Gouden zijdespin houdt potentiële rovers tevreden met kleine geschenken

Prooien vangen voor een andere soort, zodat die je niet berooft van je eigen voedsel? Zulk afkopen van overlast blijkt te bestaan – bij spinnen. In ieder geval bij de gouden zijdespin Nephila clavipes, een bekende soort in vochtig open terrein in het zuidoosten van de Verenigde Staten en Zuid-Amerika. Dat ontdekten Mexicaanse spinnenkenners (Journal of Arachnology, april 2010).

De gouden zijdespin krijgt vaak te maken met kleinere soorten spinnen, de zogenaamde spinnendieven (Argyrodes sp.) die behoren tot de kogelspinnen. Spinnendieven eten als kleptoparasiet prooien uit de webben van de grotere wielwebspinnen, ook in Nederland.

Maar behalve van diefstal leven de kleine spinnetjes ook van voor de gastheer waardeloze vangsten. Kleine prooien die voor de grote webeigenaar de moeite van het leegzuigen niet waard zijn, maar die gaandeweg wel het web vervuilen en steeds zichtbaarder maken. Daarom dachten biologen tot nu toe dat de spinnendief ook een beetje welkom was.

De Mexicanen bestudeerden bij een dicht bewebd hek aan de rand van een koffieplantage een vreemde gewoonte van de gouden zijdespin. Die weeft graag rottende insectenkarkassen in zijn web, zonder ze leeg te zuigen. Vast een manier om andere insecten te lokken en te vangen, zo dacht men. En inderdaad – de geur van de dode insecten lokt levende prooi, zelfs eenderde van het totaal aan vangsten. Maar: de extra gevangen soorten zijn voornamelijk klein, minder dan 2,5 millimeter groot. De grote spin zelf mijdt ze, omdat het te veel priegelwerk is om er een maaltje uit te halen.

De spinnendief profiteert wel van die kleine prooien die vooral aan de randen van het web worden ingevangen, en daar door de gouden zijdespin nog eens extra worden vastgezet. De spinnendief richt zich op die kleine vangsten en laat de waardevolle grote vaker ongemoeid. De grotere spin werkt hard om zijn gast tevreden én in de marge te houden. Werken voor een parasiet en een afkoopsom – het is een nieuw verschijnsel. Frans van der Helm