Uw kind?

Voorop mijn fiets huilt mijn adoptiedochter uit India de longen uit haar lijf. Na de eerste ochtend op de taalschool is ze woedend dat ze daar niet langer mag blijven. Naast me fietst een oudere Marokkaanse Nederlander met een baard. „Is dat wel úw dochter?”, vraagt hij. „Waarom huilt ze zo?” Mijn verklaring lijkt hij

Voorop mijn fiets huilt mijn adoptiedochter uit India de longen uit haar lijf. Na de eerste ochtend op de taalschool is ze woedend dat ze daar niet langer mag blijven. Naast me fietst een oudere Marokkaanse Nederlander met een baard. „Is dat wel úw dochter?”, vraagt hij. „Waarom huilt ze zo?” Mijn verklaring lijkt hij niet te accepteren. Hij dreigt de politie te bellen en blijft tien minuten achter mij aanfietsen. Als ik stop voor ons huis, heb ik mijn dochter met een snoepje stil weten te krijgen. „Is dat jouw vader?” vraagt de man. Ik ben opgelucht als ze met een klein stemmetje ‘ja’ zegt. De man is gerustgesteld.

Albert Meijer