'De Nederlandsche Bank schoot tekort'

Bij de kredietcrisis maakte iedereen fouten, zegt Jan de Wit, die de parlementaire onderzoekscommissie leidde. Hij wil meer regels voor de financiële sector.

Jan de Wit, voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie financieel stelsel, is stellig. Er is een grens aan wat een toezichthouder kan laten gebeuren. „Je kunt waarschuwen, en nog een keer waarschuwen. Maar als je dan ziet dat er niets gebeurt, moet je een keer actie ondernemen. Dat is de belangrijkste cultuurverandering die we moeten zien te bereiken.”

Volgens De Wit is De Nederlandsche Bank (DNB) tekortgeschoten. „De toezichthouder heeft zich te veel gericht op individuele instellingen en te weinig op de stabiliteit van het financiële stelsel als geheel.”

De commissie-De Wit voerde begin februari een groot aantal openbare gesprekken om de oorzaken van de kredietcrisis te achterhalen. Vandaag komt ze met haar rapport Verloren krediet, waarin conclusies en aanbevelingen staan.

De commissie heeft het verwijt gekregen dat ze uit zou zijn op de scalp van DNB-president Nout Wellink.

„Dat is niet aan de orde geweest. Wij zijn geen tribunaal. Een eventueel oordeel over hem laten we aan de Kamer.”

DNB heeft gezegd dat ze weinig speelruimte had in de Icesave-zaak, omdat het risico bestond dat ze aansprakelijk gesteld zou worden.

„Dat is een reëel bezwaar, en we doen als commissie ook aanbevelingen om die aansprakelijkheid te verminderen. Alleen bij grove schuld zouden partijen DNB nog kunnen aanklagen. Dat laat onverlet dat DNB iets had moeten doen toen het fout ging.”

Denkt u dat het mogelijk is om te waarschuwen voor een volgende crisis? DNB zegt dat het constateren van risico’s niet hetzelfde is als ook echt een crisis voorspellen.

„Wij hebben niet de illusie dat we volgende crises kunnen voorkomen. En dat kan ook een toezichthouder niet alleen. We moeten proberen het stelsel weerbaarder te maken, de dijken te verhogen, met hogere kapitaalbuffers en een strikter beloningsbeleid bij banken, strengere naleving van de regels. Maar een toezichthouder moet ook bij hogere dijken op tijd waarschuwen.”

Juist vorige week presenteerde DNB een vernieuwde vorm van toezicht op het financiële stelsel als geheel. DNB is al sinds 2004 bezig met dit macro-prudentiële toezicht.

„Dat zag ik, maar daar hebben wij niets van kunnen terugvinden.”

Wat moet er beter in het toezicht?

„Er zou meer kennis bij de toezichthouder moeten komen, bijvoorbeeld door meer mensen uit de sector zelf aan te nemen. Daarnaast zou de geheimhouding van de toezichthouder minder strikt geïnterpreteerd moeten worden.”

De grootste verrassing voor De Wit was dat over hele hele linie is gefaald. „Banken, toezichthouders, parlementen, accountants, kredietbeoordelaars, iedereen heeft fouten gemaakt”, zegt hij.

Is er een hoofdschuldige?

„Nee, je kunt alleen constateren dat de problemen bij banken zijn begonnen. Maar iedereen heeft fouten gemaakt.”

Een aantal van uw aanbevelingen leidt tot een zwaarder gereguleerde financiële sector. Dat kost volgens critici economische groei.

„Dat is een dilemma. Maar dat leidt tot grotere zorgvuldigheid bij die banken. Ons doel is niet het functioneren van een financiële sector onmogelijk te maken. We moeten ons wel realiseren dat banken met ons geld gegokt hebben. We zijn langs de rand van de afgrond gegaan en de belastingbetaler zit nu met de gebakken peren. De werkloosheid is opgelopen, er moet bezuinigd worden. Als je dat afweegt, komen wij tot de conclusie dat we in moeten grijpen.”

Moet Nederland los van de internationale context al maatregelen nemen en gidsland zijn?

„Het zou een goed idee zijn. Maar het best zou zijn als er mondiale afspraken gemaakt kunnen worden over het opsplitsen van banken in een nutsbank en een zakenbank binnen één instelling, over een nieuw stelsel van depositogaranties, over hogere kapitaaleisen en minder hoge bonussen. Maar als het internationaal niet lukt, moet Nederland op een aantal terreinen het voortouw nemen. De urgentie is hoog, in het buitenland zie je financiële instellingen weer oude gewoonten oppakken.”