Kliniek met een koekje

Privéklinieken voor cosmetische chirurgie verleggen hun werkterrein van borstverfraaiingen naar spataderbehandelingen en andere verzekerde zorg. Op bezoek bij de Velthuis Kliniek, marktleider in de private sector.

Het is acht uur in de ochtend als cosmetisch dermatoloog Peter Velthuis (55) begint aan zijn wekelijkse spreekuur in de Velthuis Kliniek in Rotterdam, een onopvallend gebouw pal naast de A16. In zijn agenda staan 33 afspraken genoteerd.

Zijn eerste cliënt is een vaste klant, een slanke vrouw van middelbare leeftijd die twee keer eerder een cosmetische behandeling in de privékliniek heeft ondergaan. Ze stoort zich aan het toenemend aantal rimpels en lijnen in haar gezicht, vertelt ze. Velthuis geeft uitleg over spierverslappers en inspuitingen met een middel dat de huid voller en steviger maakt. Als de vrouw zelf over een facelift begint, waarschuwt Velthuis: „Ik zou niet verloochenen dat u 57 bent.”

De dermatoloog vraagt zijn cliënte of ze nog andere wensen heeft. De vrouw gaat recht op haar stoel zitten. Als ze over haar schouders in de spiegel kijkt, zegt ze, stulpen boven de band van haar bh vetrolletjes uit. Met een vies gezicht: „Zo lelijk.”

Velthuis knikt begripvol. Dat is huidoverschot, zegt hij, een euvel waar weinig aan te doen valt. „Alleen liposuctie en onderhuidse verstrakking helpen misschien. Informeer maar eens bij een van onze chirurgen. Zo’n consult kost niks.” En dan met een lach: „Nog andere dingen?”

De vrouw zucht: „Jullie hebben ook zulke mooie folders.”

Later zegt de dermatoloog. „Ik moet soms een beetje aantutten. Bij mij komen vooral mensen die er bovengemiddeld goed uitzien. En dat willen ze graag zo houden.”

Peter Velthuis is medisch directeur en mede-eigenaar van de grootste privékliniek van Nederland. Achttien jaar geleden zag hij op een congres in de Verenigde Staten een laserbehandeling gedemonstreerd. ‘Gaaf, dat moeten we in Nederland ook gaan doen’, dacht hij. Maar zijn toenmalige werkgever, een ziekenhuis in Geldrop, voelde niets voor zijn plannen. Een jaar later, in 1993, opende Velthuis bij Eindhoven een van de eerste privéklinieken voor cosmetische chirurgie in Nederland. Inmiddels heeft Velthuis ook vestigingen in Enschede, Hilversum, Rotterdam en Velp en telt het bedrijf 150 werknemers.

De Velthuis Kliniek is de afgelopen jaren snel gegroeid. Vooral doordat het bedrijf zich steeds meer is gaan toeleggen op verzekerde zorg, een ontwikkeling die ook geldt voor een deel van de bijna honderd privéklinieken die zijn aangesloten bij de branchevereniging Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN).

Zo haalde de Velthuis Kliniek vorig jaar 30 procent van de omzet uit de behandeling van spataderen, huidkanker en hand- en polskwalen. Een percentage dat dit jaar stijgt naar 40 procent. En over een paar jaar, zegt Peter Velthuis op stellige toon, zal het merendeel van de omzet niet meer van borstverfraaiingen, liposculpturen en andere onverzekerde cosmetische handelingen komen, maar van ingrepen die door verzekeraars worden vergoed. Binnenkort opent zijn bedrijf nieuwe klinieken voor hand- en polschirurgie en in ontwikkeling zijn centra voor orthopedie, preventie van hart- en vaatziekten en bekkenbodemproblemen (zoals aambeien en incontinentie). „We willen bewijzen dat het ook anders kan in de zorgsector”, zegt Jak Dekker, algemeen directeur en mede-eigenaar van de Velthuis Kliniek.

Waarom kiezen steeds meer patiënten voor een behandeling in een privékliniek? En wat kunnen de zorgsector en de overheid volgens de ondernemers leren van hun succes? Een blik achter de schermen bij de Velthuis Kliniek en gesprekken met patiënten, personeel en de directie.

Patiënten op het huidoncologiespreekuur van Ellen de Haas (45) in de Velthuis Kliniek staan soms na drie minuten al weer buiten. Hoe gaat het met u, even kijken, tot over drie maanden – en de volgende patiënt mag binnen komen.

„Ik ben een razende Roeland, gewend om tempo te maken”, verontschuldigt de dermatoloog zich. Net als de meeste artsen bij Velthuis werkt De Haas ook in een ziekenhuis. In het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, waar ze drieënhalve dag in de week op de loonlijst staat, heeft ze leren hollen, zegt ze. De wachtkamer zit immers altijd vol.

Ze heeft even getwijfeld voordat ze besloot anderhalve dag in de week bij Velthuis te gaan werken. „Ik hou niet van geëmmer over drie rimpels of dikkere tieten.” Vooral wegens de betere arbeidsomstandigheden maakte ze de gedeeltelijke overstap. En dan doelt ze niet alleen op de goede koffie en het nieuwe meubilair, maar vooral op de organisatie en de digitale huidscanner, een apparaat dat voor het ziekenhuis te duur is.

Dat steeds meer mensen verdachte moedervlekken in een privékliniek laten controleren, begrijpt De Haas wel. „Het is een prettig concept, minder lopendebandwerk. Het is hier ook schoner dan in het ziekenhuis en de organisatie is professioneler.” Maar het grootste verschil, zegt De Haas, is dat een nieuwe patiënt bij Velthuis binnen een week terecht kan en in het Erasmus drie maanden moet wachten.

Kronkelige spataderen

Vasculair diagnostisch laborant Ineke de Rek onderzoekt met een Duplexscanner de dikke, kronkelige spataderen op de benen van een 32-jarige vrouw. Vanaf haar zestiende heeft ze al last van de opspelende aderen, vertelt de vrouw, vooral als ze lang staat. Een aantal jaren geleden zijn er aderen gestript in een ziekenhuis in Haarlem. Een nare ervaring, vertelt ze, vooral door de onpersoonlijke behandeling. „In het ziekenhuis was ik een nummer.”

Via internet ontdekte ze de Velthuis Kliniek. Een afspraak bleek tot haar verrassing snel gemaakt. Tegen de laborant zegt de vrouw dat de vriendelijke, meer persoonlijke benadering van de kliniek haar bevalt. Even later prijst ze ook de koffie. Laborant De Rek begint te lachen: „Als we daar maar genoeg van drinken komt George Clooney vanzelf een keer langs, zegt onze vestigingsmanager.”

Een meer persoonlijke behandeling in combinatie met de goede service, het zijn de terugkerende argumenten van patiënten op de vraag waarom ze de privékliniek verkiezen boven het ziekenhuis. Geen wachttijden, koffie met een koekje, een lunch, het zijn gestes die worden gewaardeerd.

Vestigingsmanager Nanda Ziere begint te glimmen als ze de lof hoort. Het is haar taak, zegt ze, ervoor te zorgen dat patiënten met bepaalde klachten voor Velthuis kiezen in plaats van voor het nabijgelegen IJsselland Ziekenhuis. Ziere ging kijken bij de concurrent. Haar personeel ziet er verzorgder uit, viel de bedrijfskundige op. „Hier dragen we allemaal dezelfde kleding. En hier wordt je jas aangenomen, schenken we goede koffie en liggen leuke tijdschriften in de wachtkamers. Die aandacht mis ik in het ziekenhuis.”

Ziere haalt een interne notitie tevoorschijn met de ‘Nieuwe visie’ van haar werkgever. „We onderscheiden zeventien raakmomenten met patiënten. Die hebben we allemaal geanalyseerd. We willen verrassen door stijl en aandacht. Wat beter kan? Het wachten. De wachttijden moeten nog korter door betere coördinatie.”

Verantwoordelijk voor de zakelijke aanpak bij de Velthuis Kliniek is algemeen directeur Jak Dekker (42). Als pas afgestudeerd bedrijfskundige werd hij in 1994 compagnon van Peter Velthuis. Een jaar na de oprichting van de privékliniek stonden de klanten bepaald niet in drommen voor de deur.

Private zorg stond toen nog in de kinderschoenen, zegt Dekker. „Artsen die een kliniek begonnen dachten: ik ben hoogopgeleid, de patiënten komen wel. Ja, in een ziekenhuis zit de wachtkamer altijd vol. In een privékliniek moet je zelf zorgen voor klandizie.”

Wat wil de patiënt, dat moest het uitgangspunt zijn. Kritisch keek Dekker naar de kosten, naar manieren om spreekuren efficiënter te maken. Tegelijk ging hij ook marketing bedrijven, bijvoorbeeld adverteren in het weekblad Privé.

Zes maanden na Dekkers komst ging het al een stuk beter met de cosmetische kliniek, herinnert compagnon Velthuis zich. „Toen zei Jak: we moeten een tweede vestiging openen. Daar kreeg ik buikpijn van. We hadden nog geen gulden winst gemaakt.”

De Velthuis Kliniek groeide gestaag uit tot, zoals de naamgever het noemt, „de Bijenkorf onder de klinieken voor cosmetische chirurgie – niet goedkoop, wel goed”. Pas vijf jaar geleden verbreedde de kliniek haar werkterrein naar verzekerde zorg. Dat werd mogelijk door een nieuwe financieringsmethode voor de zorgsector (de Diagnose Behandel Combinatie, DBC), die meer marktwerking mogelijk moest maken. Ziekenhuizen konden niet langer iedere medische handeling declareren, maar het ministerie introduceerde vaste prijzen voor zorgpakketten. De vergoedingen voor medische behandelingen werden daardoor inzichtelijker.

Jak Dekker en Peter Velthuis zagen meteen kansen. Ze begonnen met de behandeling van spataderen. Een overzichtelijk probleem met slechts een paar DBC-codes. En een kwaal waarbij een kliniek het ziekenhuis eenvoudig zou kunnen verslaan. Spataderpatiënten moeten naar een vaatlaborant, een arts en naar een chirurg. In de kliniek is het wél te organiseren dat die afspraken soepel op elkaar aansluiten. „Het sloeg enorm aan”, kijkt Dekker tevreden terug.

In de operatiekamer van de Xpert Clinic voor hand- en polschirurgie in Hilversum staat de radio aan. Terwijl hij de pols van een 65-jarige vrouw opensnijdt, zegt chirurg Thybout Moojen (36) tegen zijn operatieassistenten dat hij voor de derde keer die ochtend de nieuwste hit van Lady Gaga hoort.

Hand- en polschirurgie is een van de nieuwe verzekerde-zorgspecialiteiten van de Velthuis Kliniek. In samenwerking met Moojen en chirurg Reinier Feitz is daarvoor de Xpert Clinic opgericht. Op zijn vakgebied is nog een wereld te winnen, zegt de chirurg.

De bejaarde vrouw op Moojens operatietafel brak anderhalf jaar geleden een pols en is daaraan elders geopereerd. Sindsdien kan ze met haar rechterhand geen mes meer vasthouden, zegt ze tegen de chirurg. Moojen grasduint intussen in haar arm. Als de metalen plaat zichtbaar wordt waarmee de breuk indertijd is vastgezet, begint hij te briesen: „Dit is toch niet te geloven, in- en intriest.”

De handchirurg laat zien hoe de metalen plaat over pezen heen is vastgezet op het bot. „U heeft voor niks pijn geleden”, zegt Moojen tegen de plaatselijk verdoofde vrouw. Na het verwijderen van de plaat en het losmaken van de pezen demonstreert de chirurg dat haar vingers en pols weer kunnen worden gebogen.

Elke dag ziet hij zulke missers, zegt Moojen, die veel revisieoperaties uitvoert. Het is geen onwil van zijn collega’s, maar gebrek aan gespecialiseerde kennis en handtherapeutische begeleiding. „Hoeveel hand- en polsoperaties doet een gemiddelde chirurg? Je weet niet wat je niet weet. Hoe meer je er doet, des te beter je wordt.”

Samen met Velthuis wil Moojen een keten van zeven à acht hand- en polsklinieken opzetten volgens het concept dat hij in Hilversum heeft neergezet, dus inclusief een team van handtherapeuten die de patiënten na de operaties bijstaan. Moojen: „We zouden nog harder kunnen groeien als we meer gespecialiseerde handchirurgen konden vinden. De patiënten zijn er.”

Uit een eerste vergelijkend onderzoek met ziekenhuizen blijkt dat de Xpert Clinic goed scoort. Ook het enthousiasme van verzekeraars sterkt Moojen in de overtuiging dat hij goed bezig is. „Ziekenhuisdirecties kijken meer naar de kortetermijnbalans en in het ziekenhuis zijn ook veel conflicterende belangen. Hier behandel ik evenveel patiënten als in het ziekenhuis. Maar omdat wij hier efficiënter werken, kan ik meer aandacht bieden.”

Pittige gevechten

Zelfstandige behandelcentra als de Velthuis Kliniek moeten jaarlijks met verzekeraars onderhandelen over de vergoedingen voor de verzekerde behandelingen. Dat waren, vooral de eerste jaren pittige gevechten, zegt Dekker.

De financiering van de zorg is ingewikkeld. Voor het zogeheten A-segment, dat 70 procent van alle verrichtingen omvat, zijn maximumtarieven vastgesteld. Die mogen de ziekenhuizen in rekening brengen. Privéklinieken krijgen meestal 10 tot 20 procent minder vergoed. In het B-segment, de meer overzichtelijke verrichtingen voor bijvoorbeeld spataderen en huidaandoeningen, zijn de tarieven vrij onderhandelbaar. In deze categorie zijn de zelfstandige behandelcentra vaak meer dan 20 procent goedkoper dan de ziekenhuizen.

Als privéklinieken goedkoper zijn en goed voor de dag komen bij vergelijkende onderzoeken, waarom kopen verzekeraars dan niet op grotere schaal zorg in bij de zelfstandige behandelcentra? Jak Dekker: „Dan snijden ze zichzelf in de vingers. Ziekenhuizen krijgen voor verrichtingen in het A-segment een vast budget van de zorgverzekeraars. Zou er dus meer zorg in het A-segment ingekocht worden bij privéklinieken, dan gaan de ziekenhuizen per saldo minder verrichtingen doen en financieren de zorgverzekeraars dus leegstand. Je zou kunnen zeggen dat zorgverzekeraars dan twee keer de rekening betalen. En daarom wordt er in verhouding nog steeds weinig goedkopere en betere zorg bij de klinieken ingekocht. Het is een pervers systeem.”

De Velthuis Kliniek is een exponent van een sector die snel groeit. De brancheorganisatie ZKN is de afgelopen vijf jaar ruim in ledental verdubbeld. De trend is dat de zelfstandige behandelcentra steeds meer en steeds gecompliceerdere zorg bieden. Het gezamenlijk marktaandeel is nog altijd klein, zo’n 3 procent, maar het groeit snel.

Of dat zo blijft, is de vraag. Het lijkt erop dat het B-segment verdwijnt en de ziekenhuizen vanaf 1 januari volledig worden gebudgetteerd. De ruimte voor ondernemerschap in de zorg wordt dan kleiner.

De onvoorspelbaarheid van de overheid belemmert de private sector bij het investeren in nieuwe zaken, zegt Dekker. Bij de verkiezingsprogramma’s van de grote partijen vinden de ondernemers weinig steun. Ze zijn te vaag en te kortzichtig, zegt Dekker, en bieden geen alternatieven voor de verfoeide marktwerking. „Geen partij die zegt: er moeten minder ziekenhuizen komen. Of: de structuur van ziekenhuizen moet veranderen. Dat is politiek vrij ongewenst. Liever houden ze bijna failliete ziekenhuizen overeind.”

Dekker pleit voor scherpe keuzes en een masterplan voor tien jaar. „We moeten over de grens van een regeerperiode heen kijken. Het grootste deel van onze zorg is gebaseerd op een honderd jaar oud systeem. Het is de vraag of algemene ziekenhuizen nog toekomst hebben.”

Dekker is voorstander van een kleiner aantal ziekenhuizen dat zich concentreert op complexe zorg en daarvoor meer geld krijgt. Maar eenvoudig te diagnosticeren zorg kan volgens hem beter behandeld worden in ziekenhuizen en klinieken die bedrijfsmatiger en doelmatiger kunnen werken. „Dat is de enige manier om de zorg betaalbaar te houden.”

Het zwartste toekomstscenario voor de private zorg? Dekker, met een somber gezicht: de ziekenhuizen moeten alle zorg blijven bieden en het ondernemersinitiatief wordt teruggedraaid. Volgens de directie van Velthuis zou dat ook voor de maatschappij slecht uitpakken. „Innovaties komen altijd vanuit kleine partijen. Dankzij Easyjet bieden nu alle grote luchtvaartmaatschappijen budgetvluchten. Ons businessmodel kan als katalysator dienen voor grote zorginstellingen.”

Die grote ziekenhuizen stellen zich voorlopig sceptisch op tegenover de nieuwkomers. De veelgehoorde kritiek: privéklinieken zouden alleen zorgproblemen aanpakken waar makkelijk geld aan valt te verdienen. En als het fout gaat in een kliniek, mogen ziekenhuizen de problemen oplossen.

Vooroordelen, zeggen Dekker en Velthuis, waar van alles tegenin valt te brengen. Zijn kliniek richt zich allang niet meer alleen op eenvoudige problemen, zegt Velthuis. En dat privéklinieken patiënten bij complicaties soms doorverwijzen, is volgens zijn compagnon niet bijzonder. Dekker: „Dat doen de meeste ziekenhuizen bij complicaties op de afdeling cardiologie en oncologie ook. Daar hoor je ziekenhuizen niet over. Alleen nieuwe toetreders, zoals wij, krijgen dat verwijt.”

Maar regelmatig komen toch privéklinieken negatief in het nieuws, zoals de CityKliniek in Den Haag waar een gynaecoloog zich voordeed als plastisch chirurg en ondeugdelijke borstvergrotingen uitvoerde? Dekker: „Er zijn zeker nog kleine, niet bij onze brancheorganisatie aangesloten klinieken van bedenkelijke kwaliteit. Maar sommige ziekenhuizen en afdelingen in ziekenhuizen presteren ook ondermaats.”

Linda de Mol

Zoals de kliniek voor hand- en polschirurgie van Velthuis de Xpert Clinic heet, zo zal het bedrijf binnenkort alle verzekerde-zorgactiviteiten onder een andere naam brengen. De naam Velthuis gaat het bedrijf reserveren voor cosmetische zorg, de specialiteit van naamgever Peter Velthuis.

Op zijn wekelijkse spreekuur ontvangt de dermatoloog in de loop van de ochtend een mooie, 49-jarige kapster met lang blond haar. De tengere vrouw is vijf jaar eerder ook al eens bij de dermatoloog langs geweest. Nu wil ze graag een wat voller gezicht. Kan dat met een facelift, vraagt ze.

Velthuis ontraadt haar die behandeling. Als de kapster hoort waarom, zegt ze: „O ja, zoals Linda de Mol. Ze heeft nu wel een lekker gevuld gezicht, maar ze is niet meer wie ze vroeger was.”

De kapster klaagt ook over lijntjes rond haar mond en velletjes onder haar kin. „Komt het door de overgang dat ik rimpels ga zien?” En als de verslaggever kennelijk iets te verbaasd kijkt: „Jij ziet het misschien niet, maar ik wel.”

Velthuis maakt intussen een notitie: ‘Slappe huidwangen.’

Hij adviseert injecties met het polymelkzuur Sculptra, om de wangen voller te maken.

De kapster: „Doe je zelf ook wat?”

Velthuis zonder gêne: „Ik gebruik Botox en een lichte peeling. Vroeger spoot ik de Botox zelf. Maar daar ben ik mee gestopt toen ik een collega zag die daar veel te ver mee is doorgegaan.”

Als de kapster vertrokken is, zegt Velthuis: „Ik vond dit een normale vraag. Ze is mooi, maar er is wel wat te doen.”