Twee tekenaars van het absurde

Het is niet de meest opwekkende wandeling naar Schiedams nieuwste kunstlocatie. Hoe je ook loopt, je komt altijd langs verpauperde winkelstraten vol knakenwinkels. Voor mooie boetieks moet de Schiedammer naar Rotterdam toe. Maar voor kunst hoeft dat niet. De toch al behoorlijke hoeveelheid expositieplekken is onlangs nog weer uitgebreid. In een rustig achterafbuurtje iets onder het centrum zit sinds kort galerie de Ketelfactory. De naam is niet zomaar gekozen. De ruimte zit vast aan de Nolet jeneverstokerij, en is door het bedrijf ter beschikking gesteld aan de kunst. Om de buurt en de kunst een dienst te bewijzen.

Het mooie, witte pandje heeft tussen de vele ramen genoeg muuroppervlakte om per keer drie kunstenaars te laten exposeren. Dit keer was de beurt aan Roland Sohier die twee collega-tekenaars uitnodigde: Harm Hajonides en Robbie Cornelissen. Sohier begon in het middenstuk van de galerie een muurtekening waar hij zijn bestaande tekeningen, van kabouters en andere fantasiefiguren, tussen plakt en al tekenend verbindt tot een grote, surreële wereld. Het geheel lijkt op de grote composities die hij vaker maakt, met een soort kabouters op LSD, maar de ruimtelijk geordende compositie is vervangen door abstracte overloopjes van het een naar het ander. Kleur, grafiet, papier en muur volgen elkaar op als in een écriture automatique: je begint ergens en weet niet waar het eindigt.

Die werkwijze is met geen ander medium verbonden dan met tekenkunst waar het zoekende of onderbewuste leidend kan zijn. Kan, hoeft niet. Robbie Cornelissen maakt sinds jaar en dag grote tekeningen van werkelijk onmetelijke ruimtes die er erg gestructureerd uitzien. Hij tekent zoals een architect dat zou doen.

Wat het werk van Cornelissen met dat van Sohier gemeen heeft, is de absurditeit – zulke hallen kom je net zo weinig in het echte leven tegen als Sohiers getormenteerde kabouters.

Hajonides zit een beetje tussen de twee in. Zijn grafiettekeningen bevatten grote donkere vierkanten en vormen op rasters, waar van alles tussenin kriebelt. Zo laat de tentoonstelling alles zien waar tekenkunst voor kan staan. Het nadeel is dat het vooral al vaker geëxposeerd werk is, of daarop voortborduurt. Geen enkele verrassing. De enige verrassing is dat hier in dit stille stukje Schiedam zo’n mooie plek te vinden is.

Sandra Smets

Never a day without lines, t/m 16 mei in de Ketelfactory, Hoofdstraat 44, Schiedam. Vr-zo 13-17u.