Hier staan wel Turkse vaders langs de lijn

Willen allochtonen niet helpen op hun sportclub? De ‘oer-Hollandse’ voetbalclub Geestdrift Leert Zegevieren heeft een volledig Turks bestuur.

Met een boog vallen de voetbaltassen op het gras, door de spijlen van het hek wurmen twee jongens zich erachteraan. Het is donderdag kwart voor zes, trainingstijd voor de F’jes van de Rotterdamse voetbalvereniging Geestdrift Leert Zegevieren, gelegen tussen de wijken Spangen en Oud-Mathenesse. Jeugdtrainer Hatip Ersoy, met een ballenzak op weg naar het veld, snapt het niet. „Een allochtonenverbod is het domste wat je kunt doen. Je bent als vereniging toch een afspiegeling van de buurt?” Ook de vijf moeders in de kantine zijn verbaasd: „Hoezo zijn wij niet betrokken?” Moeder Dilek heeft in vijf jaar vrijwel geen training van haar zoontjes gemist.

De Nijmeegse voetbalclub Quick 1888 liet deze week weten allochtone kinderen die zich aanmelden op een wachtlijst te plaatsen. Belangrijkste reden: de ouders van allochtone jeugdleden zijn moeilijk te porren voor vrijwilligerswerk, zoals het vervoer naar uitwedstrijden en kantinediensten. Met ruim 80 procent allochtone jeugdleden leidde dat bij Quick 1888 tot organisatorische problemen. Ook zouden autochtone leden zich er steeds minder thuis voelen. Het voornemen leidde deze week tot ophef in de Nijmeegse gemeenteraad.

Oud nieuws, zeggen veel voetbalclubs. Tien jaar geleden al liet de Utrechtse Vereniging Sport Utrecht onderzoek doen naar het gebrek aan betrokkenheid van allochtone ouders bij de voetbalclub. „Het is een bekend patroon”, zegt Shams Raza, projectleider bij VSU. „Van oudsher oer-Hollandse clubs verkleuren met de wijk mee. Dan komt de clash. Het bestuur en de seniorenteams zijn nog wit, onder de jeugd zijn steeds meer allochtonen. Die cultuurverandering vindt het bestuur vaak moeilijk te accepteren. Het biertje na afloop wordt mintthee en bestuurders vragen zich af: waar blijven de vrijwilligers?”

Het begint al bij de aanmelding, zegt André Bellekom, jeugdtrainer van voetbalvereniging Quick Steps in Den Haag. „De eerste vraag die ik tegenwoordig stel is: heeft u vervoer op zaterdag? Ouders zeggen dan: daar moet u toch voor zorgen... Hallo, wij zijn geen taxibedrijf.” Net als bij veel andere clubs is het gebrek aan vervoer naar de uitwedstrijden hét pijnpunt bij Quick Steps.

„Onwil is het niet, ouders weten gewoon niet hoe het verenigingsleven werkt en wat er van hen verwacht wordt”, zegt Anass Eddini, die als ‘verenigingsbegeleider’ bij voetbalclub Roodenburg Leiden probeert ouders zover te krijgen zich voor de vereniging in te zetten. „In Nederland is het vanzelfsprekend dat kinderen bij een sportvereniging gaan, maar in Marokko veel minder. Daar sporten ze gewoon op straat.”

Volgens bestuursvoorzitter Gerard Houterman van de Utrechtse club Sporting ’70 is het vooral een economisch probleem. „Ouders moeten werken op zaterdag of hebben geen auto.” In 2008 hielp hij op verzoek van de gemeente om het vrijwilligersbeleid op orde te krijgen van Voetbalvereniging Onder Ons. „Bij VVOO heeft driekwart van de leden een U-pas, voor mensen met een laag inkomen. De gemeente betaalt hun lidmaatschap, de tenuetjes financiert het Sportfonds. Het is goed dat mensen met een laag inkomen alles vergoed krijgen, maar daarmee prikkel je hun verantwoordelijkheidsgevoel misschien niet.”

Zonder vrijwilligers geen vereniging, weten de voetbalclubs. Daarom haalden ze de afgelopen jaren alles uit de kast om allochtone ouders te betrekken. Zo hief VVOO in 2002 haar volledige jeugdafdeling op. Alle leden moesten zich opnieuw aanmelden met toezegging van de ouders om vrijwilligerswerk te doen. Een VVOO-elftal mag tegenwoordig pas deelnemen als het vervoer, de trainer én de begeleider vooraf zijn geregeld. Het bestuur is gemengd, de trainers Marokkaans, in de kantine kun je apart gefrituurde halalkroketten krijgen en met gesprekken langs de zijlijn hoopt het bestuur het gevoel van ‘mijn kluppie’ over te brengen.

Het Haagse Quick Steps hield vorige maand een ontbijt langs de lijn met Turkse hapjes, om ouders aan te spreken. „Van onze 130 jeugdleden waren er toch zo’n tien ouders die wel wat voor de club wilden doen”, zegt jeugdtrainer André Bellekom. Vooral de functie van teamleider bleek populair. „Maar voor barpersoneel, waar we eigenlijk naar op zoek waren, was geen animo.”

Allochtone leden weigeren, dat vinden de clubs te ver gaan. Iedereen is welkom, benadrukken ze. Maar de voorgenomen ‘allochtonenstop’ van de Nijmeegse voetbalclub Quick 1888 is niet uniek, zegt onderzoeker Agnes Elling van het Mulier Instituut voor sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek. „Alleen dan impliciet. Als Mohammed belt om zich aan te melden zit de voetbalclub vol, belt Jeroen, dan is er plotseling plek. Clubs die voorheen met multiculturele programma’s juist de komst van allochtone jeugdleden bevorderden, schrikken nu hun leden naar de hockeyclub vertrekken.”

Ouders trainer maken, ouder-kindtoernooien, halalbarbecues en informatieavonden kunnen helpen om ouders kennis te laten maken met het verenigingsleven. „Vaak gaat het mis met de communicatie”, zegt Elling. „Ouders denken: waarom zou ik vrijwilligerswerk doen, ik betaal toch al contributie?” De leden maken de vereniging, maar dat weten veel ouders niet, zegt verenigingsbegeleider Eddini. „Dat is vooral een probleem bij immigranten van de eerste generatie, die de Nederlandse taal slecht beheersen.”

Alleen communiceren is niet genoeg, zegt Elling. „Om de integratie aan de zijlijn van het voetbalveld écht te laten slagen, moet ook het bestuur ‘verkleuren’.”

Dat gebeurde bij de voetbalclub Geestdrift Leert Zegevieren in Rotterdam, waar de voornamelijk Turkse ouders op donderdagavond wél langs de lijn van het trainingsveld staan. De club, opgericht in 1930, noemt trainer Bekir Akyayci ‘oer-Hollands’, het bestuur is geleidelijk, sinds begin jaren 90, volledig Turks geworden. Volgens Akyayci maakt dat niet uit. „We zijn toch allemaal Nederlanders?”

„In Turkije is het verenigingsleven nog groter dan in Nederland”, zegt een voetbalvader langs de lijn. Hij leest in het gras een boekje met gedragsregels voor de moslim. Al wijzend: „Elkaar helpen is belangrijk, net als sporten. Dat zegt Mohammed.”

Waarom er op zaterdag bij Geestdrift Leert Zegevieren wel voldoende ouders met auto klaarstaan? De verklaring is eenvoudig, zegt trainer Akyayci. „We leggen ouders bij de inschrijving gewoon uit dat we ze nodig hebben. Maar we geven ze geen commando’s, zoals: jij bent nu vrijwilliger.”