motie van wantrouwen van de kiezers heeft gekregen. Dezelfde peiling in de krant The Sunday Times gaf aan dat een meerderheid van de Britten Brown bij voorkeur ziet vertrekken. De premier besprak gisteren met enkele vertrouwelingen op Downing Street zijn resterende opties. Aftreden is er een van. Met een nieuwe leider zou Labour goed oppositie kunnen voeren tegen een breekbare coalitie van Tories en Lib Dems of een nog kwetsbaarder Conservatieve minderheidsregering.

Bij alle somberheid over de nieuwe onzekerheid stellen sommigen dat die niet direct rampzalig hoeft te zijn. In de krant The Observer wijst Anthony King, hoogleraar bestuurskunde aan de universiteit van Essex, onder meer op Nederland en Duitsland, waar coalities heel normaal zijn. King stelt: „De best bestuurde landen zijn gewoonlijk die landen geweest waar regeringen van het Britse type, met één partij in de meerderheid, ontbraken.”