Menselijke waardigheid en vrijheid

Boeken, speelfilms en gedichten brachten Oost en West samen. Literatuur en films leerden mijn generatie wat de Tweede Wereldoorlog in Europa en in de rest van de wereld teweegbracht. De verschrikkingen van deze oorlog waren voor mijn generatie bekend. ‘Gestapo’ was een scheldwoord. Onvrijheid en onderdrukking waren gelijk aan het nazisme. Ook de Holocaust was bekend. Er waren weinigen die niet wisten dat miljoenen onschuldige Joden en andersdenkenden door het naziregime systematisch vernietigd zijn. Maar nu, een paar decennia later, is het anders. Alsof er een nieuw tijdperk is aangebroken. Mahmoud Ahmadinejad, de zelfbenoemde president van het islamitische Iran, ontkent het bestaan van de Holocaust. Het is volgens hem een sprookje dat door de Joden is verzonnen. Europa lijdt volgens Ahmadinejad onder de leugens over de Holocaust.

Wat een onverdraaglijk contrast: in mijn tijd stond Auschwitz voor de vernietiging van beschaving en menselijke waardigheid, op dit moment leren kinderen in het islamitische Iran dat Auschwitz een boosaardig Joods sprookje is. Ze willen in Teheran een generatie opleiden met leugens, dus zonder kennis van de waarheid. Bestaat er een geweten zonder het weten? Nee. Het geweten nestelt immers in het weten. Zorg om het weten, zorg om de historische feiten, om ze niet te laten verdwijnen in het zwarte gat van onwetendheid is onze opdracht, onze morele opdracht. De westerse beschaving is niet los te denken van de rest van de wereld.

We leven in werelden die soms intens verbonden zijn met elkaar. Deze intensiteit van contacten transformeert de globalisering tot een alledaagse ervaring van ieder mens, waar ook ter wereld. In een tijd van globalisering is de zorg voor het collectieve, voor het mondiale geheugen, van levensbelang. De Holocaust is het morele ijkpunt voor de moderne mens. Het drama van de vernietiging van miljoenen onschuldige burgers die uit de samenleving gefilterd werden, geselecteerd als ongedierte, geeft aan verschillende naties een gemeenschappelijk referentiekader.

Hoe werkt een referentiekader? Toen ik een aantal jaren geleden in Tilburg studeerde, werd ik als politiek vluchteling zeer gastvrij ontvangen door deze stad en de Universiteit van Tilburg. Maar hoe moest ik aan mijn nieuwe vrienden de reden van mijn aanwezigheid in Nederland uitleggen? Ik kwam niet als gastarbeider. Evenmin als een economische vluchteling. Bovendien kon ik evengoed in Perzië studeren. Waarom ben je dan in Nederland? Waarom kun je niet je familie bezoeken? Wat is een politiek vluchteling? Waarvoor ben je eigenlijk gevlucht?

Het zijn ingewikkelde vragen. Omdat het hier in Nederland om een andere cultuur en taal gaat. Ik kwam uit het Oosten: men schrijft van rechts naar links, met een alfabet dat eerder op een tekening dan op een alfabet lijkt. Daardoor leert ook het oog om van rechts naar links te kijken. En ook cultureel gezien vormen Oost en West twee verschillende werelden. In het Westen behoren religieus fanatisme en totalitarisme tot het verleden. De generatie mensen met wie ik moest communiceren, groeide en bloeide in vrijheid en rechtsstatelijkheid. Vervolging, vrees voor politieke wraakacties, vrees voor de politie als een onderdrukkingsorgaan, kenden mijn klasgenoten niet. Gelukkig maar. Evenmin kenden ze de politieke islam, de gewelddadige onderdrukking in naam van een almachtige god. Binnen welk kader kon ik mijn verhaal vertellen waardoor zij enig idee konden krijgen van de reden waarom ik in Tilburg en niet in Teheran was?

De Tweede Wereldoorlog was het gemeenschappelijke referentiekader. De Revolutionaire Garde duidde ik met Gestapo en SS aan. De militie (Baseej), het niet-geüniformeerde tuig in dienst van de overheid, verduidelijkte ik met een verwijzing naar de SA. Vanaf dat moment konden wij elkaar perfect begrijpen. Ah, je bent gevlucht voor islamitische fascisten! Dat was een verlichting. Ze begrepen mij en ze voelden ook een morele band met mij. Het zijn natuurlijk simplistische vergelijkingen. ‘Alles wordt draaglijker wanneer het als een verhaal kan worden verteld’, is een oud en wijs gezegde. Zo kon ik mijn verhaal vertellen en wortelen in de Nederlandse samenleving. Daar begon mijn vrijheid.

De menselijke waardigheid wordt vaak alleen in termen van het gelijkheidsbeginsel begrepen en uitgelegd. Menselijke waardigheid bestaat minstens uit twee componenten: gelijkheid en vrijheid. Het principe van vrijheid is een lastige zaak. Sommigen denken dat de vrijheid alleen voor geestverwanten bestaat. Dit is geen vrijheid. Wat is dan de vrijheid? Vrijheid om te spreken, vrijheid om te schrijven, vrijheid om te denken en vrijheid om je te mogen verplaatsen (bewegingsvrijheid).

Wanneer de staten onder het mom van veiligheid extreme controlemaatregelen uitoefenen op hun burgers, dan begint de vrijheid langzamerhand weg te ebben.

Wanneer islamitische terroristen de individuen en volkeren met de dood bedreigen, begint de vrijheid ook weg te ebben. Wanneer een cartoonist of politicus met de dood wordt bedreigd omdat hij of zij een geloof zouden hebben beledigd, wordt daarmee langzamerhand ook de menselijke waardigheid ondergraven. Ja, want deze bedreigde personen moeten in een bunker gaan leven. Ook wanneer ons land tot een aangifteland wordt omgevormd, zal de vrijheid daaronder lijden. Vrijheidlievendheid wordt juist op de proef gesteld door lastige, beledigende, en soms incorrecte opinies. Maar juist hiervoor bestaat de vrijheid van meningsuiting.

Vrijheid en gelijkheid houden elkaar in balans. Het zijn twee benen van de publieke ruimte, die een natie door de geschiedenis heen bewegen. Ze zijn de conditio sine qua non voor de innerlijke waardigheid van de mens. Zo kan een open samenleving zich vreedzaam ontwikkelen: met de vrije competitie van ideeën. Vrees, terreur en dreiging, uitgeoefend door een overheid of een terreurorganisatie dan wel door individuen, tasten de grondslagen van de menselijke waardigheid aan. Zonder vrees moeten we in vrijheid en gelijkheid kunnen leven. Dit is de noodzakelijke les van de moderne beschaving. Vooruitgang groeit op een waaier van elkaar beconcurrerende ideeën, bedacht en in vrijheid uitgesproken door gelijkwaardige burgers. Weten, daar begint de mens. Daarna volgt het geweten. Vergeten of veronachtzamen wat in dit land 65 jaar geleden plaatsvond, zou niets anders zijn dan het begin van barbarij.

Dit is een bewerkte versie van de lezing die Afshin Ellian op 4 mei hield in Tilburg. U kunt reageren via nrc.nl/ellian