Nog altijd op zoek naar het eerste vlammetje

Tien jaar na de vuurwerkramp in Enschede is nog altijd onduidelijk wie of wat de explosie heeft veroorzaakt. Een nieuwe verklaring werpt mogelijk een ander licht op de gebeurtenissen. „Het mysterie kan worden opgelost.”

De krater die destijds is geslagen, is begroeid met wilde bloemen. Kinderen spelen met het water dat er in staat. Tien jaar geleden voltrok zich op deze plek in Enschede een catastrofe. Op zaterdag 13 mei 2000 ontplofte de vuurwerkopslag van SE Fireworks. De ramp kostte 23 levens, bijna duizend mensen raakten gewond en een woonwijk werd verwoest.

Nu ligt er een groot grasveld, met in het midden, vlakbij de krater, een herdenkingsmonument. Er staan architectonisch verantwoorde huizen. Een plaatje. Een moderne wijk waar veelvuldig belangstellenden worden rondgeleid, tot ergernis van bewoners die na de ramp zijn teruggekeerd. Zij zijn het „aapjes kijken” zat.

Het mag donderdag tien jaar geleden zijn, de vraag wie of wat „het eerste vlammetje” heeft veroorzaakt, houdt de gemoederen nog steeds bezig, het jarenlange onderzoek, de dikke dossiers, boeken en rapporten ten spijt. Er lag te veel en te zwaar vuurwerk, dat samengepakt massa-explosief reageerde. Maar niemand die weet, of wil zeggen, hoe het in brand heeft kunnen raken.

Afgelopen week kwam een getuige, een schoonzus van mede-directeur Willy Pater van SE Fireworks, Jeannette Schippers, met een nieuwe verklaring. „Een summiere, maar serieuze verklaring”, oordeelde justitie. Donderdag is de vrouw gehoord. Nu beraadt justitie zich over de vraag of verder onderzoek nodig is. Als dat het geval is, zullen medewerkers van een ander politiekorps dat doen, zegt persofficier Patricia van der Valk van het Openbaar Ministerie in Almelo. „Wij willen niet dat ons voor de voeten wordt geworpen dat we alleen maar willen horen wat we al weten. We willen met de grootst mogelijke ontvankelijkheid naar deze informatie kijken.”

„Het mysterie van de ramp kán worden opgelost”, is de overtuiging van de rechercheurs Jan Paalman en Charl de Roy van Zuydewijn. De twee waren destijds betrokken bij het politieonderzoek – het grootste ooit in Nederland – maar ze raakten hun baan kwijt nadat ze kritiek hadden geuit op de werkwijze van het zogeheten Tolteam dat het onderzoek deed. Zij spitten nog steeds door, onder de vlag van PD Recherche, hun eigen bedrijf.

Gemiddeld twee dagen per week is Paalman met de ramp bezig. De rechercheur probeerde met enige regelmaat contact te leggen en te onderhouden met „hoofdrolspelers” in het dossier. Gabriël Meijers, advocaat van mede-directeur Pater en zijn vrouw, noemt het „stalken”, „opdringen” en „onder druk zetten”. Paalman: „Nee, nee, echt niet, af en toe een babbeltje, niks aan de hand.”

Ongeveer een week geleden zijn Paalmans inspanningen beloond, met de nieuwe verklaring uit de familiekring van Pater. RTV Oost-verslaggever Rob Vorkink, die al maanden onderzoek doet naar de ramp, heeft het document met de verklaring afgelopen zaterdag overhandigd aan de politie.

De zus van Paters echtgenote Marion Schippers zou, zo blijkt uit de verklaring, op 12 mei ’s avonds, tijdens een verjaardagsfeest van Pater, hebben horen zeggen dat Marion zaterdag 13 mei nog naar het bedrijf moest om papieren op te halen, en dat Pater er nog „wat klaar” moest maken. De klusjesman van SE Fireworks, Henny Kloppenborg, zou erbij hebben gestaan, en het ook hebben gehoord. Later bleek dat twee oproepkrachten, broers van elkaar, op 13 mei ook bij SE Fireworks zijn geweest, aldus de verklaring. Zij zouden die zaterdag een tekstbord (Henk70) met vuurwerk ophalen voor een jarige buurman, die ’s avonds een feest zou geven. Er was ook nog wat extra vuurwerk nodig.

Detail: een van de betrokken oproepkrachten is getrouwd met een andere zus van Marion. Ze werden al eens „de Glanerbrugse clan” genoemd; ze wonen of woonden allemaal in het Twentse grensdorp, vlakbij Enschede.

Officieel hebben ze altijd ontkend dat er op het feest van Pater over SE Fireworks is gesproken, stelt Paalman. Ze hebben ook altijd verklaard dat ze vóór de brand – de eerste melding is om 15.05 uur gedaan – niet op het bedrijf zijn geweest.

De zus die de verklaring heeft afgelegd, zegt niet meer te kunnen leven met het geheim. De hele zaak heeft diepe sporen nagelaten in de familie, zegt ze.

Paalman spreekt over „een puzzelstukje dat past”: „Ik zie het als een aanzet tot een oplossing.” Zijn scenario: er zijn mensen op het terrein geweest. Mogelijk hebben ze vuurwerk ‘uitgeprobeerd’, met de bedoeling het feest en het tekstbord ’s avonds extra cachet te kunnen geven en is daarbij iets misgegaan. Er zijn diverse verklaringen van ooggetuigen die een kwartier voor de brand al vuurwerk de lucht hebben zien ingaan, alsof het „gecontroleerd” werd afgestoken. Misschien is er een verdwaalde of kapotte vuurpijl de (geopende) werkbunker in geschoten, waardoor de brand is ontstaan.

Zou er tien jaar na dato nu eindelijk meer duidelijkheid komen over de oorzaak van de ramp?

Advocaat Meijers denkt van niet: „De verklaring van deze getuige staat haaks op al die andere verklaringen die direct na de ramp zijn afgegeven. En daar kun je meer op vertrouwen dan op een verklaring van één persoon tien jaar later.” Bovendien gaat het volgens hem om „een oude theorie die al eens is onderzocht en waarvoor geen enkel bewijs is gevonden. Ze hebben allemaal een alibi.” Meijers heeft gisteren namens Pater aangifte gedaan van smaad en laster door diens schoonzus.

Paalman vindt dat de ramp nooit goed is uitgerechercheerd. In zijn ogen zijn er te veel losse eindjes. Hoe zit het met de brandblussers op het terrein, bijvoorbeeld? Op een foto vlak voor de explosies is te zien dat ze niet meer op hun plek hangen. Verder zou op een cruciaal moment, de dag na een prikkelend gesprek met de politie, de apparatuur hebben gehaperd waarmee in het kader van het onderzoek de woning van Kloppenborg werd afgeluisterd. Er is niets opgenomen, terwijl het Korps Landelijke Politiediensten, dat daar de leiding over had, nooit een storing heeft gemeld.

De rechercheur verwijt zijn oud-collega’s „kokerdenken”, een tunnelvisie: „Ze hebben gezocht naar een brandstichter en te weinig gekeken naar de mogelijkheden van een bedrijfsongeval.” Kritiek die hij en zijn collega Roy van Zuydewijn van in 2003 ook bij het gerechtshof in Arnhem hebben geuit, toen de van brandstichting verdachte André de Vries uit Enschede terechtstond.

De Vries werd in hoger beroep vrijgesproken – de rechtbank in Almelo veroordeelde hem eerder tot vijftien jaar gevangenisstraf. Het gerechtshof was niet voldoende overtuigd van zijn schuld, vanwege zijn „onsamenhangende verklaringen”.

Paalman: „Het is een rare snuiter, maar er was geen spat bewijs dat hij daar brand heeft gesticht.” Het in beslag genomen rode sportbroekje waar vuurwerksporen op zaten, bewijst hooguit dat hij in het rampgebied is geweest, vindt Paalman. „En dat was naar onze overtuiging pas na vier uur die middag.”

Het hof noemde het een verdienste van de twee rechercheurs dat ze hadden gewezen op de gevaren van het te eenzijdige onderzoek. En het hof toonde zich, net als de rechercheurs, verbaasd over het tekortschietende politieverhoor van de „Glanerbrugse clan”. Tegelijkertijd was er twijfel of de gezichtspunten van beide rechercheurs wel steeds juist waren, en of de door hen gewezen weg – die van een bedrijfsongeval, waar met name de klusjesman meer van af moest weten – niet slechts „een andere tunnel” was.

De directeuren van SE Fireworks werden tot een jaar cel veroordeeld wegens overtreding van de milieuvoorschriften, handel in illegaal vuurwerk en brand en ontploffing door schuld, met de dood tot gevolg. Pater heeft het, zegt zijn advocaat, nog altijd moeilijk met alles wat er is gebeurd. „Hij is psychisch en fysiek gehavend.”

Mede-directeur Rudi Bakker – hij zegt sinds de ramp geen contact meer te hebben met Pater – doet er in de media het liefst het zwijgen toe. Ook hij wil de waarheid weten, is alles wat hij er over wil zeggen. Op basis van de nieuwe getuigenverklaring ziet advocaat Geert-Jan Knoops, gespecialiseerd in herzieningszaken, mogelijkheden tot herziening van de strafzaak tegen Bakker. „Maar het is technisch een ingewikkelde procedure”, stelt hij vast. Knoops is niet Bakkers raadsman.

Een eerder herzieningsverzoek van Bakker, drie jaar geleden, is door de Hoge Raad afgewezen. Knoops: „Maar als het verhaal van deze mevrouw klopt, en nieuw onderzoek levert nieuwe feiten op, dan werpt dat ook nieuw licht op de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de directie. Als bijvoorbeeld blijkt dat er buiten medeweten van Bakker om die dag personen op het terrein zijn geweest, of dat er buiten hem om illegaal vuurwerk was opgeslagen, dan kan dit een nieuw argument opleveren. Dat zou betekenen dat bepaalde zaken buiten de ‘machtssfeer’ van Bakker zijn geweest. In dat geval rust er geen strafrechtelijke schuld meer bij Bakker.”

Officier van justitie Van der Valk is daar niet zo zeker van: „Het verandert niets aan de ten laste gelegde feiten: illegale handel en overtreding van milieuvoorschriften.”

Paalman en De Roy van Zuydewijn moesten hun kritische houding – na een schorsing in 2004 – in 2005 bekopen met hun ontslag. Eervol, dat wel. Ze zouden zich tegen de afspraken in toch met het onderzoek hebben bemoeid en de pers te woord hebben gestaan, stelt een politiewoordvoerder. Paalman fel: „Kijk, en daar balen we als een stekker van, van dat beeld. Ons de schuld geven, het is gewoon niet waar. We zijn aan de kant gezet, terwijl we alleen onze plicht hebben gedaan.”

De rechercheur tot slot: „Het is nu, tien jaar na de ramp, erop of eronder. Het is goed voor de nabestaanden om te weten wat er is gebeurd.” Want als er geen antwoord komt op die ene vraag – wie of wat veroorzaakte het eerste vlammetje? – dan zal die nog tot in lengte van jaren worden gesteld.

Politie en justitie zeggen dat ze de afgelopen jaren „alles, maar dan ook echt alles” hebben onderzocht.