Rommelen met dierproeven

wetenschapsbijlage 1-05-10

Met het toestaan van dierproeven wordt een norm overschreden. De ervaring leert dat in zulke gevallen een hellend vlak betreden wordt. Voorbeelden van de normloosheid waarmee de proeven gedaan worden, zijn te vinden in de recent uitgekomen bundel over de ethiek van dierproeven ‘De weging gewogen’.Van der Worp concentreert zich in het artikel over dierproeven in eerste instantie op zijn vakgebied, de neurologie. Hij merkte op dat sinds begin jaren tachtig bij muizen en ratten al zo’n vijfhonderd wondermiddelen gevonden waren, die de schade van een herseninfarct zouden beperken. Maar nog steeds was er geen nieuwe behandeling voor de patiënten. Inderdaad: geneeskunde is muiskunde. Dierproeven zijn niet alleen een overblijfsel uit barbaarse tijden, net zo erg is dat ze de geneeskunde niet verder brengen. Niemand lijkt het in de gaten te hebben maar dierproeven remmen de ontwikkeling: het model deugt niet. Van der Worp noemt de beroerte, maar de (inwendige) geneeskunde heeft allang afscheid genomen van het idee ‘genezen’. In plaats daarvan stelt men zich tevreden met pappen en nathouden: ‘in leven houden’. Men klopt zich op de borst als de patiënt na vijf jaar nog in leven is, en benoemt dat zelfs als ‘genezen’, terwijl daarvan geen sprake hoeft te zijn. Wat er mijns inziens zou moeten gebeuren is (voorshands) primair het budget voor onderzoek gelijkelijk verdelen over onderzoek met en zonder dierproeven. Secundair zou in tijd een limiet aan dierexperimenteel onderzoek gesteld moeten worden. Gebeurt dit laatste niet, dan komen we er nooit vanaf, alle hooggestemde voornemens ten spijt. Tot schade en schande van onszelf, de volksgezondheid en van de dieren.

E.A. Destrée

Hoofddorp