'Mannen krijgen alle aandacht in de sport'

Met veel rumoer maakte bobsleester Tine Veenstra onlangs een eind aan haar loopbaan. Bondscoach De la Hunty kan volgens haar „absoluut niet aanblijven”.

Ogenschijnlijk vanuit het niets zette bobsleester Tine Veenstra vorige week een punt achter haar carrière. De 26-jarige remster, die bij haar olympisch debuut in Vancouver als achtste eindigde met collega Esmé Kamphuis, zei zich niet meer te kunnen motiveren voor de Spelen van 2014 in Sotsji. Veenstra liet zich tegenover persbureau ANP kritisch uit over een aantal teamgenoten. Zo zouden broers Edwin en Arnold van Calker de afgelopen jaren „een mentaal spelletje” hebben gespeeld. En kan de Engelse bondscoach Tom de la Hunty volgens haar „absoluut niet met vrouwen omgaan”.

Aan de keukentafel in Enkhuizen licht Veenstra haar opmerkelijke uitspraken toe. „Ik heb ook mooie tijden bij de bobsleebond gekend”, zegt zij tegen het einde van het gesprek, dat nu en dan wordt onderbroken voor een terzijde van haar vriend vanaf de bank. „Het waren zware jaren, maar daar stond ook veel tegenover. Dat kan ook niet anders: zo hield ik het vol.”

Tijdens de Spelen ging alle aandacht uit naar Edwin van Calker, die zich vanuit het niets terugtrok uit de viermanswedstrijd. De prestaties van het vrouwenteam vielen daarbij in het niet. Dat moet frustrerend zijn geweest.

„Zeker. In topsport gaat alle aandacht naar de mannen uit. Voor de verrichtingen van vrouwen hebben media en publiek veel minder oog. Voor Esmé en mij was dat – juist op zo’n prachtig podium als de Spelen – moeilijk te bevatten. Wij hebben met onze achtste plek boven verwachting gepresteerd. Als zo’n resultaat dan ondergesneeuwd raakt door alle heisa rond het mannenteam...”

De mannen hadden een crisismoment.

Lacht. „Een crisismoment, ja.”

Terwijl u het hoogtepunt in uw carrière beleefde.

„Ja.”

Jullie sliepen in hetzelfde huis als de mannen. Wat heeft u van die crisis meegekregen?

„Ik voelde het aankomen. Edwin gaf al een tijdje aan dat-ie niet lekker in zijn vel zat. Toen hij de knoop doorhakte om niet af te dalen, hing er meteen een treurstemming in huis. Begrijpelijk, want hij en zijn teamgenoten waren gekomen om daar iets moois neer te zetten. Maar op een gegeven moment hebben wij vrouwen ook gezegd: luister jongens, wíj hebben nog een wedstrijd in het verschiet. Misschien kunnen jullie daar begrip voor opbrengen.”

Had u begrip voor de beslissing van Van Calker?

„Natuurlijk. Als je ziet hoe Edwin de tweemansslee door de baan stuurde in Vancouver, dan is het geen vreemde conclusie dat hij met de viermans niet overeind zou blijven. Toch had ik niet verwacht dat hij niet zou starten. Edwin heeft aardig wat afdalingen op die baan in Vancouver gemaakt. Dus waar die twijfel nu ineens vandaan kwam? Ik ben zelf ook twee keer gecrasht in Whistler, zij het niet als piloot. Maar dat soort incidenten boezemden mij geen angst in; je houdt er zelden blijvend letsel aan over. Ik denk dat mensen veel meer begrip voor Edwin zouden hebben gehad als hij het wel geprobeerd had, gecrasht was, en daarna de handdoek in de ring had geworpen.”

Als topsporter word je niet geacht je angsten met de buitenwereld te delen. Sommigen vonden zijn besluit daarom moedig.

„Ik weet niet of Edwin nou zo bang was. Hij zat gewoon niet zo lekker in zijn vel. Maar je hebt gelijk: het is een taboe. Voor mijn gevoel ben je als topsporter niet goed bezig als je je door je angsten laat leiden. Dan moet je stoppen.” Haar vriend vertelt dat een van de materiaalmannen hem aan het begin van de Olympische Spelen al toevertrouwde dat Van Calker „hartstikke bang was”. Diens afmelding kwam volgens hem niet uit de lucht vallen.

Van Calker liet in deze krant weten dat hij verschillende keren bij de bond had aangedrongen op psychologische hulp. Valt de bond in dat opzicht wat te verwijten?

Veenstra glimlacht minzaam. „Een slap excuus. Esmé heeft ook een mental coach. Je neemt toch zelf zo’n stap? Waarom is dat de schuld van de bond?”

Tegen het ANP zei u dat uw besluit om nu te stoppen mede bepaald werd door de verhoudingen binnen het team: ‘Edwin en Arnold van Calker hebben ons het afgelopen jaar compleet dwars gezeten.’ Wat bedoelde u daar precies mee?

„Er is altijd strijd geweest tussen het dames- en herenteam, en dan voornamelijk de piloten onderling. Edwin probeerde Esmé met zijn uitspraken mentaal te breken – een proces dat enkele jaren geduurd heeft. En ook ik kreeg er geregeld van langs: dat ik niet genoeg trainde, dat mijn inzet tekortschoot. Waarom? Ik heb geen flauw idee. Misschien de angst dat wij hen voorbij zouden streven? Maar apart is het wel dat juist iemand die collega’s onzeker probeert te maken, zelf knakt als het moment daar is.”

Je hoort het niet vaak: een felle concurrentiestrijd tussen mannen en vrouwen.

„Of dat uniek is weet ik niet, maar het heeft wel consequenties gehad. Een slee weegt zwaar, je hebt mannen nodig om te helpen tillen. Het is een stuk makkelijker als je het leuk hebt en goed samen werkt met elkaar.”

In een reactie stelt Van Calker dat de zaak simpel is: topsporters met de grootste medaillekansen hebben recht op het beste materiaal en de meeste aandacht.

„Ik ben het ermee eens dat sporters die uitblinken het beste materiaal verdienen. Maar als je naar het sportieve seizoen van Edwin kijkt, kun je je afvragen of hij er nou zo bovenuit stak. Hij eindigde altijd óf vooraan, óf achteraan in de klassering. Wij vrouwen waren veel stabieler. Dus tja, heb je dan de beste medaillekansen?”

Een bondscoach hoort boven de partijen te staan. Deed Tom de la Hunty dat in jullie geval ook?

„De bondscoach liet duidelijk blijken dat hij ons vrouwen lastig vond. Het beste materiaal ging naar Edwin, daar was geen discussie over mogelijk. Edwin was zijn project, daar dacht-ie het mee te gaan doen. Wij waren een wormvormig aanhangsel. Alles wat wij presteerden was mooi meegenomen, niet meer dan dat. De ene dag waren we in zijn ogen fantastisch, de andere zag hij ons niet staan. Tom liet nooit blijken dat hij vertrouwen in ons had.”

Tegenover het ANP betichtte u hem van „vrouwonvriendelijk gedrag”. Een pittige aantijging.

„Zijn opmerking dat Van Calker niet moest zeuren als zélfs een stel vrouwen de afdaling aandurfde, zegt volgens mij genoeg. We mochten ons niet als pussies gedragen. Als ons team door blessureleed werd getroffen, kregen we te horen dat de piloot beter had moeten sturen. Als Sybren [Jansma, collega] geblesseerd raakte, werd er bij wijze van spreken iemand ingevlogen. Wij vrouwen werden in zo’n geval aan ons lot overgelaten.” Later constateert Veenstra dat de bondscoach, die zij na terugkomst uit Vancouver nooit meer heeft gesproken, „op het verkeerde paard heeft gewed” door alle aandacht aan ‘zijn’ mannen te schenken. „Dat heb ik hem ook gezegd, hoor. Maar hij was het niet met mij eens.”

De La Hunty maakte tijdens de Spelen een verkapt compliment aan zijn vrouwelijke pupillen. Hij riep Van Calker op een voorbeeld aan hen te nemen.

„Je bedoelt zijn opmerking dat Edwin niet moest zeuren omdat ‘zélfs een stelletje meiden’ naar beneden was gegaan. Tja, erg complimenteus vind ik dat niet. Ik ervaar het eerder als kleinerend.”

Hoe komt het dat het zo rommelt in de bobsleesport?

„Misschien omdat de bond onvoldoende naar haar sporters luistert. Kritische geluiden naast zich neerlegt. De coach te veel macht geeft. Het zal een combinatie van factoren zijn.”

Frans Bakker, voorzitter van de bobsleebond, vindt dat u uw grieven eerder kenbaar had moeten maken. Hij neemt het woord ‘natrappen’ in de mond.

Veenstra buigt zich voorover. „Meneer Bakker heeft de afgelopen jaren niet goed opgelet. Ik heb in evaluatiegesprekken met de topsportcoördinator meerdere malen aangegeven wat er verbeterd moest worden. Het gedrag van de bondscoach kwam daarbij ter sprake. Het feit dat de bond onvoldoende achter ons stond. De relatie tot Edwin en zijn broer. Dus dat ik niks van mij heb laten horen klopt gewoonweg niet. Maar misschien heeft Bakker gelijk met dat natrappen. Juist ómdat er niet naar ons geluisterd werd.”

Wat zegt u tegen vrouwen die bobsleester willen worden?

„Ik zou zeggen dat het zeer de moeite waard is die mooie sport te beoefenen. Maar niet voordat het vrouwenteam een andere bondscoach heeft: Tom de la Hunty kan absoluut niet aanblijven.”