De paus draait het aggiornamento niet terug

In bijna al de beslissingen van de paus zien we pogingen het aggiornamento, het bij de tijd brengen van de Kerk zoals besloten tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie, terug te draaien, aldus J.L. Heldring (Opiniepagina, 15 april). De mis in het Latijn wordt weer toegelaten, schrijft hij ten eerste. Maar de mis kon altijd al in het Latijn gevierd worden, ook na Vaticanum II. Wel is de zogenoemde Tridentijnse ritus sinds juli 2007 weer als buitengewone vorm van de Latijnse ritus toegelaten, naast de vernieuwde gewone Latijnse ritus van na Vaticanum II. Vervolgens schrijft Heldring dat de joden op Goede Vrijdag weer tot bekering gemaand worden. Maar alleen in die Tridentijnse vorm is voor Goede Vrijdag een gebed opgenomen voor het Joodse volk dat vraagt of het ‘mag komen tot de erkenning van Jezus Christus als de redder van alle mensen’ in bewoordingen die geen negatief oordeel over de eigen geloofsweg van het Joodse volk vellen (in tegenstelling tot het gebed van voor Vaticanum II). Kritisch bijbelonderzoek wordt ontmoedigd, vervolgt Heldring. De huidige paus heeft er in vorige functies juist aan bijgedragen dat ook binnen de Rooms-Katholieke Kerk (RKK) volop aan kritisch bijbelonderzoek wordt gedaan en heeft dat als paus diverse malen bevestigd. En de protestantse kerken zijn geen eigenlijke kerken, eindigt Heldring. Weliswaar erkent de RKK protestantse kerken niet als kerken in de zin waarin zij zichzelf als Kerk verstaat, op die wijze verstaan echter de protestantse kerken zich ook niet als kerk (ze hebben een ander kerkbegrip). Hier is overigens geen sprake van een terugkomen van uitspraken van Vaticanum II. De RKK erkent ook in haar nieuwste documenten in lijn met Vaticanum II „de elementen van heiliging en waarheid” in protestantse kerken. Deze „geven heilswaarde aan deze gemeenschappen”.

Diederik Wienen

Utrecht