Bescheiden captain is een van de jongens

Het Davis-Cupteam leed een pijnlijke nederlaag tegen Italië. Captain Jan Siemerink (40) is onomstreden. Hij is populair bij de jonge ploeg.

Het ongeloof bij de 3.000 toeschouwers in de Silverdome in Zoetermeer is groot. In de vierde set, bij 3-3 en0-15 op de service van Potito Starace, slaat Robin Haase in de cruciale dubbel van zaterdag een niet te missen volley laag in het net. In het stadion houdt één man zijn emoties onder controle: de captain van de Nederlandse tennisploeg, Jan Siemerink. Hij blijft onbewogen op de bank zitten.

In het punt erna een vergelijkbare situatie: Haase en Igor Sijsling rennen beiden naar een lob, maar geen van tweeën slaat de bal. Veel onbegrip bij het publiek. Weer blijft Siemerink kalm. Even later winnen Starace en Simone Bolelli de vierde en beslissende set. Italië zet Nederland in de Davis-Cupontmoeting op een onoverbrugbare 3-0 achterstand.

Oud-topspeler Siemerink is sinds drieënhalf jaar Davis-Cupcaptain. Hij kreeg de moeilijke taak leiding te geven aan een jonge en onervaren ploeg. Bij zijn benoeming eind 2006 was er scepsis. Siemerink speelde weliswaar lang op de ATP-tour (veertien jaar prof, vier titels), maar als coach had hij geen ervaring. Ook had hij geen trainerscursussen gevolgd. Was hij wel de juiste man voor de belangrijkste functie in het tennis?

Siemerink leidde tot dusver zeven Davis-Cupontmoetingen, het duel met Italië meegerekend. Gezien het spelersmateriaal – er stond lange tijd geen Nederlander in de top-100 – en de slepende knieblessure van Haase waren de verwachtingen de afgelopen jaren laag. Er werd verloren van sterkere tennislanden Groot-Brittannië (toen met Andy Murray én Tim Henman), Argentinië en Frankrijk. Winst was er tegen laagvliegers Portugal, Macedonië en Zuid-Korea. Het duel met Italië was de eerste ontmoeting onder Siemerink tegen een gelijkwaardige tegenstander. Door het thuisvoordeel, de terugkeer van Haase en de recente prestaties van Thiemo de Bakker en Sijsling was er hoop op een overwinning. De 4-1 nederlaag kwam daarom hard aan.

Siemerink is onomstreden. Zijn baas bij de tennisbond, technisch directeur Rohan Goetzke, zegt zeer tevreden te zijn over het werk van de captain. „Hij heeft zijn eigen stijl. What you see is what you get. Voor de camera is hij niet anders dan erachter. Hij is duidelijk in zijn verhaal. Hij staat achter zijn spelers en geeft ze vertrouwen’’, vertelt de Australiër, die op verzoek van Siemerink bij het begeleidingsteam van de Davis-Cupploeg kwam. Tijdens wedstrijden hebben de twee soms overleg, zo valt op. Goetzke zegt dat ze veel bespreken. „Maar hij maakt de keuzes, en ik steun hem daarin.”

In 2002 nam Siemerink, die in Noordwijk woont, afscheid als professioneel tennisser. De servicevolleyspecialist ging tennisclinics geven en werd tv-commentator bij tenniswedstrijden, wat hij allebei nog steeds doet. Bij zijn presentatie als captain, eind 2006, zei Siemerink een bepaalde spanning te missen. Hij volgde de succesvolle Tjerk Bogtstra op, die naar huis was gestuurd door toenmalig technisch directeur Hans Felius.

Is tegenstelling tot de emotionele Bogtstra, die ruim vijfenhalf jaar de coach was van Siemerink, is de voormalige nummer veertien van de wereld de rust zelve op de bank. Geen gebalde vuisten. Benen voor zich uit, armen over elkaar. Fier het hoofd omhoog. Na bijna elk punt druk met aantekeningen in zijn zwarte notitieboekje. Af en toe een applausje. En alleen bij mooie en belangrijke punten in het voordeel van Nederland veert hij op. Na afloop staat hij geduldig de pers te woord, zonder een spoor van irritatie.

Siemerink laat zich niet volledig meeslepen in wedstrijden. „Je moet ook afstand kunnen nemen, overzicht houden van wat er allemaal precies gebeurt. Zo kan ik de goede beslissingen nemen”, zegt Siemerink. Volgens Bogtstra is hij een geschikte captain, deels omdat hij geen last heeft van zijn ego. „Hij maakt zich niet belangrijker dan de spelers. Dat heeft hij helemaal niet. En hij zal niet snel een conflict hebben met iemand. Daarin verschilt hij van mij”, zegt Bogtstra, die zich als captain meer dan eens kritisch uitliet over de ontwikkelingen binnen de bond.

Bij de spelers is Siemerink populair, hij is ‘een van de jongens’. Onderling wordt er gedold en als er rond de Davis-Cupontmoetingen tijd is spelen ze een partijtje voetbal. „Ik mis niks aan hem. Er is niets waar ik me aan irriteer. Ik vertrouw hem volledig en voel me goed bij hem”, zegt kopman De Bakker. „Hij is fanatiek, wil graag winnen. Tegelijkertijd is hij rustig en ontspannen.” Volgens Goetzke ‘klikt’ het tussen de spelers en de captain. „Ik vind het leuk om met die jongens op te trekken”, zegt Siemerink. „Ik merk dat zij het prettig vinden dat ik er ben. Maar ik kan ook met ze praten over dingen die nodig zijn. Dat wordt geaccepteerd. De vertrouwensband is er.”

Siemerink kreeg meer taken dan zijn voorganger. Het captainschap is een parttime functie van honderd dagen, en behelst meer dan de twee wedstrijden per jaar. Siemerink, vader van twee kinderen, is een keer per week op het nationale tenniscentrum in Almere en begeleidt de Davis-Cupspelers waar nodig individueel. Zo coachte hij vorig jaar De Bakker een aantal weken. De Bakker won zijn eerste challenger vorig jaar augustus in het Finse Tampere onder Siemerink.

Wat is hem als captain het meeste tegengevallen? „Wat ik in het begin heb moeten leren is dat niet alles wat voor mij heel normaal is, voor een ander ook zo is.”

Siemerink geeft een klein voorbeeld: „Dat als je naar de tennisbaan gaat je een tas bij je hebt waar alles in zit. Dan praat ik van sokken tot onderbroek, extra shirt, extra paar schoenen. Dat soort zaken. Dat is voor mij heel logisch, maar niet voor iedereen. Zo zijn er ook dingen die in wedstrijden en trainingen gebeuren. Maar dat is natuurlijk ook wel weer het leuke, omdat je te maken hebt met jonge jongens.”

Mensen die Siemerink kennen noemen hem sympathiek, bescheiden en iemand die goed kan luisteren. In zijn functie moet hij soms ook hard zijn, kan hij dat? Marcella Mesker denkt even na voordat ze antwoordt. „Hij kan duidelijk zijn”, zegt de oud-toptennisster, die bij de NOS samen met Siemerink regelmatig het tenniscommentaar verzorgt. Goede vriend en oud-dubbelspecialist Jacco Eltingh: „Ja, hij kan hard zijn. Doorpakken en met de vuist op tafel slaan. Dat heeft hij de afgelopen jaren geleerd.”

Siemerink weet de juiste randvoorwaarden te creëren rond zijn ploeg, vertelt Eltingh. „Wat hij goed doet is alles in werking zetten om spelers optimaal te laten presteren. Hij weet zich goed in te leven. Zonder dat het ten koste gaat van de normen en waarden binnen het team.’’

Hij bereidt de Davis-Cupontmoetingen zeer professioneel voor, zegt Mesker. „Hij schept overal duidelijkheid. Weken van tevoren is het schema voor het duel al bekend. Dat is aan hem te danken.”

Siemerink: „De jongens weten wat ze aan mij hebben. Als ik iets doe probeer ik het heel goed te doen, ik zal niet zoveel aan het toeval overlaten.”

Na het laatste punt in de dubbel, toen de nederlaag tegen Italië een feit was, maakte Siemerink nog gauw een aantekening. Vervolgens schudde hij de Italianen de hand en sprak hij op de baan minutenlang na met Sijsling en Haase. Kort daarop kwam zijn dochtertje naar hem toe. De kenmerkende glimlach van Siemerink verscheen direct weer op zijn gezicht.