Ook Browns carrière eindigt in mislukking

Anders dan zijn voorganger Blair wist de Britse Labour-premier Brown geen vonk te laten overspringen op de kiezers. Het leidde tot verloren verkiezingen.

Alle politieke carrières eindigen in een mislukking, luidt een veel geciteerde uitspraak van de vroegere Conservatieve politicus Enoch Powell. Na dertien jaar in de voorhoede van de Britse politiek, eerst een decennium als minister van Financiën en daarna als premier, lijkt ook Gordon Brown hard op weg die stelling te bevestigen.

Zijn eerste grote confrontatie met de kiezers sinds zijn aantreden als premier is deze week uitgelopen op een van de zwaarste nederlagen uit de geschiedenis van Labour. De partij verloor 91 zetels en raakte haar meerderheid in het Lagerhuis kwijt. Dat het met geweeklaag in de partij nog meeviel, is slechts te danken aan het feit dat er lang rekening was gehouden met nog dramatischer verlies. Ook het voor Labour heuglijke feit dat de Conservatieve rivaal geen meerderheid haalde verzachtte de pijn.

De uitslag bevestigde echter wat al eerder was gebleken: anders dan zijn charismatische voorganger Tony Blair weet de stugge Schot geen vonk te laten overspringen op de bevolking. En die heeft zich dan ook in groten getale van hem en zijn partij afgekeerd.

Ook tijdens de campagne wekte Brown zelden de indruk zich op zijn gemak te voelen bij ‘gewone’ mensen. Met als dieptepunt ‘bigot-gate’, het incident waarbij hij een weduwe, tegen wie hij een minuut eerder nog de beleefdheid zelve was geweest, achter haar rug voor „bekrompen” uitmaakte. Als het even kon, liet Brown de menselijke touch liever over aan zijn vrouw Sarah, die daarvoor meer gevoel heeft.

Zelf blijft de premier er heilig van overtuigd dat hij de enige juiste man is om het land door de economische problemen te loodsen. Met zijn doortastende optreden tijdens de hachelijke herfst van 2008, toen veel banken op instorten stonden, wekte hij inderdaad respect. Maar daar staat tegenover dat hij volgens velen door een onverantwoord uitgavenbeleid in de jaren voor de crisis het begrotingstekort hielp opjagen. Daardoor kan hij ook worden beschouwd als een van de aanstichters van de huidige problemen.

Weliswaar zit Brown nog in Downing Street, maar veel wijst erop dat zijn vertrek een kwestie van dagen is. Met de moed der wanhoop bood hij gistermiddag de Liberaal Democraten van Nick Clegg een hervorming van het kiesstelsel aan. Maar hij besefte dat het in veel opzichten een loos gebaar was. Niet alleen omdat Clegg eerst met de Conservatieve Partij, nu de grootste in het Lagerhuis, wil praten, maar ook omdat algemeen bekend is dat Brown zelf zich onder Blair jarenlang heeft verzet tegen zo’n hervorming.

Waar Brown al heeft laten doorschemeren dat hij binnenkort liefdadigheidswerk wil gaan doen – geen duur betaald commercieel werk zoals Blair – is het lot van de partij onzeker. Labour maakt na dertien jaar op het regeringspluche een uitgebluste indruk. Van het elan onder Blair, dat de Britten aanvankelijk zo aansprak, is weinig over. Opmerkelijke nieuwe ideeën komen de laatste jaren maar zelden meer uit de koker van Labour. In de campagne volstond Brown ermee te wijzen op de gevaren die de Conservatieven volgens hem vormen voor de economie. Meer positieve redenen om op Labour te stemmen, bood hij niet.

Onder Brown is Labour door de verkiezingsuitslag van gisteren nog sterker dan de laatste jaren teruggeworpen op oude bolwerken in Noord-Engeland en Schotland. De greep op de middengroepen in het hele land, die Blair tot stand wist te brengen, is er niet meer. De rol van de vakbonden, die Blair bewust had teruggedrongen, is weer gegroeid. Net als vroeger zijn die weer de belangrijkste geldschieters van de partij. In ruil verlangen de bonden steun voor zaken die zij belangrijk vinden, zoals hogere belastingen voor mensen met hoge inkomens, met name bankiers, en geen gemorrel aan gunstige arbeidsvoorwaarden.

Per saldo is Labour daardoor de laatste tijd naar links opgeschoven. De vraag is hoe het de partij na het bijna onvermijdelijke vertrek van Brown vergaat. Zal ze zich meer op de traditionele achterban richten, al neemt het aandeel daarvan in de samenleving geleidelijk af? Of zal ze opnieuw proberen een partij te worden die in brede lagen van de bevolking aanhang geniet? Het is hetzelfde dilemma waarvoor ook andere sociaal-democratische partijen in Europa staan.

Wie de partij gaat leiden, is nog onduidelijk. David Miliband, nu nog minister van Buitenlandse Zaken en een van de creatiefste denkers binnen de partij, heeft al aangegeven er een gooi naar te willen doen. Hij maakt een goede kans, zeker als hij de gemoedelijke Alan Johnson, nu minister van Binnenlandse Zaken en een voormalige postbode en vakbondsleider, als zijn plaatsvervanger zou kiezen. Maar ook minister van Onderwijs Ed Balls, een ambitieuze, zij het nogal drammerige bondgenoot van Brown, heeft belangstelling.

Haast hoeft Labour niet te maken. Naar alle waarschijnlijkheid belandt ze toch in de oppositie en kan ze zich rustig hergroeperen. Tenzij er snel nieuwe verkiezingen worden gehouden. Dat valt niet uit te sluiten in de huidige onzekere omstandigheden.