Duif met lawaaiig verenpak

Het gefluit van vogels klinkt in onze oren heel vriendelijk. Mensen hebben het altijd over het ‘lied’ van de nachtegaal, het ‘gezang’ van de leeuwerik en de merel geeft een ‘ochtendconcert’. Maar voor de nachtegalen, leeuweriken en merels is dit ‘gekwinkeleer’ vloeken, schelden en tieren. Opzouten, inpakken en wegwezen hier, dát zeggen ze eigenlijk tegen hun soortgenoten, in wie ze een dief of een rivaal zien.

Toch zijn vogels soms aardig voor elkaar. Bijvoorbeeld wanneer ze andere vogels met een alarmkreet waarschuwen voor naderend gevaar. Australische onderzoekers hebben nu uitgevonden dat één vogelsoort geen alarm slaat met zijn keel, maar met speciale veertjes in de vleugels.

Het gaat om de Australische kuifduif, een soort tortel, maar dan met een lawaaieriger verenpak – letterlijk. Wanneer die duiven opschrikken, vliegen ze steil omhoog op. Dat maakt een apart soort herrie.

De onderzoekers maakten geluidsopnames van gewoon wegvliegende kuifduiven, wat weinig herrie oplevert, én van geschrokken kuifduiven. Dat laatste deden ze door een vlieger in de vorm van een roofvogel op te laten.

Deze geluidsopnames speelden ze vervolgens af in de buurt van een neergestreken vlucht nietsvermoedende kuifduiven. Bij het ‘gewone’ lawaai bleven alle duiven rustig zitten. Bij de verenherrie van de geschrokken vogel schoten ze in paniek de lucht in.

Nu zal je zeggen: dat alarmlawaai is natuurlijk veel harder dan het geluid dat rustige wegvliegende duiven produceren. Maar daar hadden die onderzoekers ook aan gedacht. Ze speelden het alarmgeluid bij een volgend experiment net zo zachtjes af als het geluid van het kalme wegvliegen. En jawel hoor: de duiven schrokken allemaal alsnog. En bij het rustige lawaai bleven ze wel allemaal zitten. Het was dus het soort lawaai dat de kuifduiven alarmeerde en niet de hardheid ervan.