Striptekenaars zijn 'tot grote dingen in staat'

De Ficomic in Barcelona is de op één na grootste stripbeurs ter wereld. Nederlandse striptekenaars geven er acte de présence. ‘Leon el terrible’ doet het uitstekend in Spanje.

Drie Spaanse uitgevers willen Dick Matena wel uitgeven, zegt Gert Jan Pos, stripintendant en drijvende kracht achter de presentatie van Nederlandse striptekenaars op de stripvakbeurs Ficomic in Barcelona. Ze vinden het prachtig, zijn in strip gegoten vorm van Het dwaallicht van Elsschot. Ook voor Peter Pontiac is interesse.

Nederland is eregast op de beurs, die donderdag openging en nog loopt tot morgen. Ficomic, gevestigd in wat lijkt op een enorme stationshal, is de op één na grootste stripbeurs van Europa, met naar verwachting zo’n honderdduizend bezoekers. Er zijn veel stands met strips en verwante gadgets, maar ook lezingen, presentaties en debatten, met bijzondere gasten als Tardi, Moebius en Lewis Trondheim.

Het is goed voor het zelfvertrouwen van de Nederlandse striptekenaars om hier te zijn, betoogt Pos. Dan kunnen ze zien dat ze goed zijn en makkelijk mee kunnen met de buitenlandse collega’s.

Pos is door het Fonds BKVB voor twee jaar aangesteld, met onder meer als opdracht de sector te professionaliseren. Leren jezelf internationaal te presenteren hoort daar bij. De striptekenaars moeten naar buiten.

Zo’n vijftig tekenaars gaven daar gehoor aan, en veertig arriveerden per bus. Maar de meesten zijn sceptisch over hun kansen op een doorbraak in Spanje. Het zou leuk zijn als een uitgever zich meldt, zegt tekenaar Sam Peeters, lid van stripcollectief Lamelos. „Ik kom om te netwerken, maar ook om lol te trappen.”

Nederland is een stripland in ontwikkeling, zei Pos donderdag tijdens de officiële opening. De volgende dag voegt hij daaraan toe: „Om tot het grote publiek door te dringen wil ik een kopgroep formeren. Die kun je bijzondere aandacht geven. Tussen deze Nederlandse tekenaars zitten er die tot grote dingen in staat zijn, zoals Typex, Maaike Hartjes, Barbara Stok en de jongens van Lamelos.”

Tekenaar Typex vermoedt dat de humor van de Nederlandse tekenaars te zwart is voor de Spaanse markt. Maar Félix Sabat, redacteur van de grote Spaanse uitgever Glénat, weerspreekt dat. Bij Glénat verschenen eerder dit jaar al ‘Leon el Terrible’, een vertaling van de Sjef van Oekel-avonturen van Wim T. Schippers en tekenaar Theo van den Boogaard, en Peter de Wits Burka babes. „Ik vind deze twee boeken grappig”, zegt Sabat. „Als het leuk is, maakt het niet uit waar de woorden vandaan komen.”

De directeur van de Ficomic, Carles Santamaria, is enthousiast over de Nederlandse inbreng. „Sinds Joost Swarte in de jaren tachtig hoorden we niets meer uit Nederland. Nu is er een mooie stand hier en diverse exposities in de stad.” De Nederlandse bestorming van de Spaanse stripwereld reikt verder dan de Ficomic. Onder meer Swarte, Lamelos, Typex, Ren Windig (tekenaar van Heinz) en Fokke & Sukke hebben in galerieën elders in de stad eigen tentoonstellingen.

Als Nederland in Barcelona een internationale ster heeft, dan is dat Joost Swarte. Op de expositie met zijn Spaanse evenknie Javier Mariscal toont hij zijn stadsgezichten, interieurs en lezende mensen, getekend in heldere kleuren en klare lijnen. Zoals op een tekening van een vakantiefile, vol grijze bussen, maar met één vrolijk gekleurd autootje, met boeken op het dak, een gevulde boekenkast in de aanhangwagen en lezende passagiers.

Op vergelijkbare manier springt de Nederlandse tentoonstelling op de Ficomic eruit tussen de wat eenvormige Spaanse kramen met strips en gadgets. De Nederlandse ruimte is ommuurd door hardgele, hoge wanden die uitlopen in striphoofden, echte kaaskoppen. Het is een kamer waar de bezoeker echt kan inlopen. Binnen hangt autobiografisch werk: yo/ik is het thema van de Nederlandse expositie van Floor de Goede, Barbara Stok, Gerard Leever en Peter Pontiac, die gekoppeld zijn aan vier verwante Spaanse tekenaars.

Stok en De Goede laten in hun minimalistische stijl scènes uit hun leven zien. De bijdrage van Pontiac is getiteld Autobioblues, waarin de tekenaar bij zijn dagelijkse bezigheden wordt achtervolgd door lege vellen die gevuld willen worden.

In de Nederlandse tentoonstellingsruimte mag er niks worden verkocht en daarom is er achter de stand nog een klein kraampje, waar Nederlandse strips, posters, T-shirts en buttons worden verhandeld. Vrijdagmiddag staan daar de twee Spaanse Nederlanders van de groep, Cristina Richarte en Henrike Olasolo, zelf auteurs van een bijzonder boek over Nederland gezien door de ogen van nieuwkomers, Nederland is mijn fantasie. De werken van Pontiac doen het goed, zeggen ze. Richarte: „En twee Baskische meisjes wilden alles hebben van onze vrouwelijke tekenaars.”

De binnenruimte van de expositieruimte had de ontwerper leeg gelaten. Daar ontstond aanvankelijk wat rumoer over, want het merendeel van de vijftig tekenaars wilde zich laten zien. Aan de buitenkant van een gele wand werd uiteindelijk een lange tafel geïmproviseerd, zodat de tekenaars werk kunnen uitstallen en hun kunst live demonstreren. Die stoelen hebben we zelf maar gekocht, zegt manga-specialist Aime de Jongh, met 21 jaar de jongste van het stel.

Lol trappen hoort bij stripmakers en de jongens van Lamelos laten donderdagavond zien hoe dat moet, in een robotgevecht tegen de tekenaars van het verwante Spaanse collectief La Cruda. Toegejuicht door de collega’s ontdoen ze in een straf kwartier drie tegenstanders met hamerende slagen van hun wapens en uitrusting – alles vervaardigd van kartonnen dozen, gekleurd papier en aluminium bordjes. Als de steeg voor het Picasso Museum na afloop weer leeg is, liggen ze verfomfaaid in de hoek.