De lezer schrijft over aandacht voor voetbal

Ik woon nu 25 jaar in Tukkerland (een opmerking voor Frits Abrahams: er wordt hier niet gesproken over ‘Tukland’, vraag uw schoonzoon maar), na jarenlang daarvoor in het westen gewoond te hebben. Ik was erbij toen Feyenoord op de Coolsingel werd gehuldigd toen het de Europa Cup had gewonnen. Ik ben hier nog lang niet ingeburgerd, want het Twents krijg je nooit echt onder de knie als je hier niet vandaan komt. Moet je dus zo laten.

Maar wat een prachtige berichtgeving in de krant over het feest in Twente: eindelijk aandacht voor een ‘provincie-cluppie’, dat al bijna het hele seizoen bovenaan staat en door nuchterheid en rust (en vooral door doordacht financieel beleid en dat kenmerkt de Almelose concurrent Heracles ook zeer nadrukkelijk) de kampioenschaal hier naartoe heeft gehaald. En dan heb ik het nog niet eens over de lokale initiatieven, waarover u terecht schrijft in uw commentaar (ook uniek dat NRC Handelsblad een redactioneel commentaar wijdt aan dit voetbalfeest). Hulde dat u uiteindelijk (samen overigens met het bekende dagelijkse ochtendblad) de berichtgeving over voetbal nu eens volledig richt op deze prachtige regionale voetbalclub. Tukkers zijn inderdaad heel trots.

Jaap Blomhert

Delden

De krant antwoordt

Er waren ook lezers die het wat veel vonden: op pagina 3 een fors stuk over de vreugde in Twente, en een halve sportpagina over de wedstrijd. Moet dat zo groot in de krant? Het is toch maar voetbal, dat wil zeggen een spelletje? Doorgaans pakt deze krant inderdaad buiten de sportpagina’s niet uit met een voetbalwedstrijd, zeker niet als er bijvoorbeeld ook een topconferentie in Brussel op de agenda staat, een invloedrijke kunstenaar is overleden, of een nieuw type Neanderthaler is ontdekt.

Maar soms is het raak. Dat was nu het geval, omdat bij deze voetbalwedstrijd, zoals het stuk op de pagina Binnenland duidelijk probeerde te maken, meer in het geding was dan simpelweg een potje voetbal. FC Twente is, meer nog dan AZ uit Alkmaar, een (ook in financiële zin) bescheiden club uit ‘de provincie’ die staat voor een geworteld regionaal besef, en een competitieve houding ten opzichte van ‘het westen’, of ‘de Randstad’. Dat blijkt ook uit de lokale initiatieven die de club ontplooit, zoals het bieden van werk- en stageplaatsen aan jongeren. Zoiets geeft aan de berichtgeving over het landskampioenschap een maatschappelijke lading die op zijn plaats is in een krant als de onze.

Bovendien bood Twente ook een prachtig maatschappelijk contrapunt wat betreft het gedrag van de supporters. In Enschede ontstonden geen rellerige toestanden zoals in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Het kampioenschap van deze club is daarmee ook een indicatie dat hooligans niet moeten denken dat ze zich altijd en overal maar alles kunnen veroorloven. En ten slotte is er nog zoiets als historische rechtvaardigheid voor kenners van het voetbal (waar ik mijzelf zeker niet toe reken). In het seizoen 2006/2007 werd AZ op de laatste speeldag géén kampioen en in 2008/2009 wel. In 1973/74 werd Twente op de laatste dag voorbij gestreefd. De club moest 36 jaar wachten op revanche.

Overigens, dit nog ter aanvulling op wat de lezer schrijft, pakte het bekende dagelijkse ochtendblad het die bewuste maandag toch wat anders aan, met een kanjer van een foto op de voorpagina en daar ook de kop-in-hoofdletters ‘Twente uitzinnig’. Wij hielden het in de lichtbalk op de voorpagina op het wat plechtiger ‘vreugdetranen’.